Mijn verhaal: Marion was slachtoffer van een vluchtmisdrijf

vluchtmisdrijf

Het leven van Marion (32) veranderde in een oogwenk toen ze het slachtoffer werd van een vluchtmisdrijf. Ze herinnert zich nog elk detail van die bewuste avond.

Meegesleurd zonder medelijden

“Het gebeurde op donderdag 3 december 2009, rond kwart over zes ‘s avonds. De werkdag zat erop, ik had de bus naar huis genomen, stapte uit aan mijn halte en wilde oversteken. Maar ik had amper twee stappen gezet toen plotseling een auto, zonder lichten, uit het niets opdook en me onderschepte. Ik kwam met een klap op de motorkap terecht, voelde een stekende pijn in mijn rug en zij. Maar het ergste moest nog komen: toen de auto afremde en ik op de grond gleed, bleef ik vasthangen aan de bumper.”

Ik voelde hoe de wagen me meesleurde over de weg. Ik schreeuwde het uit.

“Tot mijn verbijstering reed de chauffeur gewoon door, mij meesleurend over de weg. Ik voelde hoe mijn lichaam op het asfalt botste, hoe mijn hoofd tegen de grond sloeg, hoe mijn armen braken. Ik schreeuwde het paniekerig uit: ‘Stoooooop!’. Een paar honderd meter verder kwam de auto dan toch tot stilstand. Er stapte iemand uit die me bij mijn enkels greep, ruw naar de kant sleepte, mijn handtas weggriste, weer in de auto stapte en doorreed.”

Overal glasscherven

“Ik hoorde mensen roepen, naar me toe rennen, zich over me heen buigen. Een man belde de 100. Een vrouw vroeg me of ze iemand kon bellen. Met moeite hijgde ik het telefoonnummer van mijn ouders, waarop ze zei: ‘Ik schrijf het snel op, voor je misschien niets meer kunt zeggen.’ Een andere vrouw probeerde me te kalmeren: ‘Volhouden meisje, er komt hulp aan’. Ik gilde aldoor van de pijn, ook toen ik in de ziekenwagen werd gedragen.”

Mijn gezicht zat vol glasscherven, elke centimeter van mijn lijf deed pijn.

“Mijn broer was bij mijn moeder toen ze telefoon kreeg van de vrouw die haar nummer genoteerd had. Achteraf vertelde hij dat hij me door de telefoon had horen schreeuwen. Ik werd naar het ziekenhuis gebracht en meteen geopereerd. Mijn gezicht zat vol grind en glasscherven, mijn kaak en kin waren gebroken, ik had snijwonden in mijn hoofd en was vier voortanden kwijt. Mijn bovenarmen waren op verschillende plaatsten gebroken, mijn rechterelleboog was verbrijzeld en ik had derdegraadsbrandwonden op mijn dij en enkel. Elke centimeter van mijn lijf, elke beweging deed pijn. Ik mocht niet in een spiegel kijken van de verpleegsters, maar toen ik na een paar dagen een glimp van mezelf opving in de weerspiegeling van een röntgenapparaat, schrok ik me wezenloos.”

Opereren en revalideren

“Na twee maanden ziekenhuis mocht ik naar huis. Of beter: naar mijn ouders, want ik kon onmogelijk nog alleen wonen omdat ik haast niets zelf kon, vooral door de staven in mijn armen. In het begin kon ik me zelfs niet alleen wassen en aankleden. Ik heb maandenlang geslapen met een babyfoon in mijn kamer, zodat ik mama kon roepen als ik naar het toilet moest. Ik moest elke dag naar de revalidatie of de kinesist. Gelukkig was mijn vader al op pensioen, zodat hij me kon brengen en halen. Ik zou me geen raad hebben geweten zonder mijn ouders, ben hen ontzettend dankbaar voor alles wat ze toen voor me gedaan hebben. Maar het was hard om als volwassen vrouw weer zo afhankelijk van hen te zijn.”

De bezoekjes van mijn vrienden waren een leuke afleiding, maar ook een moeilijke confrontatie.

Ik voelde me ook ontzettend eenzaam. Mijn vrienden woonden in de stad en werkten overdag. Als ze bij me op bezoek kwamen en vertelden over avondjes uit, werkbeslommeringen en spannende dates, was dat voor mij zowel een leuke afleiding als een moeilijke confrontatie: zij leidden hun boeiende levens, ik was min of meer bedlegerig. Ik moest ook nog vaak terug naar het ziekenhuis voor onderzoeken en ingrepen allerhande. Het leek soms de processie van Echternach: één stap vooruit, twee achteruit, zeker als er nog infecties bijkwamen. Ik ben in totaal zeven keer geopereerd. Iedereen vond me waanzinnig dapper, maar zo rond de eerste verjaardag van mijn ongeval ben ik finaal ingestort.

Van bitterheid naar positief denken

Tot dan toe had ik blijkbaar al mijn energie nodig gehad om aan mijn genezingsproces te werken. Maar ineens kon ik niet meer en kwam alles naar boven. Niet alleen de beelden van die decemberavond, maar ook het verdriet, de pijn, de woede. Ik ben ontzettend kwaad geweest op de man die me heeft aangereden. Dat je een verkeersongeval veroorzaakt, tot daaraan toe, maar hoe kun je nu iemand langs de kant van de weg voor dood achterlaten en gewoon doorrijden? Ik heb die man gehaat, zoals ik misschien nooit meer iemand zal haten. Ik heb ook nog lang zitten hopen en bidden dat hij alsnog gepakt en gestraft zou worden, maar dat is nooit gebeurd.

Soms denk ik dat het ongeval me sterker gemaakt heeft.

Intussen besef ik dat haat en kwaadheid me alleen maar vervullen met bitterheid, terwijl ik vroeger juist zo optimistisch en positief was. Ik wil weer vooruitkijken. En al zal ik nooit meer de oude zijn, het gaat nu weer goed met me. Vroeger was ik een carrièretijger, nu werk ik met veel plezier deeltijds in een wellnesscentrum. Ik heb de laatste jaren veel gelezen, ik heb me verdiept in mindfulness en zelfontwikkeling en leef meer vanuit mijn intuïtie. Soms denk ik zelfs dat het ongeval ergens goed voor is geweest: het heeft een sterker en bewuster mens van me gemaakt.”

Bron: Libelle Magazine – Beeld: Getty Images

Van deze verhalen zijn we ook nog steeds erg onder de indruk:

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)