Corona in het woonzorgcentrum: “Het is bikkelhard, maar we strijden voort. We kunnen niet anders”

Corona in het woonzorgcentrum: "Het is bikkelhard, maar we strijden voort. We kunnen niet anders"

Het coronavirus woedt genadeloos verder, en de laatste dagen maken vooral de berichten over de woonzorgcentra ons ongerust. Ook in WZC Molenkouter in Wichelen strijdt men met man en macht tegen het virus. Hoe dat weegt, op de bewoners én op het personeel, vertellen directrice Els Meuleman en kwaliteitscoördinator Lutgart Teugels.

Covid-19 treft hen hard. Héél hard. Nadat het virus binnendrong in het hoofdgebouw van woonzorgcentrum Molenkouter, is het elke dag opnieuw een zware balans opmaken. Momenteel zijn 12 personeelsleden en 30 bewoners besmet, van wie 1 persoon in het ziekenhuis ligt. 9 mensen bezweken aan het virus. “Het is een uitdaging om de situatie beheersbaar te houden”, vertelt Els, directrice en hoofd van het crisisteam. “De onmacht en de onvoorspelbaarheid van het virus, dat is ontzettend moeilijk.”

Van ontmoetingsruimte tot corona-unit

Sinds 13 maart zitten alle bewoners in kamerisolatie. Geen familie, geen bezoek, geen wandeling op de gang en geen koffietje in de ontmoetingsruimte. Want die werd ingericht als afgezonderde corona-unit, waar positief geteste bewoners verzorgd worden, onder anderen door zorgverleners die intussen weer hersteld zijn van het virus. “We hebben de controle zelf in huis gehaald en testen nu iedereen die symptomen vertoont, alvorens ze naar de unit moeten verhuizen”, vertelt kwaliteitscoördinator Lut, die er mee voor zorgt dat alles draaiende blijft. “Er kunnen uiteraard ook andere onderliggende oorzaken zijn van bepaalde symptomen. Zo hebben we al een aantal bewoners kunnen buitenhouden uit de unit. Ze waren ziek, maar hadden geen corona. Wat als die mensen wel naar de unit waren verhuisd? Door te testen, kunnen we die situaties vermijden.”

Niet voor iedereen evident

Besmette bewoners verhuizen dus van hun vertrouwde kamer naar de corona-unit, maar dat is niet voor iedereen zo evident. “Onze afzonderlijke afdeling voor mensen met dementie is gespaard gebleven, tot een aantal dagen geleden. Er verblijven nu zeven bewoners met Covid-19 in een aparte unit die we op de dementie-afdeling hebben ingericht. We proberen hen zo weinig mogelijk uit hun vertrouwde omgeving te halen, maar het blijft lastig omdat ze de situatie niet goed kunnen kaderen. Dat maakt hen angstig. We proberen wel zoveel mogelijk ons dagelijks ritueel aan te houden, en als ze ooit naar een andere kamer zouden moeten verhuizen, dan zullen we er alles aan doen om hen zoveel mogelijk op hun gemak te stellen. Door de kamer aan te kleden met hun vertrouwde spullen, bijvoorbeeld.”

Een helpende hand

Dat brengt allemaal extra werk met zich mee. Het crisisteam en de hoofdverpleegkundigen draaien veel overuren, maar het woonzorgcentrum krijgt gelukkig veel hulp van vrijwilligers en verpleegkundigen van het ziekenhuis en uit de thuiszorg. “Ook medewerkers die momenteel nog in ziekteverlof zijn, na een operatie bijvoorbeeld, willen hun steentje bijdragen door taken uit te voeren in de mate van het mogelijke”, vertelt Lut.

“En wat ik ook regelmatig hoor, is dat heel wat collega’s eigenlijk altijd aan het werk willen zijn om voor de bewoners te zorgen. De verbondenheid is enorm, en dat is heel mooi om te zien”, vult Els aan. “Gelukkig hebben we zulke gemotiveerde medewerkers die een groot hart hebben voor de bewoners en hun familieleden. Iedereen draagt z’n steentje bij: van poets- tot keukenhulp en zorgverlener. Teamwork is écht de draaiende motor achter de dagelijkse werking in ons woonzorghuis.”

Afscheid nemen

Hoezeer de corona-patiënten ook omringd worden met intensieve zorgen, toch zijn sommige bewoners niet sterk genoeg om tegen het virus te strijden. “Elke overledene is als een klap in het gezicht. En dan kun je je niet eens voorstellen hoe de familie zich moet voelen”, vertelt Lut. “Sommigen willen graag afscheid nemen, anderen kiezen er dan weer voor om dat niet te doen. Gezien de maatregelen moeten de familieleden zich beschermen met een mondmasker en handschoenen, en eigenlijk mogen ze niemand aanraken. Terwijl het enige wat je op dat moment wil doen, een warme knuffel geven is … Dat is echt bikkelhard.” Els vult aan: “Het is schrijnend. Telkens opnieuw, ook voor ons. Voor de nabestaanden lieten we een doosje maken met een aantal mooie teksten in over de overledene. Dat biedt hen hopelijk een sprankeltje troost.”

Steunpilaren

Overlijdens, lange dagen, extra fysieke last omwille van het beschermingsmateriaal en mentale stress maken het erg zwaar. Er zijn verschillende psychologen bij wie de medewerkers terecht kunnen, maar minstens even belangrijk is de collegialiteit. “Je hart kunnen luchten bij elkaar is zo ontzettend belangrijk. Want uiteraard heerst er ook wel angst om zelf besmet te geraken. Dat kan doorwegen, en mag niet worden onderschat. Praten over die bekommernissen lucht voor een groot deel op. En door er voor elkaar te zijn, blijven we gemotiveerd. We zijn allemaal gevoelsmensen die zich kwetsbaar opstellen. Tranen mogen vloeien, en erkennen dat het even moeilijk is, mag. De ene dag is de andere niet en soms kun je die zorgen wat makkelijker van je afzetten dan op andere dagen.”

Een babbel in de wandelgangen doet dus goed, maar het is nog maar de vraag tot wanneer dit kan blijven duren. Molenkouter plaatste aparte containers, waar medewerkers kunnen eten en zich kunnen omkleden, om de afdelingen van elkaar te scheiden en de kans op besmetting zo klein mogelijk te maken.

Bericht aan het thuisfront

Als je elkaar niet mag zien, dan is contact houden meer dan ooit belangrijk. Sommige bewoners videochatten met hun familieleden, anderen wordt dan weer gevraagd om voor het raam te komen zwaaien. Een troostend alternatief voor een woonzorgcentrum waar, in normale omstandigheden, de deur wordt platgelopen door vrienden en familieleden. “Maar er is veel begrip, zowel van de bewoners als hun familieleden”, zegt Els. “Ze begrijpen dat ze hun familie nu niet kunnen zien, omdat de kans op besmetting bestaat.”

Om de afstand wat te verkleinen, bellen de medewerkers van WZC Molenkouter elke dag naar meer dan honderd families: dagelijks voor een update van de bewoners in de corona-unit, drie keer per week voor de andere bewoners. Verandert er iets in de gezondheidstoestand, dan worden de familieleden meteen verwittigd. Lut: “Uiteraard gebeurt het ook dat we minder goed nieuws moeten melden. Dat een bewoner besmet is, bijvoorbeeld. Dat komt hard aan, maar tegelijk zijn de mensen ook dankbaar omdat ze weten dat hun dierbare in goede handen is.”

Een lichtpuntje in tijden van crisis

“We willen bewoners de warmste zorg toedienen, ook in tijden van crisis. De situatie dwingt je om dat een andere invulling te geven, maar we proberen de positiviteit er zoveel mogelijk in te houden“, vertelt Els. “Terwijl we er alles aan doen om corona-patiënten zo goed mogelijk te verzorgen, proberen we de andere bewoners te verwennen met allerlei lekkers, zoals vers fruitsap, Berlijnse bollen en verse soezen. Ook andere kleine extraatjes, zoals een doe-boek met spelletjes om de verveling tegen te gaan, worden heel erg geapprecieerd.”

Maar die appreciatie komt ook vaak van buitenaf. De brandweer komt applaudisseren, net als de personeelsleden van een ander woonzorgcentrum in de buurt. Er wordt een spandoek opgehangen met steunbetuigingen. Liedjes worden aangevraagd op de radio. Kinderen maken mooie tekeningen en er werd al een grote mand met paaseitjes geleverd. “Het zit ‘m soms in de kleine dingen, die je een boost geven om er weer tegenaan te gaan. Elke dag blijft een uitdaging, maar we strijden onverminderd verder om dit beestje klein te krijgen.”

De meest recente updates over het woonzorgcentrum vind je op hun Facebookpagina.
Foto’s: WZC Molenkouter

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)