Koken in tijden van corona: “Ik maak soep alsof ik een bedelingscentrum run”

Koken in tijden van corona: “Ik maak soep alsof ik een bedelingscentrum run”

Ja, ze kookt. Soms heel graag, maar veel vaker uit noodzaak. Meestal niet te moeilijk. En al zeker niet te lang. Vóór corona was redactrice Nele een fervente afhaalklant, maar nu ­­­kookt ze alsof haar leven ervan afhangt.­­

“Wilt u uw vorige bestelling opnieuw bestellen?” Klik en hop, mijn avondmaal baant zich al fietsend een weg naar mijn voordeur. Zonder dat ik één vinger heb moeten uitsteken, ­­­behalve dan om al swipend de toppings te kiezen voor mijn afhaalpasta. Waar ik thuis nooit meer dan wat geraspte kaas op mijn bolognese zou strooien, vink ik hier vlotjes extra gehaktballen, parmezaan en goh ja, waarom niet, ook nog extra bacon aan. Mijn aders slibben er spontaan van dicht.

Ik weet zelfs niet wanneer het er is ingeslopen. Eén keer per maand afhaal werd één keer per week, en in drukke tijden vol deadlines soms zelfs meer. Weet je: eigenlijk kook ik best graag. Maar door de jaren heen, kwam het er steeds minder van. Vele reizen, leven van dag tot dag en een partner die regelmatig in het buitenland zit, maakten dat mijn maaltijden steeds vaker in andermans keuken werden bereid. Die opleiding tot sous-chef in een ver verleden ten spijt.

“En toen was het tijd voor de grote ommeslag. Eentje van formaat, met structuur, voldoende verse ingrediënten en een heus weekmenu”

De Grote Ommeslag

En toen kwam corona. Met z’n lange wachtrijen op de parking van de supermarkt en stresslevels die de hoogte in schoten van zodra iemand nog maar in jouw richting kuchte. Na een schaamtelijke hamstersessie net voor de lockdown-die-geen-lockdown was, met een winkelkar vol puberproviand à la ravioli, instant noodles, mousselinepuree en mierzoete ontbijtgranen, was het tijd voor De Grote Ommeslag. Eentje van formaat, met structuur, voldoende verse ingrediënten en een heus weekmenu.

In mijn parallelle leven – een soort van alternatief universum in mijn hoofd – kan ik soms echt wegdromen bij het idee van een leven als goedgeorganiseerde huisvrouw, inclusief weelderige moestuin (en boezem), enkele kinders aan haar rokken en altijd een pruttelend stoofpotje op het vuur. Een idyllisch leven op de boerenbuiten, zo je wil. Ik zal het maar niet te luid zeggen, of mijn moeder stuurt me binnenkort alles door wat er zoal te koop staat in de Kempen…

Dus bestelde ik samen met de buren een groenten- en fruitbox bij een lokale handelaar. Een pretpakket deluxe, zo bleek. Bomvol vitamientjes, kleur en smaak. De koelkast werd grondig herschikt in volgorde van vervalbaarheid en Plan Mealprepping – ofte: met een goeie planning in het weekend koken om de week door te komen – werd geactiveerd.

Broodbakmachine en kilo’s bloem

Intussen maak ik verse soep alsof ik een bedelingscentrum run en surf ik dagelijks naar kooksites om inspiratie op te doen, zodat er niets verloren gaat. Mijn innerlijke huisvrouw maakt salto’s van plezier, als ik al roerend een portie pudding prepareer en me voel zoals dat blozende melkmeisje in die reclamespot. De diepvriesschuif bevat naast de echt essentiële dingen – ijsblokjes voor het aperitief – nu ook een impressionante muur van diepgevroren sauzen en soepen.

“De diepvriesschuif bevat, naast ijsblokjes voor het aperitief, nu ook een impressionante muur van diepgevroren sauzen en soepen”

Vorige week schoof ik zelfs nog een uur aan – op sociaal aanvaardbare corona-afstand uiteraard – bij een broodspeciaalzaak om vervolgens trots buiten te wandelen met mijn nieuwste aankoop: een monsterlijke broodbakmachine en zoveel kilo bloem dat ik binnenkort mijn eigen bakkerij kan beginnen.

En ik blijk niet alleen te zijn. Collega-bakkers richtten zelfs een Whatsappgroepje op met de heerlijke titel CarbClub, waar we vol trots onze baksels delen. Wel, zij delen, ik kwijl voorlopig mee vanop afstand. Want terwijl zij volop zuurdesemstarters maken en er lustig met de hand op los kneden, ben ik nog bezig om de duizend knopjes en programma’s op mijn monstermachine te doorgronden.

Maar hey, je moet ergens beginnen, toch?

Mmm, witloofvelouté brûlé!

Zelfs mijn man is mee. Als Fransman, met Italiaanse roots dan nog wel, zou je kunnen denken: culinaire topcombinatie. Zijn kookkunsten kennen echter maar twee ‘standen’: Paul Bocuse en middeleeuwse gevangeniskok. Die eerste schuimt op zaterdag speciaalzaken af op zoek naar enkel de beste verse ingrediënten voor z’n spectaculaire ragù alla nonna of boeuf bourgignon, waar hij vervolgens een hele zondag mee zoet is. De tweede is al blij met een homp droog stokbrood met kaas. Er is geen middenweg.

Maar ik mag niet klagen, want hij is ook mijn grootste fan. Zélfs wanneer het niet te vreten is, zoals die ene keer dat ik de soep liet aanbranden en dat dacht te maskeren met voldoende room, zei hij: ‘Mmm, die witlofvelouté brûlé is echt subliem!’ We spelen dat spelletje allebei al jaren met veel overtuiging mee en dat is helemaal prima zo.

Gelukkig is mijn superfan ook nieuwsgierig. Dus sinds een week schakel ik hem in als sous-chef. In de praktijk komt dat vaak neer op hij die ervoor zorgt dat mijn glas vol blijft tijdens het koken en het keuvelen. Waarna hij het culinaire slagveld weer omtovert in een presentabele keuken en de vaat – op de volgens hem enige juiste manier – inlaadt alsof het level 99 van tetris betrof.

Maar hey, je moet ergens beginnen, toch?

Meer columns in tijden van corona:

Praat verder en deel je eigen ervaringen op ons Libelle Vriendinnenplatform, de beste plek om met elkaar in contact te blijven!

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)