5x zo geef ik mijn kind meer zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen gaat vaak verloren tijdens onze jeugd, stelt zelfvertrouwen-coach Nele De Boeck. Maar kan het ook omgekeerd? Kun je als ouder je kinderen zelfvertrouwen meegeven? “Vast en zeker”, zegt ze. Dit zijn haar tips.

1. Geef zelf het voorbeeld

“Als ouder heb je een heel belangrijke voorbeeldfunctie. Reageer je zelf bang als er een hond aankomt? Dan kun je erop rekenen dat ook je kinderen bang zullen worden van honden. Hetzelfde geldt voor zelfvertrouwen. Vraag je voortdurend of je in die broek niet te dik lijkt? Durf je nooit voor je mening uit te komen? Dan zullen je kinderen dat gedrag overnemen.”

2. Motiveer je kinderen om dingen te proberen

“Kinderen zeggen heel snel: ‘Ik kan dat niet’. Als ouder neem je dan makkelijk over. Terwijl het hen zelfvertrouwen kan geven als blijkt dat ze iets wél kunnen. Mijn eigen kinderen wilden bijvoorbeeld onlangs graag chocomousse eten. Dus heb ik hen een recept gegeven, en alle ingrediënten klaargezet. Ze dachten dat ze het nooit zouden kunnen. Maar ze hebben het geprobeerd, en waren apetrots toen het was gelukt. Natuurlijk zal het ook eens gebeuren dat het niet lukt. Geef je kind in zo’n geval een complimentje (‘goed dat je het hebt geprobeerd!’) en probeer samen te ontdekken waar het fout is gegaan. Als je kind dat weet, zal het met veel meer vertrouwen een volgende poging ondernemen.”

3.Verwijs naar zijn/haar helden

“Stel: je dochter volgt tennisles, maar na een paar slechte matchen verliest ze haar vertrouwen en wil ze opgeven. Dan kun je bijvoorbeeld vragen: ‘Denk je dat Kim Clijsters meteen op nummer 1 stond? Nee hoor, die heeft ook heel hard moeten oefenen en knokken, en ook zij had mindere dagen’.”

4. Focus altijd op het positieve

“Stel bijvoorbeeld dat je kind een slecht punt heeft op z’n rapport. Geef dan eerst een complimentje voor de goede punten. Vraag dan wat er is misgelopen bij dat slechte punt. Heeft hij of zij te weinig gestudeerd? Benadruk dan dat dit de gevolgen zijn, en dat het volgende keer een stuk beter moet. Is hij of zij gewoon minder goed in het vak? Leg er dan niet te veel de nadruk op, want dat kan faalangst in de hand werken. Zeg dat jij ook niet in alle vakken even goed was, dat iedereen al eens een minder punt heeft. En spreek af om er samen aan te werken, door te helpen bij het huiswerk of een bijlesleerkracht te zoeken.”

5. Stimuleer je kind in zijn eigenheid

“Laat hem of haar bijvoorbeeld zelf z’n kleren kiezen. Kiest hij/zij nogal gekke combinaties? Zeg dan: ‘Jij mag dragen wat je mooi vindt. Maar misschien gaan de anderen het wel een beetje raar vinden.’ Geef op zo’n moment meteen ook tips mee om te reageren op eventuele groepsdruk: ‘Krijg je opmerkingen over je kleding? Zeg dan maar dat je je daar niks van aantrekt, want dat jij dit wél mooi vindt’.”

One step at a time:

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)