Column Marcel: Over zijn wens om in een stil dorp te wonen

column marcel

Dit bericht bereikt jullie vanuit een redelijk stil en vrij kansloos dorp in het oosten van Nederland. Niks ten nadele van vrij kansloze en redelijke stille dorpen trouwens, ik ben er dol op. Ik zit hier bij wijze van een soort van late vakantie — met Sammie moeten wij nog geen rekening houden met schoolvakanties — in het huis van mijn ouders, die deze weken verpozen in een Zuid-Europees land. Zij wel. Vanwege werk, geldgebrek en moeilijke verplichtingen zat een dergelijk feest er voor Carlijn, Sammie en mijzelf niet in. En nu zitten we dus hier, in dat kansloze dorp. Het dorp van mijn ouders, het dorp waar ik een groot deel van mijn jeugd heb doorgebracht.

Het enge is: we vinden het hier heel erg fijn. Daar kwamen we vandaag plotseling achter. Sammie zat voor de open haard te spelen met een leeg emmertje, een schepje en een door haarzelf gevonden dode spin. Carlijn hing subtiel zuchtend op de bank met een iPhone en een Dark & Stormy – dat is een heel erg lekkere en makkelijk te maken cocktail, google maar even – en ik las een dik boek met een ingewikkelde titel. We hoorden op de achtergrond de muziek van Chet Baker, het onduidelijk doch vrolijk gemurmel van Sam, en verder niks. Ik voelde me rustig en tevreden. Ik voelde me zo zen als een yogamatje. En ik wilde dat het altijd zo kon blijven. Toen ik dat tegen Carlijn zei, antwoordde ze: dat wil ik ook, ik wil niet terug naar huis.

Sinds Sammie er is, heb ik plots meer zin in rust en kalmte en een echte tuin. Ik heb het gehad met de grote stad

Nu is er niks mis met thuis, hartje Amsterdam. Het is er heel leuk en cultureel en vrolijk en bruisend en we hebben de tofste burgemeester van het land, maar ik heb me in de dikke tien jaar die ik daar woon nog nooit rustig en tevreden en zo zen als een yogamatje gevoeld. We hebben een tuin, maar die wordt elke nacht opnieuw bevuild door de katten van de vrijgezelle bewoners van ons appartementencomplex – one night stands komen en gaan immers, katten blijven. We horen ook weleens vogels, maar dat zijn schreeuwmeeuwen die boven de vuilnisbakken zwerven en bovendien worden ze vaak overstemd door boze buren, feestende buren, toeterende brommers, tringelende trams, vliegtuigen, stereotorens en de saxofoon van ergens vier hoog. Dat is niet erg, dat is zoals het is in de stad, maar nogmaals: verre van yogamatje.

En sinds Sammie er is, heb ik plotseling veel meer zin in yogamatje. Ik wil rust en kalmte en een tuin waar je niet moet opletten wat je zegt omdat de bovenburen het anders horen, en voordat je het weet heb je ergens ruzie over.
Ik wil mijn auto gratis kunnen parkeren in plaats van voor honderdvijfentwintig euro.
Ik wil vriendelijk dag zeggen als totaal onbekenden me minstens zo vriendelijk begroeten.
Ik wil hardlopen en tien kilometer lang niemand tegenkomen, behalve koeien, varkens, schapen en een eenzame boer op een tractor, die duchtig naar me zwaait.
Ik wil geen hamburgers van vijftien euro, geen bakfietsen, geen boze blikken.
Ik wil niet twintig minuten wachten op een ijsje.
Ik wil een kassamevrouw die me aankijkt als ik iets afreken.
Ik wil wonen in een kansloos dorp.
Ik wil elke dag een Dark & Stormy maken voor Carlijn, ik wil dikke boeken lezen.

Kansloze dorpen zijn het nieuwe zwart. Ik heb het gehad met de grote stad, ik heb het gehad met Amsterdam. Godzijdank is onze vakantie hier bijna voorbij. Het wordt namelijk hoog tijd dat we weer naar huis gaan.

Marcel Langedijk is…45 jaar / freelance journalist en schrijver / samen met Carlijn / sinds 2016 papa van dochter Sammie

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)