Mijn verhaal: Jannekes vader lijdt aan extreme verzamelwoede

Mijn verhaal: Jannekes vader lijdt aan extreme verzamelwoede

 

Janneke (50): “Ik had het moeten weten, vind ik achteraf, want ook toen ik nog thuis woonde, was het een probleem. De werkkamer van mijn vader was zo vol dat de deur niet eens meer open kon. Zijn bureau was bezaaid met tijdschriften, papieren, krantenknipsels en schriften. Ook op de grond lagen allemaal stapels. ‘Mijn archief’ noemde hij het, maar er zat geen enkel systeem in. Mijn moeder had het opgegeven er iets aan te willen doen.
Toch had ik nooit vermoed dat het op een dag compleet uit de hand zou lopen. Mijn moeder zwaaide de scepter in de rest van het huis en daar was het altijd netjes. Als mijn vader in de woonkamer betrapt werd op het maken van zijn beruchte stapeltjes, maakte ze daar direct korte metten mee.

Mijn vader gaf dan toe dat hij het wel wat bont maakte, hij had humor en zelfinzicht. Toen nog wel. Maar zes jaar geleden is mijn moeder overleden. Ze kreeg een hersenbloeding en was niet meer te redden. Mijn vader had altijd op haar geleund. Dat hij net met pensioen was en weinig om handen had, maakte het extra moeilijk. Hij klapte dicht. Alleen bij mij kwam hij nog, en bij een paar goede vrienden. Verder zat hij thuis, met kranten en tijdschriften, zijn grote passie. Als ik bij hem op bezoek wilde komen, hield hij de boot af. ‘Ik zit altijd al thuis, laat mij maar naar jullie komen’, zei hij dan. Veel dacht ik er niet over na. Ik was aan het scheiden, en dat kostte al mijn energie. Bovendien zag ik mijn vader vaak, iedere donderdag kwam hij eten. Hij was altijd stipt op tijd en zag er netjes uit. Dus zoveel kon er toch niet aan de hand zijn? Ik kan mezelf nu wel voor de kop slaan. Ik had moeten weten dat mijn vader niet voor zichzelf kon zorgen en zich zou verliezen in zijn verzamelwoede.

“Er was alleen nog een smal paadje naar de leunstoel, de koelkast en zijn bed. Voor de rest lag het hele huis vól boeken en tijdschriften”

Ik ontdekte het toen hij acht maanden geleden werd aangereden en in het ziekenhuis lag. Toen ik bij hem thuis wat spullen wilde ophalen, raakte hij zo in paniek dat ik ondergoed en een pyjama ben gaan kopen. Maar eigenaardig vond ik het wel. Toen hij uit het ziekenhuis mocht, nam ik hem bij mij in huis, maar toen ik wat kleding en boeken bij hem wilde gaan halen, zag ik opnieuw de wilde paniek in zijn ogen. En toen kon ik de alarmbel in mijn hoofd niet langer negeren.

Zonder dat hij het wist, ben ik met zijn sleutels naar zijn huis gegaan. De gordijnen waren dicht en de voordeur ging maar een klein stukje open. De gang stond vol met rommel. Heel veel boeken, opgestapeld tot aan het plafond. Met moeite kon ik de woonkamer bereiken. Daar kreeg ik een hartverzakking. Het bleek er afgeladen vol, net zoals zijn studeerkamer vroeger. Bovendien was het vreselijk vuil. Geen aangekoekte etensresten, maar overal stofwolken. Er liep een klein paadje naar een leunstoel. Een ander paadje ging naar de koelkast. De rest van de keuken stond vol. Het was duidelijk: mijn vader had in geen jaren iets voor zichzelf gekookt. De enige fatsoenlijke maaltijd die hij binnenkreeg was dus op donderdagavond, als hij bij mij was… In zijn slaapkamer was er opnieuw een smal paadje, naar een bed dat volgens mij al een halfjaar niet was verschoond. Ik ben erop gezakt en ben hard beginnen huilen. Hoe was het in hemelsnaam mogelijk dat ik dit niet had geweten?

Ik heb mijn mond gehouden tot mijn vader genezen was. Toen hij terug naar huis wilde – per se alleen, natuurlijk – heb ik hem geconfronteerd met wat ik wist. Ook hij moest huilen, bleek radeloos, en stemde in met het stappenplan dat ik had opgesteld. Ik zou hem helpen, één dag per week. Ik was op dat moment optimistisch. Met mijn hulp zouden we dit varkentje wel even wassen. Maar we zijn nu een halfjaar verder en er is vrijwel niets veranderd. De keuken is schoner, mijn vader heeft nieuw beddengoed, maar daarmee is alles gezegd. Bij alles wat ik weg wil doen, of het nu een boek of een krantenknipsel is, komt mijn vader in opstand. Zodra ik een vuilniszak begin te vullen, wordt hij boos. Hij wil gewoon niets wegdoen, terwijl hij toch een intelligente man is. We moeten professionele hulp inschakelen, want met z’n tweeën komen we er niet uit. Maar ik mag er van mijn vader met niemand over praten, hij schaamt zich te veel. Ook ik schaam me. Voor hem én voor mezelf, dat ik dit niet heb kunnen voorkomen. Hoe dat huis voor mijn vader ooit weer leefbaar kan worden, ik zou het écht niet weten.”

Tekst: Lydia van der Weide

Lees meer:

 

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)