münchhausen by proxy

Münchhausen by Proxy: Nina’s moeder maakte haar dochter opzettelijk ziek

Door De Redactie

Ouders die hun kind opzettelijk ziek maken, ze bestaan. Zo werd ook Nina Blom (43), die zichzelf omschrijft als een vrolijk kind, jarenlang medisch mishandeld. Op haar veertiende ontsnapte ze ternauwernood.

Gewoon gezond zijn = niet toegestaan

Nina: “Herinneringen aan mijn kindertijd spelen zich vooral in het ziekenhuis af. Als klein – en later ook minder klein – meisje nam m’n moeder me voortdurend mee naar allerlei dokters. Volgens haar was ik ziek. Ze verzon klachten sinds mijn geboorte en alles begon bij zogenaamde darmproblemen. Hoe ouder ik werd, hoe vaker ik bij artsen belandde en hoe heviger ik protesteerde. Ik voelde me namelijk prima: “Maar ik mankeer niks!”

Ik was amper vijf toen ik al heel goed wist dat ik al die ziekenhuisbezoeken niet fijn vond. Maar gewoon gezond zijn leek niet toegestaan. Voor we vertrokken, nam moeder me altijd apart in het halletje van ons huis: “Nina, jij moet de dokter vertellen dat je veel pijn in je buikje hebt, hoor je me?” Een kans om haar tegen te spreken kreeg ik niet.

‘Jij hebt wél pijn’

Ooit klaagde ik op vakantie over spierpijn. Ik had me die dag bij het zwembad suf geamuseerd. Letterlijk: samen met vriendinnetjes speelde en zwom ik de hele dag, zo intens dat mijn lijf er ’s avonds moe van was. De volgende ochtend was ik dat zelf alweer vergeten, maar mijn moeder niet. Na onze thuiskomst trokken we meteen richting ziekenhuis. Ik moest onderzoeken laten doen. “Dit is niet normaal en je loopt ook zo raar!” verkondigde mijn moeder. Daar plooide de dokter mijn armen en benen in alle richtingen en hij vroeg meermaals of ik pijn had. Eigenlijk niet, maar bij elke “nee” bliksemde m’n moeder me bijna neer. Van achter die rug in de witte doktersjas wierp ze mij giftige blikken toe. Dus zei ik dat het wél pijn deed. Liegen voelde voor mij aan als de enige optie. Tussen consultaties fluisterde ze telkens venijnig in m’n oor: “Je bent hier niet voor niets, dus beweer nu niet dat je plots geen pijn meer hebt. Zet me niet voor schut, ik wil geen flater slaan bij de dokter.” Verward onderging ik alle onderzoeken die volgden. De resultaten waren steeds dezelfde: ik mankeerde niks. Goede diagnoses maakten haar razend: “Loop jij de boel te beliegen? Als ik erachter kom dat je niet echt ziek bent, dan pak ik straks het keukenmes en hak ik je aan stukken!” Zelf was ze ervan overtuigd dat ik aan reuma of een andere spierziekte leed.

Er was niemand die iets merkte, want in het bijzijn van anderen was mijn moeder altijd poeslief en bij dokters bleef ze “bezorgd” aandringen op verdere onderzoeken. En mijn vader? Die was vaak buitenshuis. Wanneer hij er wel was, dan kon hij vooral goed knikken. Gewillig liet hij zich vangen in het web van leugens dat m’n moeder minutieus spon. Ze maakte mijn wereld steeds kleiner en hij hield haar niet tegen. Dat deed trouwens niemand.

Veel mensen hadden net medelijden met m’n moeder: “Zo’n ziek kind is niet niks.” Of ze dachten dat ik verwend werd. Het leek alsof ze haar hele leven voor me opofferde. In de woonkamer lagen Barbiepoppen en veel ander speelgoed te blinken. Wisten anderen veel dat ik daar nooit mee mocht spelen. Mijn moeder hield sowieso niet van bezoek en als iemand toch te dicht dreigde te komen, kreeg die van haar meteen het label van bemoeial. Dan ging de deur dicht. Ik kan me ook niet herinneren dat er ooit vriendinnetjes over de vloer kwamen. Ik moest zo vaak mogelijk binnen blijven.

Een kussen in mijn gezicht

“Elke dag zwachtelde ze mijn armen strak in: ik kreeg er dikke vingers van, waardoor ik op een reumapatiënt begon te lijken”

Een half jaar na die vakantie belandde ik in een rolstoel, en hield mijn moeder me zelfs thuis van school. Volgens haar kon ik niet meer lopen en ik durfde het niet eens meer te proberen. Ik was amper twaalf; maar zelfs zitten kon ik niet meer, alleen liggen lukte nog. Bedrust, dat was volgens haar het beste voor mij. Elke dag zwachtelde ze mijn armen heel strak in. Vandaag weet ik dat ze dat deed om mijn bloedtoevoer af te knellen: ik kreeg er dikke vingers van, waardoor ik echt op een reumapatiënt begon te lijken. Die verbanden maakte ze voor elk ziekenhuisbezoek los: zo verslapten mijn spieren en verscheen ik stram op elke afspraak. Dat deed ze telkens net op tijd, zodat er geen striemen achterbleven.

Steeds vaker kwam ze m’n kamer binnen om zomaar een kussen in m’n gezicht te duwen. Ze smoorde me tot ik overtuigend genoeg zei dat ik ziek was. Hoe mondiger ik werd, hoe vaker ze fysiek geweld gebruikte. Die ene klap op mijn dertiende vergeet ik nooit. Haar trouwring raakte m’n tand toen zo hard, dat ik bijna stikte in de losse stukjes. “Ik wou je uit bed tillen. Je bent gewoon gevallen, omdat ik je niet meer kon houden.” Ze bleef haar versie van het verhaal zo overtuigend herhalen dat ze het ongetwijfeld zelf geloofde. Ik ging zelfs aan mezelf twijfelen. Als kind is het niet alleen verwarrend, maar ook gewoon heel akelig om je moeder zo te zien.

Eindelijk gered

“Stilaan werd ik écht ziek: mijn lijf zat onder de doorligwonden en mijn ledematen waren verzwakt en misvormd”

De dokters stonden ondertussen voor een raadsel: want wat fictief begon, werd werkelijkheid. Ondertussen was ik namelijk écht ziek. Mijn hele lijf zat onder de doorligwonden, mijn ledematen waren verzwakt en misvormd, ik kreeg maagbloedingen, … Uiteindelijk had ik zelfs sondevoeding en een blaaskatheter nodig. Geen boterhammen meer voor mij, wel steeds meer medicijnen. Ik was er zo slecht aan toe, dat iedereen dacht dat ik niet meer lang te leven had. Ook ik zag geen uitweg meer. “Ik wil dood”, hoorde ik mezelf tegen de huisarts zeggen, “Ik kan echt niet meer.” Mijn vader begon in het dokterskabinet zelf over euthanasie: “Als ze een hond was, dan hadden we haar al lang laten afmaken”. Dat is een een vreselijke uitspraak, maar achteraf denk ik dat die mij misschien wel heeft geholpen, want zijn zin deed alarmbellen afgaan. De kinderarts kreeg argwaan, dook in mijn dossiers en schakelde meteen alle hulpdiensten in. Hij had het eindelijk begrepen: ik leed helemaal niet aan een spierziekte, mijn moeder had alles verzonnen. Ze maakte me met opzet ziek, ze mishandelde me. Voor hulpverleners pasten pas toen alle stukjes van de puzzel en de dag erna stonden er ambulanciers, politieagenten en iemand van de kinderbescherming in mijn kamertje. Ik was veertien, had zestien opnames in zeven verschillende ziekenhuizen achter de rug en was al twee jaar dag in dag uit aan bed gekluisterd en eindelijk werd ik gered.

“In mijn bloed vonden ze maar liefst negen verschillende medicijnen terug: iets tegen epilepsie, een slaappil en zelfs een euthanasiemiddel”

De hulpverleners namen mij en alle pillendoosjes op de kast mee. Ik was in paniek en bang, want ik moest te plots de enige wereld die ik kende verlaten. Niet veel later lag ik in een ziekenhuiskamertje waar ze de zwachtels voorzichtig van m’n armen haalden. Ik had het nog niet door, maar die dag hebben ze mijn leven gered. In mijn bloed vonden ze maar liefst negen verschillende medicijnen terug: iets tegen epilepsie, een slaappil en zelfs een euthanasiemiddel. Ik heb geen idee hoe mijn moeder daar ooit aan is geraakt.

In de dagen, weken en maanden die daarop volgden ging een hele nieuwe wereld voor me open. Ik leerde weer eten en mocht bij het ontbijt kiezen tussen sinaas- of appelsap. Ze vroegen me zelfs wat ik op m’n boterham wilde. Ze hielden rekening met mij. Dat gevoel kende ik tot dan niet. Jarenlang mocht ik van mijn moeder ook geen onderbroeken dragen. Dat was volgens haar te veel gedoe: “Met zo’n blaassonde zijn slipjes onzin!” Ik zal het moment waarop een verpleger in het ziekenhuis voorstelde om me “nu maar eens gewoon een onderbroek te geven” dan ook nooit vergeten. Boterhammen met beleg, sapjes en slipjes: zulke kleine dingen maakten voor mij een hemelsbreed verschil. Thuis hadden ze me jarenlang steeds grotere stukken van mijn identiteit afgepakt. Mijn hoofd en lijf leken niet meer van mij, maar stapsgewijs kreeg ik beide terug.

Negen jaar traumatherapie

Ik verbleef tien maanden lang in het ziekenhuis. Mijn ouders verloren hun ouderlijke macht, maar kwamen in het begin geregeld op bezoek. Dat gebeurde onder cameratoezicht: het brandende rode lampje moest me beschermen tegen moeders manipulatie. Maar ze kende geen stopknop en ging gewoon verder, op fluistertoon dit keer. Toen ik haar vertelde dat ik opnieuw leerde stappen, werd ze boos: “Je weet wat ik je gezegd heb, je wilt dood.” Op dat moment besefte ik dat mijn ouders me nooit echt graag hebben gezien en verbrak ik alle contact. Mijn ouders kregen daarna blijkbaar nog professionele hulp en begeleiding, maar op die gesprekken daagden ze na verloop van tijd zelfs niet meer op: zij bleven in hun waarheid geloven.

Breken met mijn ouders voelde bevrijdend, maar ook beangstigend. Wie was ik nu? Wat wilde ik?, ik had geen idee. Ik experimenteerde met kleding en make-up en ging extreem ongezond diëten. En hoewel ik wekelijks therapie kreeg, probeerde ik dat mentale aspect opzij te schuiven. In plaats daarvan gebruikte ik al mijn energie om mijn middelbare schooldiploma te halen. Ik had zes jaar onderwijs gemist, dus dat was een hele klus. Dat lukte, maar met andere leerlingen of met de mensen uit de leefgroep waar ik woonde, sprak ik nooit over mijn ouders. “Want als je de dingen niet benoemt, dan zijn ze er niet echt”, maakte ik mezelf wijs.

“Jaren later stortte ik mentaal en fysiek in: het besef dat ik mijn eigen moeder me dit had aangedaan, dat kon ik amper bevatten”

Pas toen ik mijn vriend leerde kennen en bij hem een veilige haven vond, kwam mijn mentale pijn aan de oppervlakte. Het is verschrikkelijk om als kind slachtoffer te worden van je eigen moeder, maar misschien is het besef dat later komt nog wel heftiger. Hoe is het mogelijk dat ouders hun eigen kinderen ziek willen maken om zo zelf aandacht te krijgen? Hoe verwerk je een trauma dat niet te bevatten is? Ik stortte mentaal en fysiek in. Met de fiets naar het werk gaan werd steeds moeilijker: onderweg kreeg ik hartkloppingen en op een dag vond ik zelfs de kracht niet meer om te trappen. In totaal had ik negen jaar traumatherapie nodig om mijn eigen weg weer te vinden.

Te bang om mama te worden

Als kind hield ik vaak vast aan de gedachte dat ik nooit zo’n moeder zou worden als die van mij: “Ik zal veel liever zijn voor mijn kinderen. Ik zal nooit op jou lijken.” Maar mijn kinderwens liet ik dit jaar definitief los. Ik ben nog steeds heel zeker dat ik een goeie mama zou zijn, maar ik moet mijn eigen grenzen erkennen. Ik durf het gewoon niet, ik ben te bang om wat ik met me meedraag door te geven. Kinderloos blijven is een heel triest gevolg van mijn verleden, maar ik ben tegelijk ontzettend trots op hoever ik vandaag sta.

Ik heb m’n leven dus opnieuw opgepakt, zo goed als ik maar kan, maar er is wel iets wat ik maar moeilijk kan aanvaarden: dat ik vandaag nog steeds geen betaalde job kan uitoefenen. Mijn lijf wilt gewoon niet mee: lang rechtstaan is bijvoorbeeld geen optie meer. Een gevolg van de mishandelingen. Op het moment dat mijn spieren en gewrichten in volle groei waren, werden ze tegengewerkt.

StOMbP

Dankzij StOMbP (Stichting overlevers Münchhausen by Proxy) kan ik gelukkig nog wel iets betekenen. Dat is de stichting die ik samen met anderen oprichtte om zoveel mogelijk voorlichting, lezingen en trainingen over Münchhausen te geven aan kinderartsen, onderwijzers en andere deskundigen die met kinderen in aanraking komen. Mijn werk als ervaringsdeskundige kan ik zelf inplannen en als ik voldoende ruimte maak om daarnaast te zwemmen, te rusten en te schilderen, lukt het me wel. Al doet het verleden me soms nog wankelen. Toen ik hoorde dat mijn moeder overleden was bijvoorbeeld. Hoewel ik natuurlijk al veel eerder afscheid had genomen van het idee van een warme thuis en liefhebbende ouders, werd het op dat moment wel heel definitief. Ik heb dan maar een kaarsje gebrand, om alles wat te verzachten. Hardop zei ik: “Ik hoop dat je nu rust vindt, maar ik kan het je nooit vergeven.”

münchhausen by proxy
Nina schreef een boek, ‘Je bent een verschrikkelijk kind’. € 14,95 bij bol.com.

Mijn vader leeft nog, maar op een sorry van hem zit ik niet meer te wachten. Ook hij zal nooit veranderen. Mijn ouders hebben me nadat mijn boek was uitgekomen een brief geschreven, maar die heb ik zelfs niet kunnen uitlezen. Het was een brief vol verwijten waarin ze de schuld bij de artsen en bij mijzelf legden. Mijn ouders zijn altijd blijven verder leven in een wereld die ze voor zichzelf hadden verzonnen.

Ik ben ontzettend boos geweest over hun gebrek aan schuldbesef. Jaren geleden, tijdens een therapiesessie, mocht ik me richten tot een eigen tekening van mijn ouders. Alles wat ik als kind nooit kon zeggen, kwam er toen uit. Het was verschrikkelijk. Zoveel woede is beangstigend, maar als je ermee blijft zitten raak je volgens mij verbitterd. En dat is wel het laatste wat ik wil.’

Wat is Münchhausen by Proxy?

“In 95 procent van de gevallen is de dader de moeder, die het zogenaamde zieke kind gebruikt om aandacht te krijgen”

Patries Worm, vertrouwensarts bij Veilig Thuis en aangesloten bij StOMbP: “Het is een ernstige vorm van psychische en vaak ook fysieke kindermishandeling. De plegers verzinnen een ziekte of aandoeningen bij hun kind, lokken ze uit of verergeren ze. Ze gebruiken zoon of dochter als een middel om aandacht te krijgen, vaak hengelen ze naar medelijden om de grote zorgen of naar bewondering om hun zogenaamde toewijding. Het risico dat meerdere kinderen binnen hetzelfde gezin slachtoffer worden is groot, zelfs huisdieren vallen geregeld te prooi aan deze vorm van misbruik.”

What’s in a name?

“De benaming vindt zijn oorsprong in baron Von Münchhausen, een Duitse edelman die historische verhalen verzon. Zo schreef hij ooit dat hij op een kanonskogel de wereld rond vloog. Bij dertig procent van de daders is er sprake van Münchhausen, een naam die verwijst naar een rijke fantasie. In realiteit betekent het dat ze doen alsof ze zélf ziek zijn of zichzelf ziek maken. Münchhausen by Proxy is gericht naar het kind, ‘by proxy’ betekent bij volmacht.”

Wie doet het?

“De dader is in 95 procent van de gevallen de biologische moeder, maar ook vaders, grootouders en andere verzorgers maken zich schuldig. De pleger leidt niet zelden aan een psychische stoornis, denk maar aan borderlineproblematieken of narcistische persoonlijkheidsstoornissen. In bijna 1/3 van de gevallen werden ze tijdens hun jeugd zelf mishandeld. Plegers hebben een grote interesse in geneeskunde en vaak ook een achtergrond in de medische wereld. In 30 tot 40 procent van de gevallen gaat het om verpleegsters, artsen of apothekers(assistenten).”

Hoe herken je het?

  • De daders doen graag aan medisch shoppen. Als ze geen gelijk krijgen bij de ene arts, dan zoeken ze de volgende op. Of ze vragen tot in het oneindige second opinions aan. Ze wisselen dus vaak van dokter en van ziekenhuizen. Sommigen verhuizen zelfs geregeld, om argwaan voor te zijn.
  • Als ernstige diagnoses worden uitgesloten, zijn plegers niet opgelucht. Integendeel, vaak komen ze dan meteen met nieuwe en andere klachten aandraven.
  • Daders smeden snel stevige banden met medisch personeel: ze bakken koekjes voor de dokter, vragen om privé mailadressen en -telefoonnummers en proberen bevriend te worden met het ziekenhuispersoneel.
  • Bij pijnlijke onderzoeken of risicovolle operaties voor hun kind, blijven daders opvallend kalm.
  • Voor makkelijk behandelbare aandoeningen zoeken daders soms geen goeie hulp. Heeft het kind ernstig eczeem en kan een zalfje helpen? Dan smeren ze bewust niet of niet genoeg, zodat de aandoening erger wordt.
  • Bij jonge slachtoffers zien we vaker ondervoeding: ze groeien niet en komen niet bij. Maar we zien ook kinderen die vergiftigd worden: zij krijgen onnodige en schadelijke medicatie binnen via de flesvoeding, waardoor het kan lijken alsof ze aan een neurologische aandoening leiden. Oudere slachtoffers belanden vaak bij dokters met allergieën, voedingsproblemen, maag-darmklachten, ernstige vermoeidheid en vermoedens van autisme.
  • Slachtoffers leven op als ze niet bij hun ouders zijn. Ze doen het beter dan wanneer ze thuis zijn en worden als vanzelf gezonder. Zo eten ze op school netjes boterhammen, ondanks hun volledige sondevoeding of rennen ze rond op de speelplaats, terwijl ze wel gehaald en gebracht worden met een rolstoel.

Hoeveel slachtoffers zijn er?

“We weten niet goed hoe vaak deze vorm van mishandeling voorkomt. Ons vertrouwen in moeders (en verzorgers in het algemeen) is van nature zo groot, dat Münchhausen by Proxy vaak over het hoofd wordt gezien. Wat deze daders doen is voor iemand met gezond verstand quasi onvoorstelbaar. Bovendien gaan ze heel berekend te werk en kunnen ze zo lang onder de radar blijven.”

Herkenbaar?

Als je zelf slachtoffer bent of je denkt dat een kind mishandeld, verwaarloosd of seksueel misbruikt wordt, bel dan 1712. Dat kan elke werkdag gratis en anoniem tussen 9 en 17 uur. Voor meer info: www.1712.be.

Uit: Libelle 27/2019 – Tekst: Mélanie Goethals – Coverbeeld: Getty Images

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."