Karen
“Ik ben ’s morgens een houten mannetje als ik opsta. Maar daar houden ze in de fitnessclub gelukkig rekening mee”
Hoofdredactrice Karen is 50 en gelukkig getrouwd met Koen. Er is bij haar thuis altijd leven in de brouwerij, met haar drie kinderen Oliver, Noor en Anthony.
Meer bewegen
Januari is de maand van de goede voornemens, de maand waarin we graag geloven dat we toch nog een beetje een ander mens kunnen worden. Sportiever. Een kilootje minder. Met een waterfles in de hand. Zo ook bij ons thuis. Toen er net om de hoek van Koens bureau een nieuwe fitnessclub openging, was zijn goede voornemen meteen beklonken: meer bewegen. De welkomstdeal schreeuwde volgens hem ‘nu of nooit’. En de jongeman die alles had uitgelegd, was ook nog eens heel sympathiek.
Aangezien Koen bovendien korting kreeg als hij andere leden aanbracht, had hij ons meteen allemaal ingeschreven. “We gaan dat samen doen”, verkondigde hij thuis enthousiast. “Met begeleiding!” Afgelopen zondag moesten we dus met z’n allen op intake-gesprek. Noor en ik zaten er wat ongemakkelijk tussen al die zwarte toestellen en mensen die op zondagochtend de longen uit hun lijf aan het blazen waren. Eerlijk: wij voelen ons meer thuis in de tearoom met zalige brunch iets verderop.
Zondag moesten we met z’n allen op intake-gesprek in de fitness. Noor en ik zaten er wat ongemakkelijk tussen al die zwarte toestellen en puffende mensen
Eén voor één mochten we op consult bij een vrouw achter een computer, die onze gegevens noteerde. Het voelde als een examen. Of als een douanebeambte die je bagage inspecteert: zonder veel emotie, maar wel grondig. We moesten zeker de app downloaden, want zo volgden ze alles op. Dat bezorgde mij meteen stress, want ik was mijn gsm vergeten. Ik wachtte dus maar, als laatste. Eerst werden mijn naam en gegevens gecheckt. Leeftijd werd niet gevraagd, maar ik gaf ’m spontaan. “Vijftig”, zei ik fier, alsof het een diploma was.
Was ik al eens in de fitness geweest? Ja hoor. Wanneer? Goh, zo’n twintig, bijna dertig jaar geleden. Wandel of fiets ik? Ja, in het weekend. Alleen wat minder sinds onze hond enkele maanden geleden overleed. Die dwong ons vroeger tot dagelijkse wandelingen. De vrouw knikte meelevend, maar keek nauwelijks op. Lichamelijke ongemakken? Nee… toch? Of ja, ik heb een puffer voor astma, vooral bij inspanning. Maar niets bijzonders hoor. Ik word alleen snel rood als een tomaat en ik blaas nogal als ik een trap oploop.
Was ik al eens in de fitness geweest? Ja hoor, zo’n twintig jaar geleden. En ik wandel soms. De vrouw knikte meelevend
Ze bleef typen en ik kreeg de neiging de stilte op te vullen. “Ik val er niet van flauw, hoor, m’n hartslag zakt snel weer en het is al eens nagekeken.” Ze ging verder. Rug? Buik? Ach, wat lage rugpijn, van veel in de auto te zitten. En drie kinderen, drie keizersnedes, niet veel buikspieren meer, lachte ik. Nek en schouders? Soms last van mijn schouder door te zware tassen vol magazines. En een stijve nek van achter een scherm te zitten. Kon ik mijn arm vlot boven mijn schouder heffen? Plots deed dat pijn. Knieën? Benen? Nee. Alleen stramme voeten ’s ochtends. Ik ben een houten mannetje als ik opsta.
Toen keek ze eindelijk op. Ze glimlachte kordaat. “Dan houden we daar allemaal rekening mee”, zei ze. Koen zat wat verder te wachten. Buiten vroeg hij: “Amai, wat had jij allemaal? Dat duurde zo lang.” “Niks speciaals”, verdedigde ik me. “Ik ben gewoon een vrouw van vijftig.”
Meer columns lezen?
Volg ons op Facebook, Instagram, Pinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!