Mijn verhaal: Leila overwon een moeilijke jeugd dankzij haar juf

Mijn verhaal: Leila overwon een moeilijke jeugd dankzij haar juf
Rear view of senior woman and adult daughter strolling in park

 

Leila (22): “Ik heb geen makkelijke jeugd gehad. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik nog een peuter was, en de scheiding verliep moeilijk: mama, mijn twee zussen en ik hebben zelfs even in een vluchthuis gewoond. Uiteindelijk slaagden we erin om een nieuw thuis op te bouwen, maar toen werd mama ziek. Ze kon niet meer gaan werken en moest rondkomen van een uitkering. We leefden in armoede, stress en spanning. Geen goede situatie voor een opgroeiend kind… Ik weet heel zeker: had juf Nora zich niet als een tweede moeder over mij ontfermd, dan was het met mij slecht afgelopen.

Ik leerde juf Nora kennen op de middelbare school. Het was een fijne school met een goede reputatie. En toch kreeg ik het er hard te verduren. Ik ben Marokkaanse, maar geen moslima. Ik ben niet gelovig, draag geen hoofddoek, doe niet mee aan de ramadan. Daarover werd ik zwaar aangepakt door Marokkaanse klasgenoten. Zij begrepen niet dat ik zo nonchalant met het geloof kon omspringen. Juf Nora – ook een Marokkaanse – heeft zich toen over mij ontfermd. Zij legde uit dat geloof een vrije keuze is, en dat het helemaal oké is om een eigen mening te hebben. Het deed zoveel deugd om te voelen dat zij achter mij stond. Maar intussen kreeg ik het thuis steeds moeilijker. Ik wilde ook wel eens een nieuw jurkje of wat make-up kopen, maar we moesten op elke cent letten. Daarom begon ik te werken. Elke avond na school ging ik opdienen in cafés en restaurants. Ik werkte door tot ’s nachts en zat ’s ochtends vaak doodmoe in de les.

“Als ik niet op school was, belde juf Nora me. ‘Moet ik je komen halen?’ zei ze dan. Laat me met rust, dacht ik vaak”

Toen kreeg mama een nieuwe vriend. Een heel traditionele, conservatieve man. Ineens mochten we niks meer. Ons haar kleuren, uitgaan, rokjes dragen… Allemaal verboden. Natuurlijk pikten mijn zussen en ik dat niet zomaar. ‘Jij bent onze papa niet’, schreeuwden we. Het was voortdurend ruzie. Mijn twee zussen zijn dat jaar thuis weggegaan. Ik was nog minderjarig en bleef alleen achter. Ik werd vreselijk eenzaam. Bij vriendinnen zag ik hoe ze thuis al eens een knuffel kregen, een schouderklopje, een centje voor een goed rapport. Dat had ik allemaal niet. Ik begon nog meer te werken, om toch maar niet thuis te hoeven zijn.

Ik had nauwelijks nog energie om naar school te gaan. Thuis werd ook nooit gewezen op het belang van een diploma of goed onderwijs, en die motivatie heb je als tiener toch wel een beetje nodig. Ik begon steeds vaker te spijbelen. Maar dan was er weer juf Nora. Ze hield me in de gaten. Als ze merkte dat ik niet op school was, belde ze me op. ‘Kom naar school, of ik kom je halen’, zei ze dan. Ik werd er soms boos van. Laat me toch gewoon met rust, heb ik vaak gedacht. Maar achteraf gezien is het enkel dankzij haar dat ik uiteindelijk toch altijd weer terugging.

Rond mijn zestiende bereikte ik een dieptepunt. Het was alsof ik een soort terugslag kreeg van alles wat er was gebeurd: die scheiding lang geleden, de pesterijen op school, de eenzaamheid, het gemis van mijn zussen, de combinatie werk en school, die vriend van mama… Het leek allemaal samen te komen in mijn hoofd. Ik zag geen enkel lichtpunt meer, en gleed weg in een depressie. Tot daar, alweer, mijn reddende engel was. Juf Nora ving me op, gaf me het gevoel dat ik er niet alleen voor stond, dat ik altijd bij haar terechtkon. Zij overtuigde me om naar een psychiater te gaan, waar ik antidepressiva kreeg voorgeschreven. Daardoor ging het beter met me. Ik raakte een beetje afgevlakt, de scherpe kantjes gingen eraf. Het kon me niet meer zoveel schelen wat mama’s vriend allemaal tegen me zei, en ik onderging de combinatie werk en school zonder veel nadenken. Helaas had het ook een nadeel: ik had geen empathie meer. Ik verloor mijn interesse in mensen. Zonder het te beseffen. Pas toen ik hoorde dat klasgenoten me de bijnaam ‘no heart’ hadden gegeven, zag ik in dat het zo niet verder kon. Ik besloot om in therapie te gaan en de medicatie af te bouwen. Op mijn achttiende had ik mijn depressie overwonnen, en nam ik geen antidepressiva meer.

Het jaar daarna is alles in de plooi gevallen. Ik studeerde af en vond een job waarbij ik me heel goed voel. Ik leerde een leuke jongen kennen en hoop binnenkort met hem te gaan samenwonen. Mama heeft gebroken met die man, mijn zussen komen weer naar huis. En bovenop dat alles heb ik nog steeds diezelfde, vaste waarde: juf Nora. We zien elkaar heel vaak. Ze is dertig jaar ouder dan ik, maar toch voelt ze als een beste vriendin, een zus zelfs. Zonder haar zou ik nergens zijn, dat weet ik heel zeker. Ik zal wellicht nooit begrijpen waarom ze zich over mij heeft ontfermd: waarom ik en niet één van die honderden andere leerlingen. Maar wat ik wél zeker weet, is dat ik haar de rest van mijn leven dankbaar zal zijn. En dat ik alle kinderen een juf zoals haar toewens, zeker kinderen met een moeilijke thuissituatie. Ik heb het zelf ondervonden: één persoon kan écht het verschil maken.”

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)