Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Foto's: Ann De Wulf

Dit zijn de boeren van morgen: op bezoek in de landbouwschool

Door De Redactie

Ze rijden met tractors, knuffelen koeien en wroeten met plezier in de aarde. Voor de leerlingen van de landbouwschool in Roeselare is de boerenstiel de mooiste die er is!

“Landbouwschool? Dit is wat ik écht wil doen”

Het is een gigantische tractor, maar Marthe (19) kruipt achter het stuur alsof ze op haar fiets stapt. Opdracht voor vandaag: het veld zaaiklaar maken. Leraar Bart Vandaele geeft zijn leerlingen uitleg over de zaaidiepte en -afstand, en hoe ze de machine perfect kunnen afstellen. Er wordt gemeten, getest en in de aarde gewroet.

Op het VABI, het Vrij Agro- en Biotechnisch Instituut in Roeselare, kijkt niemand op van vuile handen of schoenen vol zand.

Marthe schreef zich pas drie jaar geleden in op de school.

Haar ouders zijn landbouwers, maar zelf wilde ze liever kapster worden. “Ik ging haartooi studeren, maar hielp na de schooluren thuis op de boerderij met kalfjes eten geven, spruiten planten, bloemkolen snijden…”, vertelt ze. “Uiteindelijk begon het dan toch te kriebelen om van richting te veranderen”.

“Ik wilde eerst kapster worden. Maar sinds ik hier op de landbouwschool zit, weet ik: dit is wat ik wil doen” –  Marthe (19)

“Mijn mama was blij, maar ook bezorgd. Jonge boeren hebben het niet gemakkelijk. Maar sinds ik hier zit, weet ik: dit is wat ik wil doen.”

landbouwschool
Beeld: Ann De Wulf

Verliefd sinds die vakantiejob

En dus klimt ze op tractors en leert ze zaaien, telen en planten. Het veld waarop de klas van Marthe vandaag oefent, ligt niet op het West-Vlaamse platteland, maar in een overdekte hal op het schooldomein van het VABI. Een grote, groene campus midden in het centrum van Roeselare, verstopt tussen de winkelstraten, marktpleinen en pitabars van de stad.

Hier dromen honderden leerlingen van een leven in de landbouw, tuinbouw of dierenzorg. De meeste leerlingen zijn zonen of dochters van landbouwers, en hebben thuis een boerderij die ze later willen of kunnen overnemen. Een minderheid komt uit een andere omgeving, maar is daarom niet minder gepassioneerd.

Zoals Arthur (19), die door een vakantiejob op een vleesveebedrijf verliefd werd op de landbouwsector. Ook hij stuurt gezwind de tractor over het omgeploegde oefenveld.

“Ik wil liefst een eigen boerderij, maar de grond is duur. Misschien loop ik wel een boerendochter tegen het lijf” (lacht) – ARTHUR (19)

“Natuurlijk wil ik ooit het liefst een eigen boerderij, zoals elke jonge boer, maar ik ben realistisch. Grond is duur. In onze streek verdwijnen steeds meer boerderijen, omdat de landbouwgrond opgekocht wordt door de industrie of door rijke mensen die graag in een mooie hoeve willen wonen.

Je moet vandaag veel geld hebben wanneer je als landbouwer wilt beginnen zonder een boerderij of land in de familie. We zien wel. Misschien loop ik wel een boerendochter tegen het lijf waarmee ik iets kan opstarten.” (lacht)

Toekomst in de landbouw

Vroeger had iedereen wel een boer in de familie, of minstens in de buurt. Vandaag telt ons land steeds minder boeren. In veertig jaar tijd verdween bijna zeventig procent van de landbouwbedrijven. Ook in het VABI merken ze de gevolgen van die evolutie.

“De studierichting ‘landbouw’ is minder populair dan vroeger”, zegt Gino Debever, coördinator voor de richtingen Land- en Tuinbouw. “Al lijkt daar voorzichtig verandering in te komen.

De laatste jaren zien we opnieuw een lichte stijging in het landbouwonderwijs. We trekken stilaan weer meer leerlingen aan die een toekomst zien in de landbouw, ondanks de moeilijkheden die daarbij komen kijken. Wie hier zit, is echt gemotiveerd.” Dat moet wel, want een leven als boer is hard werken.

Het toekomstbeeld van nieuwe, jonge landbouwers is er niet op verbeterd. Landbouwgrond wordt schaarser en de milieuwetgeving strenger, waardoor veel boeren flink moeten investeren in duurzame maatregelen.

Het stikstofakkoord van de Vlaamse regering, dat de schadelijke uitstoot van ammoniak in de landbouwsector naar beneden moet helpen, zet het voortbestaan van heel wat boerderijen op de helling. Voor de leerlingen van 7TL Melkvee, een specialisatiejaar voor wie in de melkveesector wil verder gaan, is het geen ver-van-mijnbedshow.

“Er is veel onzekerheid. Stel dat je nieuwe stallen zet, en binnen vijf jaar te horen krijgt dat je moet stoppen. Dan sta je daar” -ARNE (19)

Op de vraag waarin ze de grootste uitdaging zien als landbouwer, is het antwoord unaniem: blijven overleven. “Er is veel onzekerheid”, zegt Arne (19). Hij is – net als de meeste van zijn klasgenoten – opgegroeid tussen de koeien in het melkveebedrijf van zijn ouders, en stapt binnenkort mee in de zaak.

“Stel dat je nieuwe stallen zet, en over vijf jaar te horen krijgt dat je moet inkrimpen of zelfs stoppen. Dan sta je daar.”

Trots op je afkomst

Vandaag zitten Arne en zijn kameraden nog achter hun laptop op de schoolbanken – les volgen op de landbouwschool is méér dan rijden met tractors – maar niet voor lang meer. Binnenkort begint voor hen het werkleven, of toch het betaalde werkleven.

Want ook al gaan ze nog naar school, de meesten helpen thuis al jaren mee op de boerderij. Dat blijkt duidelijk uit de klasgesprekken die ze voeren tijdens een theorieles over luzerne, een gewas dat beter tegen de droogte kan dan gras en dus ideaal lijkt in tijden van klimaatopwarming.

De ernst waarmee ze vragen stellen en tips en ervaringen uitwisselen, verraadt dat deze jongemannen al met beide voeten in het boerenleven staan. En dat ze niets liever willen dan dat.

landbouwschool
Foto: Ann De Wulf

“De boerenstiel is de mooiste die er is”, zegt Emiel (19). “Je leeft op het ritme van de natuur, je mag met dieren werken én je bent je eigen baas. Mijn grootvader, die zelf boer was, loopt thuis nog altijd op het erf rond. De landbouw, dat is ons leven.”

Ze zijn trots op hun boerenafkomst en op het vak dat ze gaan uitoefenen. “Als je niet fier bent, hou je het niet vol”, zegt Arne. “Zo simpel is het.”

“Boer zijn is het mooiste wat er is: je leeft op het ritme van de natuur, je werkt met dieren én je bent je eigen baas” – EMIEL (19)

Handen uit de mouwen

Op een school die haar leerlingen voorbereidt op een job in de agrarische sector, zie je altijd wel ergens een kruiwagen of een hark staan. In de grote, moderne serres is een klasgroep bezig met het opruimen van komkommerplanten.

De radio speelt, er wordt zowel gelachen als ijverig gesnoeid. Aan de ingang wacht een stapeltje bakken gevuld met tomaten. Een beetje verderop staan enkele leerlingen aardbeien te plukken.

“Veel van de groenten en fruit die we hier telen, gaan naar de veiling”, zegt teeltleider tuinbouw en praktijkleerkracht John Vanderquaden. “Op vrijdag houden we ook een schoolwinkel open voor de buurtbewoners. We proberen zo weinig mogelijk verloren te laten gaan.”

In de laszone van de school gaat het er iets ruwer aan toe. Hier leren de leerlingen al op jonge leeftijd hoe ze kleine problemen aan hun tractor of andere machines zelf kunnen herstellen. Prima idee, vindt Anouk (14). “Alles kost geld. Het is handig als je zelf je plan kunt trekken, zodat je niet altijd iemand moet bellen wanneer er iets kapot is.”

boeren van morgen
Foto: Ann De Wulf

Ook Giel (15) is blij met de praktijklessen die hij krijgt. Hij komt niet uit een landbouwfamilie, wél uit een dorp waar de tractors elke dag langs de deur rijden. “Ik zou graag in de melkveesector werken, als inspecteur of bedrijfsmanager.

Daarom heb ik vorig jaar beslist om hier naar school te komen. De praktijklessen vindt ik het leukst. Ik heb al ontzettend veel bijgeleerd.”

365 dagen school

Koeien melken of aardappelen in de grond steken, dat leer je vooral door te dóen. De school heeft daarom een eigen ‘oefenboerderij’ op enkele kilometers van de stad. Op de praktijkhoeve in Beitem mogen de jongeren zelf het veld op gaan om gewassen zoals bieten, kolen en aardappelen te planten of te oogsten.

Voor de studenten van de richting Dierenzorg zijn er stallen met paarden, pony’s, schapen, geiten, knaagdieren en hoenderen. Het is een volwaardige boerderij waar ook tijdens de weekends en vakanties de dieren en akkers verzorgd moeten worden.

Een taak die zowel leerlingen als leerkrachten op zich nemen volgens een beurtrol. “Een land- en tuinbouwschool is het hele jaar open”, lacht coördinator Gino. De leerlingen gaan ook regelmatig meehelpen op landbouwbedrijven in de buurt, waar ze ervaring kunnen opdoen in het werken met runderen, varkens en pluimvee. Onder meer op de boerderij van Arnes ouders, op fietsafstand van de school, komen scholieren ‘werkplekleren’.

boeren van morgen
Foto: Ann De Wulf

“Het is altijd interessant om te zien hoe het er op een ander landbouwbedrijf aan toegaat”, zegt Bram (21). Hij ruilt zijn sneakers voor een paar laarzen en loopt het woonerf van zijn klasgenoot op. “Hoe zijn de stallen ingericht, welk voedersysteem wordt er gebruikt,  hoe probeert de boer zijn kosten te drukken zonder het comfort van de dieren in het gedrang te brengen…Van elk bezoek steek je wel iets op.”

Ze zijn nog jong, maar klinken heel volwassen wanneer ze praten over melkrobots en rantsoenering van koeien. Hun wil om te leren is groot, net als hun gedrevenheid. Uitgaan op zaterdagavond en op zondagochtend om zes uur in de stallen staan? Daar hebben de jongens – meestal – geen probleem mee. “We zijn het gewend om te werken. En we doen het graag.”

Meer boekhouder dan boer

De handen uit de mouwen steken, is wat iedereen hier het liefste doet. Maar boeren is vandaag meer dan de hele dag buiten op het veld zitten. Een moderne landbouwer moet ook zijn hoofd gebruiken – en niet zo’n beetje. In een klaslokaal zitten de vierdejaars van leerkracht Jolien Dejonckheere over hun rekenmachine gebogen. Ze zijn bezig met bemestingsoefeningen: hoeveel kilogram van welke meststof moeten ze aankopen om hun – fictieve – veld te bestrooien?

boeren van morgen
Foto: Ann De Wulf

“Ze moeten niet enkel kijken naar de kostprijs van de mest, maar ook naar de stikstofuitstoot ervan”, licht Jolien toe. “De regelgeving is bijzonder streng. Het is belangrijk dat de leerlingen weten hoe ze de juiste berekening kunnen maken.” Vergunningen aanvragen, meststoffen aangeven, de wijzigende milieuwetgeving blijven opvolgen: er komt heel wat kijken bij de administratie van een landbouwbedrijf.

Je bent soms meer boekhouder dan boer, klinkt het, maar het houdt de volgende generatie niet tegen om voor het vak te kiezen. “Mijn ouders hebben een vleesveebedrijf. Ik wil niet verloren laten gaan wat zij opgebouwd hebben”, vertelt Femke (15). “En ik vind het ook gewoon fijn om veel thuis te zijn.”

Nergens liever dan thuis

Het is een woord dat wel vaker valt bij de leerlingen: thuis. Dat is waar ze het liefst willen zijn, dicht bij de stallen, akkers en dieren. Omdat ze niet verlangen naar verder en meer, maar soms ook omdat ze niet anders kennen.

In het laatste jaar worden alle leerlingen van de afdeling Landbouw daarom op buitenlandse stage gestuurd naar een bedrijf in Frankrijk, Nederland of Denemarken. “Voor landbouwgezinnen is het niet vanzelfsprekend om op reis te gaan”, zegt leraar Pieter-Jan Vanhoutte, die de stages organiseert. “Veel leerlingen in onze school zijn nog nooit op vakantie geweest. Met de stage willen we hen even weg halen van onder de kerktoren.

Twee weken weg zijn, is voor sommigen al een echte uitdaging. Als het tijd is om te zaaien of te oogsten, willen ze zo snel mogelijk terug naar huis. Ze zijn heel begaan met het ouderlijke bedrijf.”

Achttienjarigen die liever thuis voor de varkens zorgen dan de wijde, wilde wereld in te trekken: dat wil wat zeggen. De nieuwe lichting is er – met wat twijfels en bedenkingen, maar vooral met veel goesting – klaar voor.

Tekst: Lien Lammar. Foto’s: Ann De Wulf

Dit vind je vast ook interessant:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van de beste groentips en wooninspiratie!