Brief aan mijn eerste lief: 7 lezeressen denken terug aan hun vriendje van weleer

Brief aan mijn eerste lief: 7 lezeressen denken terug aan hun vriendje van weleer

Die eerste verliefdheid vergeet je nooit meer. Wondermooi, triest, spannend en misschien zelfs voor altijd… lees mee hoe deze lezeressen na al die jaren hun lief aanschrijven.

Monique (38)

… is getrouwd en heeft twee kinderen. Ze heeft nog altijd een boon voor haar eerste vriendje.

“Drie jaar lang was jij mijn hele wereld. Tot die plots stopte met draaien”

Dag Sam,

Sinds ik je vorige week in het dorp zag, laat je me niet los. Daarom deze brief. Even mijn gedachten ordenen, in de hoop dat ik je dan ook écht kan loslaten. Hoe groot is het toeval dat ik je net daar tegenkwam waar we elkaar de eerste keer zagen? In het kleine kruideniertje waar ik elke zondag mee hielp om wat bij te verdienen, en waar jij toevallig een drankje kwam kopen? We zijn allebei verhuisd intussen. Ik naar ‘de grote stad’; waar jij heen bent getrokken, weet ik niet meer. Ik weet niets meer van je sinds achttien jaar geleden. Van mijn zeventiende tot mijn twintigste was je mijn hele wereld, maar opeens stopte die wereld met draaien. De dag dat jij me zei dat het voorbij was…

Weet je hoelang ik om je heb getreurd? Hoe ik het niet begreep, dat jij het zomaar, zonder een echte reden, uitmaakte? We hadden geen ruzie, er was geen ander. Je had er gewoon geen zin meer in, zei je me. Weet je hoe dat mijn zelfvertrouwen heeft aangetast? Jouw ‘ik heb er gewoon geen zin meer in’, kwam neer op: ‘Ik heb geen zin meer in jou.’ Alsof ik een speelgoedje was dat je kon weggooien. En zo voelde ik me, heel lang. Pas later, toen ik ouder en wijzer werd, kon ik het allemaal wat meer in perspectief zien. Besefte ik dat we zo jong waren, dat we – geen van beiden – al konden weten wat we wilden. De tijd heelt alle wonden, zeggen ze, en dat is ook zo. Het liefdesverdriet ging voorbij, de onzekerheid nam af. Er kwamen nieuwe relaties, nieuwe liefdes. Ik leerde met vallen en opstaan te houden van én van me te laten houden.

Intussen ben ik gelukkig getrouwd, en ben ik een trotse mama. Jij werd in de loop der jaren een dierbare herinnering. Ik heb je eerste briefje aan mij altijd bijgehouden, uit een dom soort sentiment. Je terugzien vorige week slingerde me even terug naar al die jaren geleden. Misschien is het goed dat je wegtrok en ik je niet meer zag: als ik zie hoeveel het me deed je terug te zien… Maar het was goed, onze vluchtige ontmoeting. Je ogen schitterden iets minder dan ik me herinnerde, je kus op mijn wang bracht me niet van mijn stuk zoals die dat ooit deed. Ik kon met een glimlach wegwandelen. Want ondanks het verdrietige, bruuske einde van ‘ons’, ben ik blij dat die ‘ons’ er is geweest. Het verdriet is gesleten, de mooie herinneringen zijn gebleven. Dankjewel, Sam, voor die mooie tijd. Dankjewel dat je mijn eerste was. Je zal het altijd voor me zijn.”

– Kus van Monique

Brigitte (58)

… is intussen al veertig jaar samen met Bart, haar eerste lief.

“Ik ben door de jaren nog meer van je gaan houden. Al dacht ik niet dat dat nog kon”

Dag schatje,

Ik weet het, een brief van mij ben je niet gewend. We zijn babbelaars, jij en ik, geen schrijvers. Maar vandaag wil ik toch even op papier zetten wat ik voor je voel, en hoe de laatste veertig jaar voor mij zijn geweest. Je bent mijn man, mijn vriend, de vader van mijn kinderen, mijn zielsverwant. We zeggen het vaak tegen elkaar, hoeveel geluk we hebben dat we elkaar zo vroeg al hebben gevonden. Niemand van onze vrienden is nog samen met zijn eerste man of vrouw, jij en ik zijn de ‘dappere uitzondering’, zoals je dat altijd zo mooi zegt.

En dapper zijn we geweest met momenten. Samen een zwangerschap moeten afbreken, dat hakte er in. Onze oudste zoon die verongelukte op weg naar school, dat brak iets in ons allebei. En toch staan we er nog, samen. Het verdriet over Joris heeft diep gesneden, bij ons allebei. Er was een tijd dat ik niet meer wist wat ik met mezelf moest aanvangen. Het verliezen van onze zoon deed me bijna mezelf verliezen. Maar jij was er. Rustig en sterk bleef je naast me staan. Je liet me huilen, praten, roepen. Je zette je eigen verdriet opzij om het mijne mee op te vangen. Jouw manier om het te verwerken, verzekerde je me keer op keer als ik me schuldig voelde omdat er niemand was die jou opving. Je was het lichtpuntje in de enorme duisternis waarin ik was terechtgekomen, al die tijd. Je troostte me wanneer het verdriet ondraaglijk was, je was streng wanneer ik dreigde weg te zinken in een depressie en je liet me zien wat er allemaal wél nog was: jij, de twee andere kinderen, onze familie en vrienden. Alsof je aanvoelde wat ik op dat moment nodig had, reageerde je altijd weer op de juiste manier.

Het is dankzij jou dat we er zijn doorgekomen samen, dat weet ik zeker. Het heeft ervoor gezorgd dat ik nog meer van je ben gaan houden, al wist ik niet dat het nog kon. Je was mijn eerste liefde, ik zag je en wist dat jij de ware was. En dat weet ik nu, veertig jaar later, meer dan ooit. Ik schrijf het nog maar eens, na de ontelbare keren dat we het al tegen elkaar hebben gezegd: Ik ben zo blij dat we elkaar zo vroeg zijn tegengekomen. Ik hou van jou, mijn liefste ventje.

– Brigitte

Cindy (22)

… was anderhalf jaar samen met Jef. Ze denkt vooral met pijn terug aan die periode.

“Boos ben ik niet meer. Ik heb nu medelijden met jou”

Je was de grootste vergissing die ik ooit kon begaan. Ik vind het verschrikkelijk dat jij de jongen was aan wie ik alles gaf. Je hebt me zoveel ontnomen. Mijn geloof in de liefde, mijn waardigheid, mijn zelfvertrouwen. Als een hondje liep ik je achterna, je hebt alleen maar met mijn gevoelens gespeeld. Dat ik het anderhalf jaar met je volhield… Intussen ben ik wél iemand tegengekomen die me waard is. Eindelijk leer ik wat graag zien is. Ik hoor dat je meisjes nog altijd gebruikt. De boosheid die ik had, verandert stilaan in medelijden met jou. Je weet niet wat liefde is. Je bent triest.

– Cindy

Carla (68)

… was vijf jaar samen met Bob. Ze was helemaal van slag toen ze zijn overlijdensbericht in de krant zag.

“Ik durfde je niet te contacteren, en de jaren gingen voorbij. En nu ben je er niet meer…”

Lieve, lieve Bob,

Ik zag vanmorgen je overlijdensbericht in de krant, en ik kan niet zeggen hoe verdrietig ik me nu voel. Door jouw dood, door het feit dat ik dat in een krant moet lezen, door alles wat er nooit is geweest, door een liefde die ik na al die jaren nog altijd koester.

Ik was zeventien, zo jong nog, toen ik je leerde kennen. We kwamen allebei uit een katholiek nest, en we zagen elkaar voor het eerst aan de kerk. De wekelijkse verplichte mis werd nét iets fijner nadat ik jou had opgemerkt. De steelse blikken tijdens het zingen, de vluchtige gesprekjes in het naar buiten wandelen… Wat was ze puur, onze kalverliefde. Handjes vasthouden achter het kerkplein, weet je nog? Stiekem briefjes doorgeven via jouw beste vriend. Daarin verklaarde je stuntelig je liefde, waardoor ik dagen blozend van geluk rondliep.

Uiteindelijk kregen we ‘kennis’, zoals mijn grootmoeder dat dan noemde, en mocht ik op zaterdagmiddag bij je op bezoek. Met je moeder erbij als chaperonne, altijd. Vijf jaar lang hadden we verkering, toen was het voorbij. Je was intussen gaan studeren voor dokter, ik moest gaan werken op mijn achttiende omdat mijn moeder als weduwe alleen de studies van mijn twee broers kon bekostigen. Terwijl ik in een naaiatelier mijn dagen sleet, ontdekte jij het ‘echte’ leven in de grote stad Leuven. We groeiden uit elkaar, zei je. Na vijf jaar zei je me dat het tussen ons niets kon worden. Ik begreep je niet, zei je. Ik wist niet wat je wilde of voelde. Nog altijd vraag ik me af hoe ik dat had moeten weten, lieve Bob, met de schaarse bezoekjes onder toezicht die we hadden. Maar ik was bereid te wachten tot we konden trouwen om écht samen te zijn en elkaar door en door te leren kennen. Maar jij besliste er anders over, vertrok zonder om te kijken en liet me achter met een verpulverd hart.

Ach, jaren later kon ik met een glimlach terugdenken aan onze broze kalverliefde – weet je nog dat ik eerst bang was om je een kus te geven, want ‘Kan je daar niet zwanger van worden?’ Jaren later was ik dankbaar om de vijf jaar die we samen zijn geweest. Ik kwam je weleens tegen, als we allebei toevallig naar huis kwamen. Ik zag je vrouw, je kinderen, jij ontmoette mijn gezin. Een keer zag ik je nog alleen, op een tentoonstelling van een dorpsgenoot. We praatten, uren aan een stuk. Bleven plakken, gingen daarna ‘nog even iets drinken’. Daar, na wat te veel wijntjes, vertelde je me dat je spijt had van je overhaaste beslissing toen om het uit te maken. ‘Ik denk dat we een mooi leven hadden kunnen hebben samen’, zei je. De melancholie in je ogen raakte me meer dan ik durfde toe te geven. We beloofden contact te houden, maar hoe gaat dat? Ik scheidde, verhuisde, jij ging ook weg bij je vrouw, hoorde ik. Heel even dacht ik: is dit het moment dat we elkaar alsnog vinden? Maar je contacteren durfde ik niet. Jaren gingen voorbij. Je bent nog zo vaak in mijn gedachten geweest, lieve Bob. En dan nu je dood. Wat maakt die me verdrietig… Het is een verdriet dat ik aan niemand kan uitleggen. Jij, de man uit mijn verre verleden, zit intussen zo begraven in mijn hart, niemand die nog van je weet. De vriendinnen die me nog hebben getroost na onze breuk, zijn intussen zelf allemaal gestorven. Ook mijn dag komt ooit. Maar tot dan zal ik aan je denken. Aan mijn grote, eerste liefde.”

– Liefs, Carla

Ann (42)

… was drie jaar samen met Geert. Intussen zijn ze opnieuw een koppel.

“Ik praatte stoer over zelfstandig zijn, zei dat ik niemand nodig had. Maar op het einde van de avond kuste je mij”

Lief ventje van mij,

Wat een rollercoaster zijn de voorbije weken geweest… De voorbije maanden, eigenlijk, sinds we elkaar opnieuw zijn tegengekomen. Hoe is het mogelijk dat net jij en ik weer op elkaar botsten? Het eerste moment dat ik je zag, maakte mijn hart een sprong. Het was jij, mijn eerste liefje, van toen ik zestien was. De jongen met wie ik drie jaar lang alles deelde. Mijn eerste zoen, mijn eerste keer, mijn eerste liefdesverdriet…. Wat was ik verdrietig toen het uitraakte, ook al beslisten we het samen. We studeerden allebei, zagen elkaar amper, kregen nieuwe vrienden, nieuwe levens leek het wel. We twijfelden allebei of we wel echt bij elkaar pasten. Wat waren we jong en naïef toen, lieve Geert. Allebei met de wereld aan onze voeten, overtuigd dat er altijd meer en beter zou komen. Ik leerde mijn nieuwe vriend kennen op de universiteit, had geen idee hoe het jou verder verging. Natuurlijk dacht ik nog weleens aan jou, je was immers mijn eerste… En ja, het waren eigenlijk altijd mooie herinneringen die in me opkwamen. Hoe we samen naar de Efteling gingen, en jij nog harder gilde dan ik in de Python… Dat we films keken in de zetel, om ter griezeligst, omdat je dan vond dat ik zo schattig bij je kwam schuilen. En de aanmaningen van onze ouders, die gek werden van ons, en dan vooral van de krankzinnige telefoonrekeningen die we hen bezorgden omdat we ‘heel even wilden babbelen’…

Ik werd mama, kreeg een dochtertje. Via een vriendin hoorde ik dat jij op trouwen stond. Heel even voelde ik een steek in mijn hart. Gek toch, zolang nadat we uit elkaar gingen? De jaren gingen verder, mijn relatie bleef niet duren. Een pijnlijke breuk schudde me bruusk wakker: de wereld lag niet aan mijn voeten, ik was al blij als ik elke dag de moed vond om op te staan en alles gedaan kreeg. Het heeft even geduurd, maar na een paar jaar vond ik mijn draai als single mama. Er kwamen nog wel wat mannen in mijn leven, maar niemand raakte voorbij de voordeur. Ik was een zelfstandige vrouw, eindelijk, en dat wilde ik me door niemand meer laten afpakken. Vriendjes, ja, samenwonen, nee dank je.

En toen kwam ik jou tegen. Stomweg op café waar ik had afgesproken met wat vriendinnen. Ik zag je, en mijn hart maakte weer een sprongetje. Ik voelde me onnozel, als ‘zelfstandige’ vrouw, maar ik kon het niet helpen. Je had altijd dat bijzondere plekje in mijn hart gehouden… We raakten aan de praat, en bleven doorpraten, lang nadat mijn vriendinnen weer naar huis waren. Jij was ook weg bij je vrouw. Papa van een zoontje. Klaar met de liefde, alleen maar zin om er het beste van te maken met je zoon, vertelde je stoer. Ik praatte even stoer terug over ‘onafhankelijk’ en ‘zelfstandig’ en ‘niemand nodig’. En op het einde van de avond kusten we, ging je met me mee naar huis en ben je nooit meer weggegaan…

En nu, sinds een paar weken, hebben we samen een huis. Hoe krankzinnig is dat? Ik heb er de eerste weken rationeel over nagedacht. Ik was bang om mijn onafhankelijkheid weer te verliezen. Bang om gekwetst te worden. Ik zei tegen je dat ik tijd nodig had, tijd om na te denken. Maar daar ben ik mee gestopt. Jij bent mijn eerste, maar ook mijn grote liefde. Alles aan jou en mij samen klopt gewoon. Je maakt niet alleen mijn leven mooier, je maakt mij mooier.

Ach, lieve schat, dit zou eigenlijk gewoon maar een kattebelletje worden om je te zeggen dat ik je zo graag zie. Maar net zoals in het echt, raak ik ook op papier niet uitgepraat met jou. Ik hoop dat het voor altijd mag duren. Ik weet dat het voor altijd zal duren.

Ik hou van jou.
– Anneke

Sabine (29)

… was anderhalf jaar samen met Stijn. Ze heeft spijt dat ze het uitmaakte met hem.

“Onze vrienden zeiden vaak dat we voor elkaar gemaakt waren. En ergens dacht ik nog dat het zou goedkomen tussen ons”

Dag sjoeke,

Lang geleden dat je zo nog bent genoemd, niet? Ik mis het soms, om je zo aan te spreken, mag ik dat zeggen? We zien elkaar zo vaak, minstens elke week, wanneer we samen met onze vriendengroep op stap gaan. Dat hadden we afgesproken toen ik het uitmaakte: we zouden vrienden blijven. Waarom heb ik het eigenlijk uitgemaakt? Ik vraag het me nu, tien jaar later, nog altijd weleens af.

Ik was zo overtuigd toen. Je gaf me niet genoeg aandacht, zei ik. Je vrienden kwamen te veel op de eerste plaats. Je hield niet écht van mij, zei ik. Wat was ik stom. Je begreep het. Je was verdrietig, je hield nog van me. Je vroeg of we er nog aan konden werken, maar dat wilde ik niet meer. Ik dacht dat ik vrij wilde zijn, dat ik wilde genieten. Dus accepteerde je dat en werden we vrienden. Ik zag je soms nog naar me kijken met die speciale blik in je ogen. Bezorgd om me. Met heel veel liefde. Het deed me deugd. Jij was er, altijd. Als ik je nodig had, moest ik je maar bellen en je kwam langs. We deden veel samen, met al onze vrienden of met z’n tweetjes. Nooit heb je nog een poging gedaan me te kussen, al had ik dat soms wel gewild. Maar hey, ik was degene die het had uitgemaakt, ik kon nu toch niet op mijn woorden terugkomen? Ik zei niets, misschien omdat ik ergens achteraan in mijn hoofd wel dacht dat het ooit weer goed zou komen tussen ons. Al onze vrienden zeiden het zo vaak, dat we voor elkaar gemaakt waren. Zelfs toen jij een vriendinnetje kreeg, zei iedereen dat het niet zou blijven duren. ‘Hij zal je nooit echt uit zijn hoofd kunnen zetten’, zeiden mijn vriendinnen. Ja, ik voelde steekjes van jaloezie wanneer ik je samen met je vriendin zag. Jij was toch mijn sjoeke? Maar ik hield afstand.

En nu ga je trouwen. Nu denk ik elke dag: ik ga je zeggen dat ik nog van je hou. En elke dag weer zeg ik niets. Ik heb het recht niet. Je bent zo’n mooi mens, je verdient ook een echt mooi mens naast je. Mijn wispelturigheid heb je één keer moeten ondergaan, het heeft je zoveel verdriet gedaan. Ik doe het je geen tweede keer aan. Misschien is dat wel mijn mooiste liefdesverklaring voor jou: ik laat je trouwen met haar. Ik laat je gelukkig worden met haar. Ik hoop zo dat ze je gelukkig zal maken… Ik weet dat ik deze brief nooit zal opsturen, daarom kan ik het hier wél zeggen. Ik denk dat ik nooit ben gestopt met van je te houden.

– Je bolleke

Nicole (35)

… was achttien jaar samen met Jacob, haar eerste liefde. Hij liet haar drie maanden geleden staan voor iemand anders.

“Ik ben je kwijt. En na al die jaren met jou samen lijkt het daardoor of ik ook mezelf kwijt ben”

Dag Jacob,

Ik zei het je drie maanden geleden, toen je hier definitief buitenstapte. ‘Dag Jacob’. Achttien jaar samen en je gooide het allemaal weg voor een zotte verliefdheid. Ik begrijp het niet. Waar is mijn rationele, rustige, standvastige man heen? Wat is je overkomen? Ik ben verliefd op je geworden al die jaren geleden omwille van je rust en je vastberadenheid. Ik was onzeker en zoekende, wist niet of ik wel een relatie met je wilde, hield de boot af. Daar liet jij je niet door van je stuk brengen. ‘Ik wacht op jou’, zei je iedere keer weer. Toen we een jaar later eindelijk een koppel werden, zei je nog lachend: ‘Ik zei het je toch?’

We zijn zo gelukkig geweest, Jacob, al die jaren. Ik begrijp het niet, nog altijd niet. Natuurlijk hebben we ruzie gemaakt. Ik uitzinnig soms. Jij altijd rustig. Hoe bozer je werd, hoe lager je stem. Maar altijd vonden we elkaar terug. In het begin brachten onze ruzies me zo van mijn stuk, had ik het gevoel dat het allemaal kapot was tussen ons. Maar jij was er dan altijd om me vast te houden en me te verzekeren dat ‘wij’ voor altijd waren. ‘Ik heb zo lang op je gewacht, ik laat je nooit meer los’, zei je dan. En vier maanden geleden kom je thuis en zeg je dat je niet verder wilt met mij. Hoe moet ik dat begrijpen? Kan je me dat uitleggen, Jacob? We hebben samen drie jaar gevochten om mama en papa te mogen worden, we hebben zoveel teleurstellingen geslikt samen. We hebben twee prachtige dochters gekregen uiteindelijk. We hebben het huis van jouw ouders helemaal gerenoveerd, hebben een leven opgebouwd. We hebben gevreeën, gedanst, gekookt, gelachen en gehuild samen. Ik ben in al die jaren ook weleens onder de indruk geweest van een man, het heeft mij ook weleens deugd gedaan te merken dat ik ‘nog in de markt lag’. Maar geen haar op mijn hoofd heeft er ooit aan gedacht daar ooit iets mee te doen. Ik had immers alles. Hoe kan het dat jij dat zo anders ziet?

Het lijkt of ik je niet meer ken. Ik ben je kwijt. En na al die jaren met jou samen lijkt het daardoor of ik ook mezelf kwijt ben. Ik weet niet hoe het verder moet. Ik zou er zoveel voor overhebben om nu jouw hand te kunnen vastpakken en te zeggen: ‘Ik ben bang’. En dat jij dan – zoals je altijd deed – een kneepje in mijn hand zou geven en zeggen: ‘Het komt goed’. Maar je bent er niet meer om dat te doen. Ik ben je kwijt.

– Nicole

Samenstelling: Frauke Joossen – Coverbeeld: Getty Images

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)