Column Marcel: Over de slechte dagen die erbij horen

 

Ik wil niet te veel pochen, maar ik overdrijf niet als ik zeg dat ik een fantastisch leuke baan heb. De afgelopen week, bijvoorbeeld, mocht ik naar Vlaanderen afreizen om een Beroemde Vlaming te interviewen voor dit prachtige blad. Het was een man van statuur, een legende zou je zelfs mogen zeggen en ik – die gewone Hollander met die baard en dat petje – mocht bij hem thuiskomen om hem het maathemd van het lijf te vragen. Voorwaar een eer en een genoegen.
Dat gezegd hebbende, lieve lezers, is het niet áltijd even gemakkelijk om mij te zijn. Ik heb namelijk ook gewoon slechte dagen. Zoals gisteren. Dat was een beroerde dag zeg. En ik moest ook nog eens op de foto. Zul je altijd zien. Door een ander tijdschrift waar ik voor werk, was een fotograaf ingehuurd met heel veel flitslampen.
Op zich niet iets om wakker van te liggen, maar wel als je gedurende de dag van de fotograaf, zijn assistent, je vrouw, diverse collega’s, toevallige voorbijgangers en je schoonmoeder te horen krijgt dat je er moe uitziet. De altijd lieve Carlijn vroeg het nog eufemistisch: “Heb je slecht geslapen?” De ander noemde me een ‘hondenkop’ en weer een ander zei dat “die wallen echt ronduit belachelijk” waren.

Ik geef grif toe: ik zag er slecht uit. Grauw, kleine ogen, grote wallen, vermoeid haar, inspiratieloze baard. Die dagen kun je hebben, nietwaar, we kunnen er niet altijd op ons best uitzien. We zijn geen supermodel. Alleen het ding is dat ik ze het laatste anderhalf jaar best vaak heb, die slechte dagen. Dan is het al snel gemakkelijk om mijn dochter, de schitterende Sammie, de schuld te geven, want die is – ah, kijk, dat is geen toeval – precies anderhalf jaar oud. Edoch: die slaapt gewoon hele nachten door. Van zeven uur ’s avonds tot half acht ’s ochtends. Ze snurkt als een klein havenarbeidertje en dankzij de firma Pampers hoeft ze er ’s nachts ook niet uit voor een plasje – in tegenstelling tot haar vader. Ze heeft weleens een nachtmerrie of zo, maar die zijn vooralsnog op één hand te tellen en na wat zoet troosten ronkt ze rustig verder.

“Sammie slaapt als een klein havenarbeidertje hele nachten door. Maar toch ben ik moe. En niet zo’n beetje ook”

Toch ben ik moe. Niet zo’n beetje ook. Of het nou door Sammie komt, of niet. En dat is ronduit waardeloos. Want waar ik daar pre-Sammie gewoon over mocht klagen, mag dat nu niet meer. “Het hoort erbij, vader,” zegt Carlijn. “Niet zo zeuren, papa,” zeggen mijn vrienden. “Mannen die zeuren over vermoeidheid moeten aan hun wijkende haargrens het land uit worden getrokken,” zeggen de diverse baby- en kindgerelateerde media. Want het hoort erbij. En ja, Marcel, jij wilde toch een kind, met je baard en je baan en je zeurstukjes?

Het is waar. Ik wilde een kind. Ik was erbij toen ze gemaakt werd, ik keek ademloos toe toen ze geboren werd en ze is het prachtigste kind van de wereld. Het is het mooiste dat me ooit is overkomen, ik zou nooit meer zonder haar kunnen, het liefst zit ik de hele dag naar haar te kijken. Ik verschoon haar met liefde, doe haar in bad, streel haar als ze valt, geef haar een boterham met pindakaas, prak haar hapjes, lepel die naar binnen, ik schenk haar water in, wandel met haar langs de Amsterdamse grachten, breng haar naar het kinderdagverblijf, zing geestdodende kinderliedjes, dans met haar de woonkamer rond, doe haar kleding in de was en haal ze er daarna weer uit. Ik doe alles voor haar, alles. En met liefde. Maar ze hadden er wel even bij mogen vertellen dat kinderen zelfs vermoeiend kunnen zijn als ze gewoon de hele nacht doorslapen.

Lees ook:

 

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)