De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Ik kijk met verbazing naar chauffeurs in hun auto, kwaad op iedereen”

Hannelore Bedert (37) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (10) en Polly (5). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

Pratende auto’s

Ik heb me al vaak afgevraagd wat het toch is met auto’s waardoor sommige mensen, eenmaal achter het stuur, in monsters veranderen? Je zou ze kleuters kunnen noemen, ware het niet dat dat een belediging vormt voor wie echt tot die leeftijdscategorie behoort. In welk deel van de hersenen liep het fout bij mensen die een auto kopen en daarna denken dat ze heerser zijn over de weg en dat niemand anders nog van de meters rondom de wagen gebruikmag maken?

Vorige week reed Hoppe met z’n fiets in – godbetert – een fietsstraat, waar fietsers voorrang hebben en auto’s achter hen moeten blijven rijden. Omdat Hoppe blijkbaar niet snel genoeg fietste, schold de chauffeur van de wagen hem uit. Ik kon het amper geloven toen Hoppe het voorval uit de doeken deed nadien, maar het is nu eenmaal zo: er zijn chauffeurs die bij de kleur van een fietsstraat denken dat er een rode loper voor hen werd uitgerold. Vaak kijk ik met verbazing naar chauffeurs die met rood aangelopen gezicht in hun wagen zitten, de vingers rond hun stuur geklemd, kwaad op iedereen. Wat is het toch dat hen zo gefrustreerd maakt?

“Een tijdje geleden schafte ik mij een nieuwe wagen aan. Het werd er eentje waar meer snufjes in zitten dan ik ooit al had in een auto”

Maar kijk, bij een vraag hoort een (toevallige) proef en een mogelijke uitkomst! Een tijdje geleden schafte ik mij een nieuwe wagen aan. Ik ben van het principe: je gebruikt iets tot het kapot is en pas dan vervang je het ding. Dus toen de oude wagen nog amper vooruit wilde, gaf ik toe en zocht ik een nieuwe. Nu ja, een ‘tweedehandse nieuwe’ uiteraard – ik ben en blijf een alleenstaande moeder, haha – maar het werd er wel eentje waar meer snufjes en hightech in zitten dan ik ooit al had in een auto.

Ik hou van bestelwagentjes, waar je zonder gedoe enkele fietsen mee kunt vervoeren, maar waar je ook met een heel gezin in kunt. De snufjes stonden niet op mijn prioriteitenlijstje, maar toen de garagist belde dat hij een bestelwagentje had gevonden met de ruimte waarnaar ik op zoek was, bleken er opties aan te zitten die ik er dan maar bijnam. In de garage zat ik geamuseerd naar de uitleg te luisteren, verbaasd over de resem opties waarvan ik het bestaan niet kende. Opties die ik niet zou gebruiken, dat wist ik al meteen. In mijn hoofd berekende ik even wat zo’n wagen grofweg wel niet moet kosten als je hem nieuw koopt. En waarom je dat dan in godsnaam doet.

“Op de meest onverwachte momenten geeft mijn auto mij nutteloze info over het weer, het verkeer of de toestand van de wagen. Gek word ik ervan”

De wagen kan veel, of toch alvast meer dan een wagen zou moeten kunnen, want: de wagen praat. Inderdaad, een pratende auto. Een wagen die mij zo nu en dan van info voorziet, hetzij gesproken, hetzij via een bericht op het scherm. Op de meest onverwachte momenten geeft het ding mij nutteloze info over het weer, het verkeer of de toestand van de wagen. Wil ik parkeren, dan schiet de auto mij te hulp. Gek word ik ervan. Gisteren riep ik “ja ja!” toen de wagen mij eraan herinnerde “mijn mobiele telefoon niet te vergeten”.

De eerste keer vond ik dat handig, de tweede keer toonde ik het enigszins trots aan de kinderen alsof ik de functie zelf had uitgevonden, bij de derde keer vond ik het opmerkelijk minder grappig, sindsdien vind ik het ronduit irritant. Ik durf zonder verpinken te zeggen dat ik sterk ben in parkeren. Het lukte me jaren geleden al met onze grote bestelwagen en het lukt me dus al zeker met een kleintje. Maar nu heeft mijn wagen ineens sensoren aan elke zijde. Sensoren die zo gevoelig zijn als de meest kwetsbare voelsprieten. Er wordt gegild en gepiept bij het minste. Rij ik een parking op, dan begint de wagen bij al die geparkeerde vriendjes te piepen als een cavia op speed. Om onnozel van te worden.

Wat ben ik blij dat ik vaker op de fiets dan in de auto zit. En dat mijn fiets voorlopig geen krimp geeft als ik hem in een overvol fietsenrek parkeer. Misschien hebben al die zure mensen in het verkeer ook een auto die de hele tijd instructies geeft, waardoor ze horendol worden en hun frustratie afreageren op anderen. Ik hoop dat het met mij nooit zover komt, maar één ding staat vast: tijd dat ik mijn nieuwe auto een naam geef. Dat maakt het geruzie wat persoonlijker.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content