Oma is overspannen! Moeten grootouders te vaak op de kleinkinderen passen?

Oma is overspannen! Moeten grootouders te vaak op de kleinkinderen passen?
Grandparents talking to children. Family having leisure time in yard. They are wearing casuals.

 

Veel oma’s en opa’s van vandaag hebben hun handen vol met de zorg voor hun kleinkinderen. Misschien wel iets té vol, blijkt uit een onderzoek van de Gezinsbond: 85% voelt zich overbevraagd.

Ouder zijn in de 21ste eeuw

In de 21ste eeuw mogen moeders en vaders al eens zeggen dat het ouderschap soms behoorlijk zwaar is. We worden aangemoedigd hulp in te roepen en aan te geven wanneer we op zijn. Maar ook die hulplijnen kunnen er weleens door zitten, al is het voor hen niet zo evident om dat uit te spreken.

Uit een onderzoek van de Gezinsbond bij grootouders die voor de eerste keer een kleinkind krijgen, blijkt dat 85% zich overbevraagd voelt. Vijfentáchtig procent. Volgens hetzelfde onderzoek geeft een kwart van de grootouders aan het gevoel te hebben dat ze niet voldoen aan de verwachtingen van hun kinderen.

Wie is de grootouder van vandaag?

Veel heeft te maken met de veranderde rol van de grootouder in onze westerse maatschappij.

Sociologe Maaike Jappens: “Je kunt vandaag niet zomaar over ‘de grootouder’ spreken. Je hebt er van 40 jaar of 80 jaar, werkende grootouders of grootouders op pensioen, grootouders die nog zorg dragen voor eigen kinderen of voor ouders, grootouders die ver van hun kinderen wonen of grootouders die vlakbij wonen.

Door deze verschillen heeft de grootouderrol geen vaststaande invulling meer en moet elke opa en oma zelf bepalen wat hij of zij wil doen voor het kleinkind. Aan het ene uiterste staat de opvatting dat grootouders zich niet te veel mogen bemoeien met de opvoeding van de kleinkinderen, aan de andere kant wordt er verwacht dat ze steun bieden als die nodig is.

Die verwachtingen kunnen bij iedereen verschillen: soms zijn er grootouders die dag en nacht klaarstaan maar willen kinderen de afstand bewaren of omgekeerd.”

Tussen droom en daad staan er dan ook nog praktische bezwaren. Er zijn immers heel wat externe factoren die stoorzender kunnen spelen in de oma-rol.

Jappens: “Grootouders zijn vaak nog actief op de arbeidsmarkt, dragen zorg voor hun ouders, wonen soms ver van hun kleinkinderen of hebben een sociaal leven waar ze veel belang aan hechten: het zijn allemaal redenen waarom ze het gevoel kunnen hebben niet de grootouder te zijn die ze willen zijn.”

Elke Valgaeren van de Gezinsbond: “Een kwart van de prille grootouders heeft het gevoel de verwachtingen niet te kunnen inlossen. Ze vinden dat ze te weinig ondersteuning bieden of kunnen bieden aan het gezin van hun eerste kleinkind. Soms kiezen ze daar bewust voor maar vaker laten de omstandigheden het simpelweg niet toe om een actievere rol op te nemen. De maatschappelijk druk op de huidige generatie vijftigers en jonge zestigers is groot.”

Dat grootouders zelf vinden dat ze tekort schieten, wil helemaal niet zeggen dat hun kinderen daar ook zo over denken. Hoe zorg je er dan voor dat beide partijen op dezelfde lijn zitten? Het lijkt simpel, maar dat is het niet: praat erover. Spreek als kind uit wat je verwacht van je ouders en durf als ouder aan je kind te zeggen wat jij verwacht van het grootouderschap.

Elke Valgaeren: “Driekwart van de grootouders heeft op voorhand afspraken gemaakt met de ouders en bijna iedereen is daar unaniem tevreden over. Bij de grootouders die op voorhand geen afspraken gemaakt hebben, is er toch 13% die daar achteraf spijt van heeft.”

Oma en opa zijn overbevraagd

Ondanks goeie afspraken geeft toch 85% van de ondervraagde grootouders aan zich overbevraagd te voelen. Dit lijkt geen verwijt te zijn aan het gezin van het kleinkind, wel een klacht over de maatschappelijke druk.

Jappens: “De grootouders van nu zijn de typische sandwichgeneratie. Ze hebben verschillende ballen in de lucht te houden en dat kan een zware druk op hun schouders leggen. Uit het onderzoek blijkt namelijk ook dat veel grootouders liever méér aanwezig zouden zijn in het leven van hun kleinkinderen maar dat dit niet mogelijk is door de drukke invulling van hun eigen leven.”

Enkele getuigenissen:

Lut (59) heeft vier kleinkinderen. Ze gaan niet naar de opvang en blijven de hele week bij haar.

“Ik heb het nu drukker dan toen ik zelf mama was, maar de liefde van mijn kleinkinderen is van onschatbare waarde”

“Ik ben dertig jaar kleuterleidster geweest in de eerste en de tweede kleuterklas. Toen mijn kinderen zeiden dat ze zelf aan kinderen wilden beginnen, heb ik voorgesteld ze op te vangen. Ik heb niets tegen een crèche of een onthaalmoeder maar ik wilde het graag zélf doen. Mijn zoon en dochter zijn ook door mijn ouders opgevangen en ik zie hoe waardevol hun band is. Daar droomde ik ook van. Toen Marie, mijn eerste kleinkindje, geboren werd, was het puur genieten. Mijn man werkte nog en zij werd mijn compagnon de route. We deden alles samen: koken, naar de winkel gaan, spelen. Een jaar later kondigde mijn zoon aan dat er een tweede op komst was én was ook mijn dochter zwanger. Robbe en Julie zouden op vijf weken van elkaar geboren worden.

‘Zie je dat nog zitten, mama?’ vroegen ze bezorgd. Natuurlijk zag ik dat zitten. Maar het werd in één keer wel heel druk. De twee jongsten waren net een tweeling en ik had niet genoeg handen om alles te bolwerken.
Mijn man is een jaar vroeger gestopt met werken om mij te helpen. Anders was het niet gelukt. Hij kookt en doet het huishouden, ik hou me fulltime met de kinderen bezig. Ondertussen is er nog een vierde kleinkind bij gekomen, Arthur. Marie gaat naar school maar komt ‘s middags eten, en na haar schooldag blijft ze ook bij ons. Dus ja, ‘t is behoorlijk druk. Drukker dan toen ik zelf mama was, want toen had ik er maar twee. Maar toch is het anders. Als oma pak je alles rustiger aan en ik heb het geluk dat mijn man helpt met koken en het huishouden. Al ga ik niet liegen: als de kinderen hun middagdut doen, slaap ik ook. En ‘s avonds gebeurt het dat ik niet meer de zetel uit geraak als de kleinkinderen de deur uit zijn.”

Greta (66) heeft een drukke agenda en wil die niet omgooien voor haar kleinkinderen.

“Grootouders zijn er om hun kleinkinderen – binnen de lijntjes – te verwennen. Het mag geen verplichting worden”

“Wij willen oppassen en de kinderen mogen komen logeren maar er is van in het begin afgesproken dat we geen afspraken gaan verzetten. Alleen in geval van nood maken we een uitzondering maar de regel is: wat eerst op de kalender staat, gaat door. Onze dochter en schoonzoon begrijpen dat. Ze weten dat we een drukke agenda hebben en vragen lang op voorhand of we vrij zijn.

Als het ons dan past, zijn we gretig om de kleinkinderen op te vangen want het is een plezier om ze in huis te hebben. Volgens ons zijn grootouders er niet om kleinkinderen groot te brengen maar om hen – binnen de lijntjes – te verwennen. Het mag geen verplichting worden.”

Martine (59) worstelt soms met haar rol als grootmoeder.

“Ik zou graag meer tijd met mijn kleinkind doorbrengen, maar wanneer zou ik dat nog moeten doen?”

“Mijn echtgenoot is zelfstandige en ik heb een fulltime job. Samen met mijn broers en zussen zorg ik voor mijn hulpbehoevende moeder. Ik ben vrijwilliger, een engagement dat me heel gelukkig maakt en dat ik niet wil opgeven. En dan is er mijn eerste kleinkind, een heerlijk kind met wie ik graag meer tijd zou willen doorbrengen. Maar wanneer dan?Ik vind het heel moeilijk om al die ballen in de lucht te houden en voel me vaak schuldig. Is het niet tegenover mijn kind, dan is het tegenover mijn moeder. Niet simpel!”

Bewaak je grenzen

Erna Desiron (58) is al 37 jaar zelfstandig vroedvrouw. Ze heeft gezien hoe de komst van een kind ook bij oma’s heel wat kan losmaken en ondersteunt als perinatale coach zowel moeder als grootmoeder in hun nieuwe rol. Ze geeft zes tips om ook kersverse oma’s te laten groeien in het grootouderschap.

6 tips van de vroedvrouw voor de grootouder

1. Wacht af of je raad welkom is.

“Als oma zit je vol goede raad maar je dochter of schoondochter heeft daar niet altijd nood aan. Geef enkel advies als ernaar gevraagd wordt.”

2. Zorg voor jezelf.

“‘t Is een raad die alle moeders in de kraamtijd krijgen: een gelukkige mama maakt een gelukkig kind. Maar ook voor oma’s geldt dat. Aangeven dat het te veel wordt, doet niets af aan de liefde voor je kleinkind. Als je niet goed voor jezelf zorgt, kun je ook niet voor een ander zorgen.”

3. Probeer je schuldgevoel te plaatsen.

“Veel oma’s voelen zich schuldig als ze eens nee zeggen. Die gevoelens zijn vaak niet rationeel te plaatsen, maar weet dat je niet egoïstisch bent als je eens niet kunt. Vaak is de eerste die dit zal begrijpen, je kind zelf.”

“Aangeven dat het te veel wordt, doet niets af aan de liefde voor je kleinkind”

 

4. Maak goeie afspraken met je partner.

“Als er ook een opa in het spel is, moet je ook hem ruimte geven. Misschien wil jij veel oppassen maar heeft hij meer nood aan rust? Probeer tot een compromis te komen, anders zorgt dit voor spanningen binnen je relatie.”

5. Denk goed na voor je dingen belooft.

“Het is gemakkelijker om iets extra’s te doen dan om een gemaakte afspraak niet te kunnen nakomen. Ook al wil je heel graag veel oppassen, besef dat je misschien nog werkt of de zorg voor je eigen ouders draagt. Het moet haalbaar blijven.”

6. Praat erover met vriendinnen.

“Onder vriendinnen durf je al sneller je hart te luchten en het is goed om een klankbord te hebben. Je bent niet de enige oma die af en toe eens worstelt met die nieuwe rol. Het thema bespreekbaar maken kan voor andere oma’s ook verlichtend werken. Als je toch dreigt onderuit te gaan, biedt professionele hulp steun.”
Info? edesiron@hotmail.com

Tekst: Lisa Gabriëls voor Libelle magazine. Beeld: Getty Images

Lees ook:

 

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)