Waarom een 50/50-regeling bij co-ouderschap niet altijd een goed idee is

Waarom een 50/50-regeling bij co-ouderschap niet altijd een goed idee is

Wist je dat de tijdsbeleving van een eenjarig kind helemaal anders is dan die van een volwassene? Een dag in het leven van een dreumes duurt even lang als een maand voor een dertigjarige. Logisch dat je bij een scheiding en co-ouderschap daar dan rekening mee houdt, toch?

Trage tijdsbeleving

Zijn je partner en jij uit elkaar en hebben jullie kinderen samen? Dan zou in een ideale wereld elke verblijfsregeling moeten worden aangepast aan de leeftijd van het kind. Want hoe jonger je kind is, hoe trager de tijd voorbijgaat in zijn of haar subjectieve beleving.

Psycholoog Michael Lamb van de universiteit van Yale en klinisch kinderpsycholoog professor Joan Kelly zijn wereldvermaard op het vlak van hechting van kinderen jonger dan 3 jaar en specialist in scheidingsproblemen bij kinderen. Zij stelden specifieke verblijfsschema’s op per leeftijd waardoor het kind zo weinig mogelijk last zou ondervinden van de scheiding tussen de ouders.

Daaruit is gebleken dat je bij het uitwerken van een regeling het beste kijkt naar de leeftijd van het jongste kind omdat een regeling die goed verdragen wordt door een jong kind, zeker ook goed verwerkt wordt door een ouder kind.

 

Lees ook: Co-ouderschap: getuigenissen van gescheiden mama’s, papa’s én plusouders

Kijk naar de leeftijd

Om het minder ingewikkeld te maken kun je ook zo redeneren: een kind zou niet meer dagen van een van zijn ouders gescheiden mogen worden dan zijn leeftijd.

Met andere woorden: is je (jongste) kindje 1 jaar? Dan wissel je bij co-ouderschap het best dag om dag met je partner om een even goede hechting bij beide ouders te krijgen. Is je kindje 2 jaar oud? Dan is het idealiter om de twee dagen enzovoort.

Is zo’n regeling niet mogelijk? Dan is het beter dat het kindje één vaste verzorgingsfiguur heeft; een overnachting bij de andere partner is dan pas vanaf 2 jaar aan te raden.

Eigen nest

Een moeilijke situatie dus, en helemaal niet zo simpel om praktisch uit te werken. Bovendien zou in een ideale situatie het kind niet telkens moeten verhuizen maar een eigen nest moeten hebben waar de ouders dan afwisselend inwonen. Zo bespaar je kinderen de stress en blijven ze altijd in hun eigen vertrouwde omgeving.

Bron: Jan Piet H. de Man, kinder- en gezinspsycholoog en erkend (echt)scheidings- en familie-bemiddelaar, neobemiddeling.be. Beeld: Getty Images

 

Lees meer over hoe je co-ouderschap het best geregeld krijgt.

LEES OOK:

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)