Column Marcel: Over zijn eerste keer op een boekenbeurs

Tot enkele weekends terug was ik nog nooit op een boekenbeurs geweest. Ik geef ruiterlijk toe dat dat behoorlijk onnozel is voor iemand die acht boeken heeft geschreven. Mijn eerste boekenbeurs was dus een hele ervaring. En al helemaal omdat die in Vlaanderen plaatsvond. De mensen die er verstand van hadden zeiden met trots: ‘Het is écht een ding, Marcel, die boekenbeurs!’ En het werd nog mooier. De dames van Libelle hadden in hun onmetelijke wijsheid besloten dat ik, jullie nederige columnist, een optreden mocht verzorgen. Op die boekenbeurs! In Vlaanderen!

Eerlijkheid gebied te zeggen dat ik direct na die mededeling snode plannen bedacht. Mijn optreden stond gepland op vrijdagavond acht uur en het leek me alleszins onverstandig om daarna nog naar Amsterdam terug te rijden. Ik besloot het nuttige dus met het aangename te verenigen: boekenbeurs plus weekendje Antwerpen met Carlijn – minus Sammie, want die zou gezellig een weekendje naar opa en oma gaan.De tocht van Amsterdam naar Antwerpen duurde drie uur in verband met diverse ongelukken op de beruchte Vlaamse snelwegen, maar het kon ons humeur niet deren. Ook het feit dat we te laat aankwamen om fatsoenlijk te eten, deed ons niks. Carlijn en ik frommelden op de beurs een kartonnen bakje met frites inclusief lekker zurige saus naar binnen en we kregen daarna nog een koek van Tine-van-de-redactie, een mooie vrouw met een stoere bril. Tot zover was mijn eerste boekenbeurs een daverend succes.Het was warm, daar tussen de boeken, dat wel. En helverlicht, dat ook – boekenbeursbezoekers komen om te lezen en, zo bleek, dat vereist grote felle enorme verlichting.

Bij een stand zat een mooie vrouw met heel indrukwekkend haar en rode lipstick ietwat ongemakkelijk te poseren voor een man die een foto van haar maakte. Ze heette Fleur van Groningen. Nee, haar boek hoefde hij niet, die foto was genoeg. Veel meer tijd om rond te kijken hadden Carlijn en ik niet. Tine-van-de-redactie zei dat we moesten gaan. Die files, frites en koeken hadden stiekem toch best wat van onze tijd opgenomen.In een sfeervol ingericht hoekje van de boekenbeurs zou ik worden geïnterviewd door Yasmine – alweer een mooie vrouw, daar zijn er veel van in Vlaanderen. Het zou gaan over Gelukkig Hebben We De Foto’s Nog, het boek dat ik had geschreven over de euthanasie van mijn broertje Mark. Geen gemakkelijk onderwerp en ik kon me voorstellen dat mensen leukere dingen konden doen met hun vrijdagavond, maar het sfeervol ingerichte hoekje zat toch maar mooi vol.

Het mooiste waren niet de boeken, de frieten of het weekendje antwerpen. Maar de mevrouw die met tranen in de ogen naar me toekwam

Precies op het moment dat Yasmine wilde beginnen met het interview begon ik te zweten. Ik had het al warm gehad, maar het sfeervol ingerichte hoekje bleek nog warmer dan de rest van de beurs. Ik zag de mensen vragend kijken: hadden ze hier te maken met een nerveuze schrijver? Was deze man misschien lek? Zou hij hier ter plekke bezwijken? Sommigen pakten alvast hun mobiele telefoon en begonnen te filmen. Je wist het maar nooit, natuurlijk, voor hetzelfde geld hadden ze straks superveel likes of hun Facebook met een filmpje van een schrijver in nood.Het viel uiteindelijk mee.Ik praatte een uur met Yasmine, de mensen luisterden, het zweten stopte.Voor ik het wist was mijn allereerste boekenbeurs voorbij. Het mooiste ervan? Niet de frites, de zurige saus of de koeken van Tine-van-de-redactie. Niet het weekendje Antwerpen dat volgde en waarin Carlijn en ik veel aten en dronken en winkelden en boeken kochten van beroemde Vlaamse schrijvers. Nee, het was de mevrouw die na het interview met tranen in de ogen naar me toekwam om me te bedanken. Ze zei: ‘Ik heb zelf ook zoiets meegemaakt en jouw verhaal heeft me doen besluiten dat ik er nu, na een paar jaar, toch echt eens met iemand over ga praten.’Ik had het nog steeds warm, maar ik kreeg toch kippenvel.

Lees ook:

 

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)