Mijn verhaal: Leni verdraagt geen eet-, adem- of andere geluiden

Mijn verhaal: Leni verdraagt geen eet-, adem- of andere geluiden

Leni (35): “Daar zat ik, in het Chinese restaurant bij ons in het dorp. Ik was elf en ging samen met mijn mama en mijn broer uit eten. Wat rook het er heerlijk en wat zag het eten er lekker uit! Mijn mama en mijn broer namen gretig een stukje kroepoek. Maar bij hun eerste hap verstijfde ik helemaal. Ik voelde de woede in me naar boven komen. ‘Kan het niet wat stiller?’, riep ik. Ze keken me met een vreemde blik aan. Natuurlijk kon het niet stiller, kroepoek kraakt nu eenmaal. Ik wist niet wat me overkwam. En ik wist ook nog niet dat wat ik toen voelde zo’n grote impact toen zou hebben op de mijn verdere leven.

Sinds dat moment volgde de ene uitbarsting na de andere, tot op de dag van vandaag. Als ik iemand hoor eten, slikken, zuchten en zelfs ademen, word ik helemaal gek. ‘Stel je niet zo aan, Leni’, zeggen mensen me dan. Niemand lijkt te begrijpen wát ik precies voel. Van de ene seconde op de andere wil ik roepen. Slaan zelfs, of erger. Zo zat ik eens in de wachtkamer bij de dokter, samen met een man die heel luid ademde. Het enige waar ik aan kon denken, wat ik het liefste wou, was de keel van die man dichtknijpen. Dat hij zou stoppen met ademen, zo vreselijk irritant vond ik hem. Natuurlijk wist ik dat die gedachte nergens op sloeg. Pas toen hij opstond, kon ik opgelucht ademhalen.

“ Zelfs als mijn bloedeigen zoon aan het eten is, heb ik het soms zó moeilijk om rustig te blijven”

Continu door het leven gaan met zo’n frustraties en vreselijke gedachten, is vermoeiend. Zelfs ’s nachts haalt elk geluid me uit mijn slaap. Als iemand naast me in bed ligt, draag ik oordoppen om toch een paar uur slaap te hebben. Zonder die dingen in mijn oren zou ik geen oog dicht doen. De meeste relaties zijn dan ook stukgelopen door mijn probleem. Hoewel sommige mannen overdreven veel rekening hielden met mij – ze aten hun koekje op in een andere kamer bijvoorbeeld – stapelden de frustraties zich op. Na een tijdje ergerde ik me niet alleen aan de geluiden, maar ook aan de persoon zelf. Ook de relatie met de vader van mijn zoontje hield geen stand. Dat hij nu opgroeit met gescheiden ouders, komt enkel en alleen door mijn probleem.

Hoewel ik van zijn papa hield, ergerde ik me dood aan alles. De laatste maanden waren een hel. Zelfs als hij enkel maar ademde, werd ik woest. Bewoog hij net iets te veel, dan zat het er wéér tegen. Hij sliep zelfs op de zetel omdat ik hem niet naast me kon verdragen in bed. Het frustreerde me ook dat ik niet kon uitleggen wat zijn geluiden met me deden. En ook de geluiden van mijn eigen zoon kan ik maar moeilijk verdragen. Als hij aan het eten is, heb ik het soms zó moeilijk om rustig te blijven. Zo riep ik ooit: ‘Kun je niet wat stiller zijn?’, waarop hij zijn bord in de vuilbak kieperde. Dat is het laatste wat je wilt als moeder, zo schreeuwen tegen je kind. Ik voel me schuldig en leg hem uit dat het niet zijn schuld is, dat mama het probleem is.

Wat is er mis met mij? Waarom ben ik zo raar? Een psycholoog zou me misschien kunnen helpen, dacht ik. Met behulp van hypnose probeerde hij me te ‘genezen’. Een sprankeltje hoop dat als sneeuw voor de zon verdween, want genezen was ik niet. Wél vond de psycholoog de vermoedelijke oorzaak van al mijn ellende: mijn mama. Ik heb nooit een goede band met haar gehad. Ik was een jaar of tien toen mijn moeder een café overnam.

Ze was continu aan het werken en ik heb haar daarom niet echt als een mama gekend. Ik stond er helemaal alleen voor en dat maakte me boos en verdrietig. Die gevoelens heb ik gekoppeld aan haar geluiden. Daar is het allemaal begonnen. Hoewel de psycholoog me niet echt kon helpen, deed het wel deugd om over mijn ergernissen te kunnen praten zonder raar bekeken te worden. Maar toch zat ik nog vol woede, liep ik gefrustreerd rond. Niemand leek me te begrijpen, dus ging ik zelf op zoek naar lotgenoten.

Op Facebook ontdekte ik de groep ‘Misofonie NL’. Ik had nog nooit van ‘misofonie’ gehoord maar ik was zo blij dat de aandoening eindelijk een naam kreeg. En dus heb ik zelf een Facebookgroep opgericht: ‘Misofonie België’. Het is een opluchting om te weten dat je niet alleen bent. Dat je je verhaal kunt doen zonder uitgelachen te worden, dat mensen zich er zelfs in herkennen. Dat ze niet zeggen: ‘Doe niet zo belachelijk’, of met opzet een appel in je buurt eten met veel geluid, zoals sommigen nog steeds durven te doen. Zulke situaties bewijzen dat misofonie nog steeds verkeerd wordt begrepen.

Steeds meer mensen reageren nu anders op mijn probleem, met respect en de wil om me die vreselijke geluiden zoveel mogelijk te besparen. Ik heb me veel te lang een vreemde gevoeld. Ik besef al lang dat het probleem bij mij ligt en niet bij mijn zoontje, niet bij mijn vrienden, niet bij mijn mama. Ik moet leren accepteren dat de misofonie een deel van mij is. Natuurlijk hoop ik dat er ooit een oplossing gevonden wordt voor dit probleem, maar tot dan denk ik: ‘Ik ben wie ik ben. Neem me zoals ik ben of helemaal niet.’”

Tekst: Diny Thomas. Beeld: Getty Images

Lees nog meer Mijn verhalen:

 

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)