Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Comme chez Koen: “Flitspalen zie je hier nauwelijks, maar achter elke struik kan een gendarme zitten”

Libelle-columnist Koen Strobbe (57) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

Kijk je ook al enthousiast uit naar een heerlijke vakantie onder de Franse zon? Sta mij dan toe om je wat plaatselijke verkeerslessen te geven, zodat alles goed afloopt. Vandaag was ik namelijk weer eens vergeten dat de verkeersregels – althans zoals ze hier toegepast worden door de plaatselijke bevolking – lichtjes anders zijn dan wat er officieel te boek staat.

Ik rijd op een hoofdweg, rustig de tachtig kilometer per uur aanhoudend zoals hier in Frankrijk voorgeschreven, en zie verderop een ‘T’, waar een wagen aankomt. Ik heb weliswaar voorrang, maar de auto die stopt, heeft nog zoveel tijd dat hij rustig voor mij de weg kan oprijden zonder mij te hinderen. Toch blijft hij staan. Ik denk dus: het is misschien een wat oudere dame of heer, een beetje stram in de nek, of wat bijziend, en daarom kiest hij of zij ervoor om te blijven wachten. Tót ik vlakbij ben en de auto doodgemoedereerd toch de weg op rijdt, waardoor ik vol in de remmen moet gaan en bijna een hartstilstand krijg.

“De dorpelingen bepalen zélf wie waar voorrang krijgt”

Vroeger had ik in zo’n situatie boos geclaxonneerd, maar nu niet meer. Ik weet immers dat dit hier standaardgedrag is: rustig naar links en dan naar rechts kijken, de aankomende auto zien naderen, maar toch beslissen om de weg op te rijden. Die andere auto heeft immers ook remmen. En voor wie nog twijfelt: de kamikazepiloot die voor mij inrijdt, is een jonge snaak, geen oudje.

Nog een tip: ga er nooit zomaar van uit dat je de voorrang van rechts mag nemen in dorpsstraatjes. De mensen die er wonen bepalen zélf wie waar voorrang krijgt, dus als de lak van je auto je dierbaar is: laat auto’s door die geen aanstalten maken om te vertragen. Wat die lak betreft, volgt hier trouwens nog een belangrijk tip. Ik herinner me nog de eerste maal dat ik naar de supermarkt reed. Ik zat nog in de auto toen een dame voluit en ongegeneerd haar deur tegen de mijne liet bonken.

Ik dacht eerst ‘oei, een ongelukje’, maar er kwam geen enkele reactie van haar kant. Ik opende mijn raam en vroeg of ze niets gemerkt had van de slag van haar deur tegen de mijne. Haar antwoord kwam even snel als gevat: “Meneer, daar dienen deuren voor.” Haar man stroopte zijn mouwen op om aan te geven dat zijn vrouw gelijk had en ik niet moeilijk moest doen. Toen ik uitstapte en het aan alle kanten gehavende koetswerk van hun auto bekeek, begreep ik meteen dat de gemiddelde Fransman z’n auto anders bekijkt dan wij.

“Frankrijk is een land van
Formule-1-piloten én heeft een befaamde auto-industrie: het land is bijgevolg één groot testcircuit”

Wat later viel me ook op waarom er hier in Frankrijk zoveel deurcontact is: de parkeerplaatsen zijn gewoon een halve meter minder breed dan bij ons. Wie de lak van zijn auto liefheeft, parkeert dus maar beter op het verste uithoekje van de parking, tijdens zijn vakantie-inkopen. Soms, als we pakweg op de invalsweg naar Avignon in de file staan en naar de eveneens traag rijdende tegenliggers kijken, doen Kwinten en ik een wedstrijdje ‘auto’s en hun schade spotten’: het record ligt bij vierendertig auto’s mét krassen en blutsen, vooraleer er eindelijk een onbeschadigd exemplaar voorbij kwam gereden.

Maar goed: terug naar de praktische verkeerstips. Als je, met de ramen open om van de heerlijke natuuraroma’s te genieten, over het hete asfalt rijdt dat zich door het glooiende landschap slingert, let dan vooral heel goed op je kilometerteller: de standaardsnelheid is hier dus tachtig kilometer per uur, en hoewel je in het Zuiden nauwelijks flitspalen zal zien staan, kan er achter elke struik of bosje, lekker in de schaduw genesteld met een flesje koel muntwater bij de hand, een gendarme schuilgaan die – speedgun in de hand – plots tevoorschijn springt en je op heterdaad betrapt terwijl je twééëntachtig rijdt. Je kunt het gewoon als een extra toeristenbelasting beschouwen, of tóch maar opletten.

Ten slotte nog dit: wees niet verbaasd als er op diezelfde weg met honderdveertig kilometer per uur een krakkemikkig autootje voorbijscheurt: Frankrijk is een land van grote
Formule-1-piloten én heeft een befaamde auto-industrie: heel het land is bijgevolg één groot testcircuit.

Een knipogende groet, Koen.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!