Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Verder zonder verslaving: zij lieten zich vrijwillig opnemen

Door Diny Thomas

Het begint met één glaasje of één slaappil, maar soms gaat het van kwaad naar erger. An en Leanne lieten zich tien jaar geleden vrijwillig opnemen voor hun verslaving… mét succes.

Verslaafd

Ans verslaving aan alcohol en kalmeringspillen werd haar bijna fataal

An (42): “Ik herinner me nog vaag een avond dat ik als tiener met vrienden op café ging. Ik wist dat de jongen op wie ik een oogje had er ook zou zijn, dus voor ik naar binnen ging, haalde ik een fles sterke drank in de nachtwinkel om mezelf ‘wat moed in te drinken’. Alcohol gaf me het zelfvertrouwen dat ik niet had, het gevoel gezien te worden. Na zulke avonden werd ik ’s morgens met een kater wakker en dronk ik opnieuw. Alleen zo durfde ik iedereen weer onder ogen te komen. Zo ging het telkens opnieuw, jaren aan een stuk.

Op het moment dat ik als stewardess mijn eerste vlucht deed, was mijn lijf al helemaal gesloopt van al die wilde avonden. De huisarts schreef me slaappillen voor om de wisselende uren beter te verteren. ‘Een halfje voor het slapengaan’, zei hij. De eerste keer dat ik er een nam, was… geweldig. Ik werd slaperig, stopte met piekeren en zat in een gelukzalige roes. Net alsof ik tipsy was van alcohol. Maar al snel was een halfje niet meer genoeg, en voor ik het goed en wel besefte, nam ik er elke avond drie of vier. Mét een glas wijn, soms zelfs een hele fles.

“Op den duur slikte ik acht kalmeringspillen op een dag, dronk ik ‘s avonds drie flessen wijn leeg en sloeg ik nadien nog een handvol slaappillen achterover”

Ik sliep uiteraard heerlijk, maar ’s morgens werd ik onrustig wakker, met een serieuze kater en bevende handen. Zo kon ik toch niet vliegen? Dan maar een Temesta (een kalmeringsmiddel, red.) om de dag goed door te komen. Ik wist dat die kalmeringspillen alles erger maakten, maar op een zwak moment nam ik er toch één. En nog één… En nog één. Op den duur slikte ik er wel acht op een dag, dronk ik ’s avonds drie flessen wijn leeg en sloeg ik nadien nog een handvol slaappillen achterover. ’s Morgens werd ik wakker en zag ik vijf, zes lege flessen op het aanrecht staan, terwijl ik er maar drie gekocht had. Was ik ’s avonds dan nog naar de nachtwinkel gereden? Ik wist het niet…”

Een dodelijke cocktail

“Na het overlijden van mijn vader zakte ik nog dieper weg. Ik had hem jaren genegeerd, nadat hij me had gewaarschuwd voor mijn destructieve gedrag. Nochtans wist hij als geen ander wat een verslaving met je doet, hij was zelf een ex-alcoholverslaafde. Ik voelde me zo schuldig dat ik toen niet naar hem geluisterd heb, dat ik mezelf nog meer verdoofde met kalmeringspillen en alcohol. Het was een dodelijke cocktail, die me op 25 juli 2012 ook echt bijna fataal werd. (stilte)

Ik had alles in huis gehaald voor een gezellige picknick met mijn buurmeisje. Terwijl ik in de keuken broodjes stond te smeren, nipte ik zo nu en dan van een glas wijn, tot plots het licht uitging. Pas de dag erna werd ik wakker, in het ziekenhuis. Langzaam besefte ik wat er was gebeurd… Ik had niet alleen gedronken, maar ook nog kalmeringspillen geslikt. Als de mama van mijn buurmeisje me niet had gevonden, had ik het misschien niet overleefd.

Daar, in het ziekenhuisbed, zag ik eindelijk in dat het zo niet verder kon. De psycholoog van het ziekenhuis regelde een opname in een ontwenningskliniek, al moest ik nog een maand wachten voor ik er ook effectief ‘binnen’ kon.”

Niet alleen

“Na die dodelijke cocktail heb ik geen druppel meer gedronken, geen pammeke (kalmeringsmiddel, red.) meer geslikt, ook al kon ik niet meteen opgenomen worden. Ik ben thuis afgekickt, en dat was… verschrikkelijk. Rillen, zweten, niet kunnen slapen. Het voelde alsof ik ging sterven. Maar toen ik eindelijk naar de ontwenningskliniek mocht, was het ergste achter de rug en kon ik me volledig op mijn herstel focussen.

“De groepstherapie was het meest waardevol, omdat ik door de verhalen van lotgenoten pas echt besefte wat een verslaving is en wat het met je doet”

Ik zie me nog angstig zitten in de eetzaal, wachtend op ‘mijn’ groep. Maar vanaf de eerste ontmoeting voelde ik me zo gesteund. De verhalen die ik hoorde, zo rauw en puur, gaven me voor het eerst het gevoel dat ik niet alleen was. Uiteindelijk ben ik er vier maanden gebleven, wat echt nodig was. Na al die jaren in een roes geleefd te hebben, wist ik niet meer hoe ik op een nuchtere manier met mensen moest omgaan.

Ik heb de psychiater in het begin zelfs gesmeekt om de groepstherapie over te slaan, uit angst om uitgelachen of veroordeeld te worden. Maar achteraf gezien waren die momenten het meest waardevol, omdat ik door de verhalen van lotgenoten pas echt besefte wat een verslaving is en wat het met je doet. Dat was met momenten intens en zwaar, maar onmisbaar om af te kicken.

Tien jaar clean

“De dag dat ik naar huis mocht, ben ik meteen naar de apotheek gereden waar ik altijd mijn slaap- en kalmeringspillen ging halen. Niet dat ik haar de schuld geef van mijn verslaving. Ik was een meester in manipuleren, waardoor ze me telkens een nieuw doosje gaf. ‘Als je me hier ooit nog ziet, geef me dan niets mee alsjeblieft’, heb ik haar gesmeekt.

Gelukkig is dat nooit voorgevallen, want op 25 juli ben ik tien jaar clean. Tien jaar waarin ik niet één glas heb gedronken, niet één pammeke heb geslikt. Wat niet wil zeggen dat het gemakkelijk was, of is. Alcohol is óveral, het zit zelfs in een potje chocolademousse uit de supermarkt. En één hap is al genoeg om te hervallen…

Bijna elke dag word ik nog geconfronteerd met mijn verleden, maar misschien is dat niet zo slecht, dat houdt me scherp. Net als de lotgenoten die ik sinds kort als verslavingscoach begeleid. Ik weet beter dan wie ook dat het in je eentje niet lukt. Ik zie nu vanop een afstand wat een verslaving met een mens kan doen en naar dat leven wil ik echt nóóit meer terug.”

Leanne was jarenlang verslaafd aan alcohol

Leanne (56): “Ik durf het haast niet te zeggen, maar ik ben groot geworden met de fles. Ik geef mijn ouders zeker niet de schuld, maar ik heb nooit anders geweten dan dat er thuis alcohol was. Elke avond stond er een fles op tafel en het weekend spendeerden we steevast op café. Het is daar dat ik mijn eerste kriekske heb gedronken, twaalf was ik toen. Als ik er nu op terugkijk, is het vanaf dat moment misgelopen.

“Hoe ouder de kinderen werden, hoe meer ik begon te drinken. Uit eenzaamheid, denk ik nu”

Als kind was ik timide, maar als ik een glaasje op had, voelde ik me een pak zelfzekerder. Tegen mijn achttiende verlangde ik meer en meer naar dat gevoel. Als ik dan met vriendinnen uitging, nam ik een wijntje om mezelf wat moed in te drinken. Maar uiteraard bleef het niet bij ééntje. Soms ging ik zo ver dat ik me ’s anderendaags níéts meer herinnerde.

Tot mijn vijfendertigste hield ik alcohol enkel voor het weekend, maar twee mislukte huwelijken en twee kinderen, die ik in mijn eentje heb grootgebracht, later greep ik ook tijdens de week al naar de fles. Ik had altijd wel een excuus. ‘Een glaasje om de stress te vergeten.’ Of: ‘Een cavaatje om bij te komen na een zware dag.’ Maar hoe ouder de kinderen werden, hoe méér ik begon te drinken. Uit eenzaamheid, denk ik nu. Ik had het idee dat ze mij niet meer nodig hadden, dus klampte ik me vast aan de alcohol.”

Eentje kan geen kwaad

“Het ergste is dat ik zelfs geen moeite deed om mijn drankgebruik te verdoezelen. Mijn kinderen hebben me meer dronken dan nuchter gezien, maar ik zag niet hoe erg ze eronder leden. Zelfs niet toen de oudste op een avond de politie belde. Ik had enkele vrienden over de vloer gehad en had weer te diep in het glas gekeken. ‘Het spijt me, maar zo kan het écht niet verder’, zei hij toen de agenten me meenamen.

Na een nacht in de cel werd ik naar de psychiatrie gebracht. Ik herinner me nog dat ik de hele rit huilde. Niet uit schuldgevoel, wel uit zattigheid. Weer nuchter was ik ontzettend kwaad. De psychiatrie was toch geen plek voor mij? Ik was toch niet ziek? Na een maand heb ik de kliniek verlaten, en ik moet toegeven dat het nachtje in de cel en dat verblijf in de psychiatrie een diepe indruk hadden nagelaten. Daardoor wist ik een jaar lang nuchter te blijven.

Maar op een feestje met vrienden ben ik gezwicht. ‘Ach Leanne, ééntje kan geen kwaad’, moedigde iedereen me aan. Voor ik het goed en wel doorhad, was de fles weer leeg. Tien jaar geleden besefte ik dat als ik zo bleef drinken, ik niet lang meer zou leven. Op de momenten dat ik dronken was, voelde ik… niets. Maar als ik nuchter was, raakte ik verstrikt in depressieve gedachten. Zo erg zelfs dat ik een zelfmoordpoging ondernam. (stilte) Dat was het moment dat ik met een klein hartje bij een afkickkliniek ben gaan aankloppen.

Daar heb ik voor het eerst ingezien dat ik verslaafd was en dat ik, en ik alleen, verantwoordelijk ben voor mijn leven. Drie maanden ben ik er gebleven, tot ik me sterk genoeg voelde om alle handvatten die ik er had gekregen, mee te pakken in het echte leven. Dat dacht ik toch. In de kliniek hadden ze me gewaarschuwd: ‘Als je de draad van je oude leven weer oppikt, sta je hier binnen de kortste keren terug.’ Ik moest afscheid nemen van het leven waarin alcohol normaal was. ‘Ach, ik kan heus wel nee zeggen, hoor’, dacht ik, maar wat was ik overmoedig. Overal waar ik kwam, werd er gedronken.

Uiteindelijk was ik het zo beu om dat glaasje telkens weer af te wijzen, dat ik bezweek. In een mum van tijd ging de wijn weer veel te vlot binnen en liet ik me een tweede keer opnemen.”

Schuld en schaamte

“Tijdens die opname leerde ik pas écht loslaten. De schaamte om mijn jarenlange drankmisbruik, maar ook het leven dat ik zo gewend was. In zo’n kliniek leef je volgens een strikt regime, en structuur was wat ik nodig had. Ik leerde er ook dat als ik naar huis mocht, ik de weekends niet op een terras moest slijten, maar wel moest gaan wandelen in het bos. Dat ik afscheid moest nemen van vrienden die geen begrip hadden, en er nieuwe moest zoeken om de vicieuze cirkel te doorbreken.

“Als ik mijn kinderen zie glunderen als ik het bij een glaasje water hou, dan weet ik weer waarvoor ik het doe”

Intussen heb ik een lieve man die zelf geen druppel drinkt. Dat helpt. Ik ben nu vijf jaar clean, maar ik blijf mijn leven lang alcoholist. Een nuchtere alcoholist, dat wel, maar het verlangen naar een glas verdwijnt niet zomaar. Zelfs de geur en de bubbels van alcoholvrije schuimwijn brengen me al in de verleiding. Maar als ik mijn kinderen zie glunderen als ik het bij een glaasje water hou, dan weet ik weer waarvoor ik het doe.

In het begin was dat wel anders. Dan keken ze me op feestjes argwanend aan als ik luidruchtig werd of de flauwe plezante uithing. Maar het vertrouwen is er nu gelukkig wel. Dat ik een oma mag zijn voor mijn kleinkind, is daar het perfecte bewijs van. Zonder mijn lieve familie was het me nooit gelukt. Had ik geweten dat het leven zo simpel en toch zo mooi kon zijn, had ik de stap naar een nuchter leven al veel vroeger gezet.”

Waar kun je terecht?

Zit je zelf met vragen of ben je op zoek naar hulp, dan kun je:

  • Anoniem informatie opvragen bij De Druglijn op het nummer 078‑15 10 20 of via mail, Skype en chat op druglijn.be.
  • Contact opnemen met je huisarts.
  • Aankloppen bij Tele-Onthaal op het gratis nummer 106 of via chat op tele-onthaal.be.
  • Een bezoek brengen aan het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW).

Lees het volledige artikel in Libelle 14/2022.

MEER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!