Eenzaam door corona: “Ik trek het donsdeken over m’n hoofd. Waarom zou ik opstaan?”

Eenzaam door corona: "Ik trek het donsdeken over m'n hoofd. Waarom zou ik opstaan?"
Getty Images

Fijne momentjes met je gezin of huisgenoten, een huis vol leven … het is niet voor iedereen weggelegd in deze coronatijden. Lezeres Hedwig stuurde ons deze mooie column toe, waarin ze beschrijft hoe zij het ervaart, en hoe eenzaam ze zich voelt door corona. Elke dag is een nieuwe coronadag, met dezelfde routine.

Frisse lucht en goede moed

“Ik ben al wakker vooraleer de wekker afloopt. Door het spleetje van mijn verduisterde overgordijnen zie ik een staalblauwe hemel. Slaapdronken draai ik me nog even op m’n zij. En dan besef ik het: weer een coronadag … Paniek besluipt me. Ik trek het donsdeken over m’n hoofd en besluit in bed te blijven. Waarom zou ik opstaan? Ik ben alleen en oud, de gedroomde prooi voor deze onzichtbare vijand.

De wekker gaat. Het aanzwellende geluid van het minuscule klokje maakt me klaarwakker. Ik aarzel even, maar sta toch op. Waarom stel ik het klokje eigenlijk nog in ‘s avonds? Kamerjas aan, pantoffels aan en het raam open: ik adem de frisse lucht in en raap m’n moed bij elkaar om de trap af te lopen. Nu goed, lopen is veel gezegd. Ik hou me stevig vast aan de trapleuning om m’n stijve knieën de tijd te geven om naar beneden te komen.

Ik lees gretig elk artikel in de krant. Op bladzijde twee staan de foto’s van vier overledenen. Ze zijn iets ouder dan ikzelf.

Tijd om de krant uit de brievenbus te halen. Terwijl ik de voordeur ontgrendel, komt de twijfel weer opzetten. Wat als het virus mijn krant gezelschap houdt? Wat als de postbode besmet was? Hoe lang overleeft het monster op papier? Elke morgen weer neem ik de krant voorzichtig tussen duim en wijsvinger vast. Eenmaal binnen gooi ik ze vliegensvlug op tafel en was ik mijn handen. In mijn verbeelding zie ik de monstertjes op de voorpagina dansen. Eerst ontbijten en nog even wachten met lezen. Als ik het laatste stukje brood wegslik, is de ergste vrees over. Ik lees gretig elk artikel in de krant. Op bladzijde twee staan de foto’s van vier overledenen. Ze zijn iets ouder dan ikzelf.

De dagelijkse babbel

Ik schrik. De telefoon rinkelt. Het is mijn jongste zus aan de lijn. We zijn allebei weduwe en zij woont intussen aan de kust. We vragen elkaar of alles goed is. Aan zee is het rustig en een tikkeltje triestig. We vinden het jammer dat we niet samen kunnen zijn. De plannen van de dag? Schoonmaken, bezig blijven. Elke dag hetzelfde. En dan beginnen we onze dagelijkse coronababbel. De crisisverhalen die we hoorden, roddelweetjes die we flink aandikken en politieke praatjes passeren de revue. Dan lijkt het plots al middag. ‘Ik ben nog niet eens aangekleed! Bel jij me morgen? Daag!’

Na een tussenstop in de badkamer lepel ik een uurtje later een lekkere soep en vol-au-vent naar binnen. Mijn proviand wordt regelmatig aangevuld door een van mijn kinderen of kleinkinderen. Daar hoef ik me al geen zorgen over te maken, gelukkig. Ik kijk nog eens op mijn klok. 13 uur, tijd voor het journaal.

Het nieuws komt als een tsunami op me af. Ik word overspoeld door beelden en experts, elke dag opnieuw.

Het nieuws komt als een tsunami op me af. Beelden van zieke patiënten, artsen en verplegers in ruimtepak wisselen elkaar af. Ook virologen en experten houden ons de klok rond op de hoogte van wat er tijdens deze crisis gebeurt en nog gebeuren kan. Dokter Van Gucht strak in het pak en dokter Van Ranst in een van zijn lamswollen pulletjes. Het zijn details die me ook in crisis niet ontgaan. Ik zak wat dieper weg in de zetel en sluit mijn ogen voor een klein middagdutje.

Wegdromen in de tuin

Tijd om te bewegen nu. Mijn tuin is de gedroomde plek. Elke dag loop ik er 15 rondjes en let ik op de kleine details in de prille lentetuin. Paasbloemen en meibloemetjes pieken al volop. Het is heerlijk ontspannend om te zien. Iets na 16 uur besluit ik dat het genoeg geweest is en ga ik terug naar binnen. Tijd voor koffie. Een dikke reep chocolade smelt zachtjes in mijn mond terwijl ik mijn geliefde bakje troost drink. Ik open mijn laptop en de berichten stromen binnen. Lieve groeten, ideetjes om de tijd door te komen, vragen over van alles en nog wat. Ik lees ze allemaal.

Nog een belangrijke deadline die ik zeker niet uit het oog mag verliezen: de Duitse soap Sturm der Liebe. Even wegdromen in tijden van corona, en mijn Duitse woordenschat gaat er bij elke aflevering op vooruit. Ik zet het dienblad met avondmaal op mijn knieën, de wereld valt vijftig minuten even stil. Heerlijk.

De harde realiteit

En dan begint mijn dagelijkse avondprogramma. Ik kijk opnieuw naar het nieuws. Daarna volg ik Terzake en neem ik ook nog De Afspraak mee. Ik wil op de hoogte blijven en vraag me af wanneer deze nachtmerrie zal eindigen? Ik pik nog een vreselijke reportage mee met beelden over malafide organisaties die exotische dieren ophokken om door te verkopen aan eethuizen. Het is walgelijk. Ik denk aan hoe ingrijpend we de natuur steeds naar onze hand willen zetten en denk aan de woorden van m’n moeder: ‘De natuur wreekt zich altijd’.

Ondertussen is het al middernacht. Ik ga naar bed en zet toch maar weer de wekker aan, je weet maar nooit. Het licht gaat uit en het donsdeken trek ik als een schild over me heen. Morgen een nieuwe coronadag. Ik doe nog snel een avondgebedje voor Klaas Vaak komt.”

Lees ook zeker even deze artikels:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)