Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© Getty Images

SOS opvoeding: “Onze driejarige zoon krijgt bij de minste aanleiding een woedeuitbarsting”

Door Elke Spelters

Leen heeft het moeilijk met haar zoontje van drie. Ze vermoedt dat hij een ontwikkelingsstoornis heeft. Volgens papa Jeroen is er niets mis met Kareltje.

Wat zegt mama Leen?

Leen (40): “Wij hebben heel lang op Karel moeten wachten. Na een fertiliteitstraject van bijna tien jaar hadden we bijna de hoop opgegeven. Jarenlang heb ik hormonen moeten spuiten, bezocht ik verschillende specialisten… Dat heeft veel van mij gevraagd. Maar de wens was zo groot: alles had ik ervoor over. We hebben heel dat traject altijd voor ons gehouden. Mijn man is niet echt een prater en zelf wilde ik ook niet dat mensen medelijden hadden. Maar daardoor heb ik me al die jaren wel heel eenzaam gevoeld.

Toen Karel geboren werd, kon ik mijn geluk niet op. Maar na een aantal dagen begon die roze wolk heel donker te kleuren. Karel huilde veel, de borstvoeding kwam moeilijk op gang en overdag sliep hij bijna niet. Na een week ging Jeroen opnieuw werken, waardoor bijna alles op mijn schouders terechtkwam. Toen ben ik gecrasht. Mijn mama had dat in de gaten en is toen veel komen helpen. Maar eigenlijk loopt het nog steeds heel moeilijk.

Karel krijgt bij de minste aanleiding een woedeuitbarsting. Ik ben echt ten einde raad

Karel is een gefrustreerde kleuter en bij de minste aanleiding krijgt hij een woedeuitbarsting. Ik zit echt met mijn handen in het haar. Ik heb alles al geprobeerd: heel lief zijn en veel toelaten, of net heel duidelijke grenzen trekken. Niks lijkt te werken. En dan doet mijn man er soms nog een schepje bovenop. Hij weet het altijd beter. Bij hem lijkt Karel ook gelukkiger. Ergens ben ik blij als ik hen samen bezig zie, maar aan de andere kant kwetst het mij ook, omdat ik die leuke momenten met Karel veel minder heb.

Op dit ogenblik verdrink ik in de rollen die ik moet vervullen: mama van Karel, dochter van een moeder die veel zorg nodig heeft, vriendin, collega, vrouw… Ik heb ook het gevoel dat ik in al die rollen faal: op het werk kan ik me niet concentreren, ik spreek veel minder af met vriendinnen, kan van mijn moeder minder verdragen en tussen Jeroen en mij is er een grote afstand. Soms weet ik het allemaal niet meer. Er klopt in ieder geval iets niet. Misschien scheelt er wel iets met Karel, heeft hij ADHD of autisme of zo. Als dat zo zou zijn, kan er hopelijk een oplossing komen, en gaat alles misschien beter…”

Wat zegt papa Jeroen?

Jeroen (44): “Ik hou heel veel van mijn gezin, maar de laatste tijd loopt het thuis erg moeizaam. Karel is geen gemakkelijk kind en mijn vrouw zit er volledig onderdoor. Ik merk dat ze nog weinig kan verdragen. Als ik iets zeg of een tip geef, wordt ze meteen boos en zegt ze dat ik het altijd beter meen te weten. Terwijl ik gewoon wil helpen.

Ik geef eerlijk toe dat ik liever op het werk ben dan thuis. Ik ben echt blij als ik ’s morgens de deur achter me dicht kan trekken. Een gezellig avondje met ons tweeën? Dat is echt al jaren geleden. Ook de keren dat we het afgelopen jaar hebben gevrijd, kan ik op één hand tellen. Leen denkt dat er iets scheelt met Karel, maar ik denk dat hij gewoon een pittig kereltje is, dat duidelijke grenzen nodig heeft.

Leen verwachtte dat een kind opvoeden vanzelf zou gaan, maar zo werkt het niet

Bij mij heeft Karel minder uitbarstingen. Hij lijkt dan iets rustiger. Voor Leen is dat moeilijk te begrijpen. Ik heb het gevoel dat zij had verwacht dat alles rozengeur en maneschijn zou zijn en dat een kind opvoeden vanzelf zou gaan. Maar dat is niet realistisch. Een kind opvoeden is samen zoeken, maar daar lijkt zij geen geduld voor te hebben.

Ik zou het leuk vinden als we vaker iets zouden doen als gezin. Samen met Karel naar een binnenspeeltuin gaan, bijvoorbeeld. Dan kan hij ravotten, terwijl wij rustig iets drinken. Maar ik zou vooral heel blij zijn als Leen weer wat gelukkiger was. Ik maak me zorgen om haar en zou willen dat ze beter in haar vel zou zitten. Ik zie haar nog altijd heel graag en ze is echt een goede mama voor Karel. Ik hoop dat ze dat zelf ook kan inzien.”

Zo ging het verder

Kinderpsychologe Anneleen Schockaert: “Tijdens het eerste gesprek zie ik Leen en Jeroen samen met Karel. Voor mij zit een moeder die volledig leeggezogen lijkt. Er zit geen sprankel in haar ogen, alsof ze het heeft opgegeven. Jeroen daarentegen, is vooral op Karel gericht en zit er wat ongemakkelijk bij.

Het wordt al snel duidelijk dat Karel een sterk eigen willetje heeft. Als hij iets niet fijn vindt, maakt hij dat meteen duidelijk. Ook bij mij in de praktijkruimte gaat hij een paar keer boos op de grond zitten. Leen en Jeroen lijken dan volledig het noorden kwijt. Soms reageren ze meteen, soms negeren ze het. Deze ouders hebben zichzelf de voorbije jaren volledig voorbijgelopen en zijn elkaar verloren. Er is nog weinig verbinding voelbaar.

Tijdens de eerste twee gesprekken komt ook het hele fertiliteitstraject aan bod. Leen heeft deze lange lijdensweg nog geen plaats kunnen geven en raakt telkens overmand door emoties. Zowel Leen als Jeroen hebben geleerd om zich terug te trekken op hun eigen eilandje en niet te veel op de ander te steunen, terwijl dat net zo belangrijk is tijdens de eerste levensjaren van een kind. Een zwangerschapswens, zwanger zijn, een kind op de wereld zetten… het zet je hele wereld op z’n kop.

We zoeken uit welke aanpak bij Karel werkt en wat voor ouders Leen en Jeroen willen zijn

Er bestaat een oud gezegde waar heel veel waarheid in zit: It takes a village to raise a child. Vroeger werd dat ook echt zo gedaan, heel het dorp werd mee ingeschakeld om in te staan voor de zorg van de kinderen. Nu wordt er in onze maatschappij verwacht dat je dat helemaal alleen doet als gezin. Maar eigenlijk is dat echt niet realistisch. Heel veel ouders lopen vroeg of laat dan ook vast en hebben het gevoel dat ze falen in de verschillende rollen die ze oppakken.

In de komende gesprekken blijf ik Leen en Jeroen samen met Karel zien. We staan stil bij hun netwerk. Al snel wordt duidelijk dat ze veel mensen die belangrijk voor hen zijn, op afstand houden. Ze oefenen de komende periode om deze mensen te laten weten hoe het echt gaat en om steun te vragen wanneer nodig.

Het fertiliteitstraject en de grote kinderwens hebben ervoor gezorgd dat er heel veel druk bij Karel lag om het perfecte kind te worden

We staan ook stil bij de interactie tussen Leen en Jeroen en met Karel. Het fertiliteitstraject en de grote kinderwens hebben ervoor gezorgd dat er heel veel druk bij Karel lag om het perfecte kind te worden. Nu dat inzicht is uitgesproken, lijkt er na verloop van tijd minder spanning te zitten in de relatie tussen Karel en zijn mama. Leen krijgt meer inzichten in hoe ze omgaat met Karel, en beseft dat ze heel moeilijk kan verdragen dat Karel iets van negatieve emoties uit, zoals frustratie of verdriet. Daar wordt ze heel onzeker van.

We zoeken samen hoe zij als ouders de emoties van hun kind kunnen leren verdragen en zo Karel kunnen helpen. Belangrijk is dat ze beseffen dat de emoties van Karel zijn, niet van hen. Zij móéten niet meegaan in zijn emotie. In plaats van boos te reageren op de frustraties van Karel, kan Leen nu zeggen: ‘Dat vind je echt niet leuk, hé Karel, als we zeggen dat je nu niet mag schilderen. Wat lastig voor jou.’

Samen zoeken we naar wat voor iemand Karel is, welke aanpak voor hem werkt, en wat voor ouders Leen en Jeroen willen zijn. Het koppel voelt zich na een paar sessies al heel wat verder geholpen. Er wordt afgesproken om binnen een tweetal maanden nog eens opnieuw samen te komen om te kijken hoe het loopt.”

Uit: Libelle 49/2022 – Tekst: Anneleen Schockaert

MEER OPVOEDINGSKWESTIES:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!