Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Koens column: “Dat er straten afgesloten worden voor de kermis, vindt een aantal bewoners echt niet kunnen”

Koen Strobbe (58) is na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug in ons land. Op een zaterdagochtend wil ik weleens op sociale media rondhangen, om te kijken hoe het met kennissen en vrienden gaat. Meestal bezoek ik dan ook de Facebookgroep voor inwoners van onze gemeente, want zo kom je makkelijk te weten of er ergens een nieuwe bakker of slager opent, waar er binnenkort een buurtfeest is, of kun je de vooruitgang van riolerings- en wegenwerken volgen. [read more]

“De scheldpartij op Facebook herinnert me aan een minder leuk kantje van onze tijd in Frankrijk”

Trending topic binnen de groep blijkt dit keer de kermis in het dorp te zijn, waarvoor de gemeente een aantal straten heeft afgezet. Sommige mensen zijn daar niet mee opgezet, omdat ze nu met hun auto hun eigen straat niet meer inkunnen en ver van huis moeten parkeren. Er ontspint zich een levendige discussie tussen fervente fans van de kermis en de kritische geesten, meestal mensen die hier nog niet zo lang wonen en die aanstoot nemen aan de verkeershinder. Ik volg met plezier ieders argumenten, tot de discussie naar het einde toe plots ontaardt in schelden en er nog enkel in hoofdletters en met grote uitroeptekens wordt geschreven. De teneur is: “De kermis is hier altijd al geweest en zal hier altijd blijven. En straten afzetten hoort daarbij. Nieuwkomers moeten zich maar aanpassen of terug verhuizen naar waar ze vandaan komen.” Het is natuurlijk ‘maar’ Facebook, en je kunt er dus eens mee lachen, maar ik schrik toch een beetje als ik dit soort argumenten lees. Ze herinneren me aan een minder leuk kantje van onze voorbije twintig jaar in Frankrijk. Aan de kneuterigheid van de kleine landelijke gemeente waar we woonden en waar je ook af en toe met dit soort argumenten om de oren werd geslagen als je het oneens was met een ‘oerinwoner’. Zo was er eens een incident met een plaatselijke bewoner die zijn pick-uptruck pardoes in onze wijngaard parkeerde. Toen ik hem erop attent maakte dat ik zo onmogelijk nog met mijn tractor kon passeren, riep hij: “Als het u niet bevalt, ga dan gewoon terug naar België!” Zulke dingen gebeurden gelukkig niet vaak, en als het wel het geval was, ging het over een minderheid van niet al te slimme dorpsgenoten. Telkens als onze Franse vrienden over zo’n gedrag hoorden, probeerden ze ons te sussen met een verklaring daarvoor. We moesten begrijpen dat de plaatselijke bevolking al jaren met lede ogen toezag hoe steeds meer huizen en gronden voor veel geld verkocht werden aan ‘rijke buitenlanders’ (elke buitenlander was voor hen per definitie rijk), zodat uiteindelijk de eigen kinderen niet meer in de gemeente konden bouwen of wonen. Zoiets wekte frustratie op, daar konden we toch inkomen? Toen ik antwoordde dat tegenover elke aankoop toch ook altijd een vérkoop staat, en dat heel wat van die klagers per definitie dus grof geld verdienden aan die ‘ongewenste buitenlanders’, viel er een ongemakkelijke stilte. Maar zoals ik al zei: vaak werden we in al die jaren niet met dit soort heikneuterigheid geconfronteerd, en daarenboven komt het woord ‘chauvinisme’ niet voor niets uit het Frans. Maar dat ook in België kwistig met dat soort kortzichtigheid wordt rondgestrooid, is nieuw voor mij. Zouden er in onze gemeente ook veel mensen wonen die misnoegd zijn dat ‘mensen van ergens anders’ er grond of een huis kopen? Ik spreek er een dame over aan die Ilse en ik vaak met haar honden tegenkomen tijdens onze dagelijkse avondwandeling.

“Dat ook in België kwistig met dat soort kortzichtigheid wordt rondgestrooid, is nieuw voor mij”

Zij begint te lachen als ik de vergelijking met de vijandigheid op het Franse platteland maak. Ze zegt dat we niet mogen vergeten dat we hier eigenlijk ook op de boerenbuiten zitten, en dat mensen overal ter wereld in de regel niet zo heel veel van elkaar verschillen. Ze wijst naar een hoeve wat verderop en zwaait vervolgens met haar arm breed uit naar de verkaveling van een twintigtal huizen die er vlak naast ligt. “De boer die daar woont, is rijk geworden door de verkoop van zijn gronden, maar ik denk niet dat hij ooit al goeiedag heeft gezegd tegen een van de ‘nieuwe’ mensen die er nu wonen.” Als we verder wandelen, grinnikt Ilse en zegt ze dat we nu tenminste weten waar we moeten zijn als we de gezelligheid van ons kleine Franse boerendorp nog eens missen. [/read]

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!