Mijn verhaal: Ingrid werd zonder een woord uitleg onteigend

Mijn verhaal: Ingrid werd zonder een woord uitleg onteigend

 

Ingrid (53): “De dag dat mijn man Nicolas en ik ons huis kochten in Meise, staat in mijn geheugen gegrift als een van de mooiste dagen van mijn leven. Ik herinner me nog goed hoe ik op straat stond te kijken naar de gevel, vol enthousiasme en blijdschap. Ook al was het niet ons droomhuis, met de drukke autosnelweg die achter het huis liep, het was wel van óns. We werkten dag en nacht om de woning om te toveren tot onze thuis. We vernieuwden het dak, vervingen de oude ramen en deuren, en legden overal nieuwe vloeren. En eindelijk, na jaren sparen en maandenlang renoveren was het zover: het begin van een leven samen.

Mijn man en ik werkten allebei op het ministerie in Brussel, maar toen ik zwanger werd van onze zoon, gaf ik mijn job op. Ik wilde meer thuis zijn om voor hem te zorgen, hem te zien opgroeien. Maar helemaal niet meer werken, zag ik ook niet zitten. Onthaalmoeder worden was voor mij een logische keuze. Niet alleen omdat ik dan de hele dag thuis zou zijn, ook omdat ik dol was op kinderen. Om wat extra ruimte te creëren bouwden we een veranda aan ons huis. Een leuk, gezellig plekje waar de kleintjes naar hartenlust konden spelen, slapen en eten.

“Er zou een sneltram komen waar wij woonden. Dat las ik in de krant, want zelf wisten wij totaal van niets”

Jarenlang hadden we alles waar we van droomden. Tot, vier jaar geleden, mijn oog op een krantenartikel viel. ‘Sneltram langs A12 brengt onteigeningen met zich mee’, stond er. Ik kon mijn ogen niet geloven. Het artikel ging over een sneltram die langs de autosnelweg zou worden aangelegd, van Willebroek via Meise tot Brussel. En over de huizen die zouden moeten verdwijnen, in onze straat. Toen raakte ik pas echt in paniek. De plannen waren zo concreet, de haltes waren zelfs al bepaald, dat het niet zomaar een idee kon zijn. Hoe was het mogelijk dat wij van niets wisten? Ik belde onmiddellijk naar alle betrokken instanties, in de hoop te weten te komen wat er ons te wachten stond. Op de gemeente wimpelden ze me af, bij De Lijn konden ze niets met zekerheid zeggen en bij de overheidsdienst zeiden ze dat ik me absoluut geen zorgen moest maken. Uiteindelijk vernamen we, alweer via de krant, dat de huizen die het dichtst bij de autosnelweg lagen, bedreigd waren. Ook ons huis, dus.

Onze enige hoop was dat de overheid het voorkeurstracé niet zou goedkeuren, of dat De Lijn de financiering niet zou rondkrijgen. Samen met de buren deden we er alles aan om de plannen te boycotten. We organiseerden protestacties en staken wekenlang flyers in de brievenbussen van dorpsgenoten om steun te vragen. Maar uit onze petitie tegen de sneltram bleek al snel dat we er helemaal alleen voor stonden. En dat viel me zwaar, heel zwaar. Stiekem begon ik afscheid te nemen van elke tegel in mijn huis, van elk plantje in onze tuin en van alle kindjes waar ik voor zorgde. En ook al wist ik helemaal nog niet zeker dat we zouden moeten verhuizen, ik zocht toch al op het internet naar huizen in de buurt. Die gemengde gevoelens van hoop en verdriet maakten me stilaan kapot.

En dan, vorige zomer, tijdens onze vakantie aan zee, belde de buurman: ‘De plannen zijn goedgekeurd, we moeten weg.’ Slecht nieuws, maar zo kwam wel een einde aan vier jaar lang leven in onzekerheid. We konden ons leven weer in handen nemen. Zodra we weer thuis waren, namen we contact op met de gemeente. Niet veel later stond er een schatter aan de deur, die van elk hoekje in ons huis een foto nam. Daarna begonnen we aan de onderhandelingen. Het eerste bod hebben we afgewezen, dat was naar ons gevoel veel te laag. We verkochten niet gewoon een hoop bakstenen, we werden gedwongen ons thuis op te geven, terwijl we er helemaal niet weg wilden. Uiteindelijk kwamen we wel tot een akkoord. Amper één dag later stond het geld al op onze rekening en konden we uitkijken naar een ander huis. Een zware last viel van onze schouders, maar er stond mij nóg een moeilijke taak te wachten: afscheid nemen van mijn opvangkindjes.

Want naast mijn huis was ik ook mijn werk kwijt. Geen huis, geen job, geen inkomen.  Intussen zijn we verhuisd naar Eversem, een deelgemeente van Meise. Met het geld van de verkoop hadden we net genoeg om daar een huis te kopen, voor de bijkomende werken moeten we al onze spaarcenten gebruiken. Mijn man probeert er het beste van te maken en ziet de toekomst ondanks alles rooskleurig in. Maar ik kreeg een dubbele klap te verwerken. In ons nieuwe huis is geen plaats om kindjes op te vangen. Als onthaalmoeder heb ik bovendien geen recht op stempelgeld, en ik weet dat het op mijn leeftijd niet vanzelfsprekend is om nog werk vinden. Dat maakt die onteigening extra moeilijk voor mij. Nu kan ik gelukkig mijn gedachten wat verzetten met het inrichten van het huis. Eens dat allemaal in orde is, zien we wel weer hoe het verder moet.”

(Tekst: Diny Thomas. Beeld: Getty Images)

LEES MEER:

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)