Openhartig: Noor werd seksueel en psychologisch misbruikt door haar nonkel

Openhartig: Noor werd seksueel en psychologisch misbruikt door haar nonkel

Amper vier was Noor toen ze voor het eerst werd misbruikt door haar nonkel. Het zou nog járen duren voor er een eind aan kwam.

Alleen op de wereld, en niemand die iets ziet

Noor (32): “Ik weet niet precies wanneer het misbruik is begonnen. Ik moet een jaar of vier geweest zijn, denk ik. Nog heel, heel klein. Mijn ouders gingen allebei uit werken en maakten lange dagen. Ik kon het heel goed vinden met mijn tante, en haar nieuwe vriend – ik noemde hem ‘nonkel’ – vond het gezellig om kinderen op bezoek te hebben. Het leek dus alleen maar logisch dat ik vaak bij hen ging logeren. Aanvankelijk ging ik ook graag. Tante deed leuke spelletjes met me, en maakte altijd mijn lievelingseten klaar. Tot ik begon te voelen dat er iets niet klopte. Dat het niét normaal was wat mijn nonkel met me deed. Helaas had hij me tegen die tijd al zodanig in zijn macht, dat ik niet meer terug kon. Niet zonder andere mensen in gevaar te brengen. Dus bleef ik gaan. En zwijgen.”

Samen in het kleedhokje

“Eén van mijn eerste herinneringen speelt zich af in het zwembad. Daar gingen we elke vrijdag naartoe. Mijn nonkel stond erop dat we ons in hetzelfde hokje uitkleedden. Ik weet niet of mijn tante zich daar geen vragen bij stelde, alleszins liet ze het gebeuren. Nadien gingen we iets drinken. Zij deelden een cola, ik kreeg een Fristi. Ik walgde daarvan, ik kan dat drankje niet verteren, nog steeds niet. Maar toch moest ik het van hem opdrinken. Omdat hij wist dat ik er ziek van werd. Elke week gaf ik over in de auto. Ik leerde ‘mikken’ zodat ik het nadien makkelijk kon schoonmaken. Want dat moest ik van hem zelf doen. Het was pure vernedering. Wellicht rond diezelfde tijd begon hij ’s avonds in mijn kamer te komen.

Ik heb mezelf heel snel geleerd om wakker te blijven, zodat ik het zou horen als de deur openging. Nog steeds slaap ik maar een uur of vier per nacht. Later nam hij me mee naar de zolder. Hij was bezig met verbouwingen, en in afwachting van een nieuwe trap was die enkel bereikbaar met een ladder. We klommen naar boven, hij trok de ladder op en kon ongestoord zijn gang gaan. Op andere dagen moest ik mee naar een leegstaand fabrieksgebouw verderop in de straat. Daar speelden we verstoppertje.

Ik moest me verstoppen, hij kwam me zoeken. Het was een soort ziek voorspel. Als hij me vond, was ik de ‘beloning’. En ik ‘speelde’ mee, ja. Ik kon niet anders. Eén keer dacht ik hem te slim af te zijn, en verstopte ik me zo goed dat hij me niet meer vond. Hij was razend, ging naar huis en sloeg mijn tante bont en blauw. ‘Jouw schuld’, zei hij achteraf. ‘Jou zal ik niks doen, jou zie ik graag. Maar als jij iets verkeerd doet, zal ik me altijd op iémand afreageren.’ Ik had mijn les geleerd: de volgende keer moest ik gevonden worden, om haar te sparen. Een paar jaar later probeerde ik het nog een keer. Toen zei ik hem heel duidelijk: ‘Stop, ik wil dit niet!’ Hij grijnsde. ‘Goed hoor’, zei hij. ‘Geen enkel probleem. Dan nodig ik je zus wel uit.’ Zo had hij me compleet in zijn macht. Mijn zus is acht jaar jonger, ik voelde me verantwoordelijk voor haar. Ik moést haar beschermen. Dus bleef ik gaan. Ik had gewoon geen keuze.”

 

“Ik schreeuwde dat ik niet meer wilde. ‘Geen probleem’, grijnsde hij. ‘Dan nodig ik je kleine zusje wel uit’ “

Vluchten in drugs

“Toen ik ouder werd, begon ik op zoek te gaan naar manieren om te vluchten. Op school maakte ik per toeval kennis met softdrugs. Een klasgenoot had een jointje bij, en liet me eens proberen. Ik werd er meteen rustig van. Een heerlijk gevoel, want ik had in die tijd veel last van hartkloppingen. Ik begon steeds meer cannabis te roken. Een poosje later kwam ik tijdens het uitgaan in contact met harddrugs. Ik probeerde het, en voelde me ‘wegzakken’. Ik wist meteen: dit gaat me helpen. Ik heb hier nog steeds pittige discussies over met vrienden; zij zijn resoluut tegen drugs, maar ik zie het – in mijn geval – niet als iets negatief. Mij heeft het geholpen. Ik nam het, en was even van de wereld. Ik ben nooit verslaafd geweest, ik heb altijd heel bewust en gecontroleerd gebruikt. Ik nam het enkel om te ontsnappen, om die momenten met mijn nonkel niet meer bewust te moeten beleven.

Ik kende zijn routine, zijn structuur, ik wist heel goed wanneer het moment eraan kwam. Dan sloop ik snel naar mijn kamer, nam wat drugs, en beet door. Slechts één keer is het bijna mis gegaan. Ik had te veel genomen, en verloor het bewustzijn. Mijn nonkel moet gedacht hebben dat ik doodging. Hij is in paniek geschoten, en heeft me in het tuinhuis gelegd, terwijl het buiten vroor dat het kraakte. Toen ik wakker werd, had ik geen flauw idee wat er was gebeurd. Ik heb uren voor de haard moeten zitten om er weer een beetje bovenop te komen. Net zo goed was ik erin gebleven, en hadden ze me dood gevonden in dat tuinhuis.”

Een brief voor mama

“Ik heb een paar keer geprobeerd om hulp te zoeken. Om iemand in vertrouwen te nemen. Mijn juf van het zesde leerjaar was de eerste aan wie ik alles vertelde. Het kwam eigenlijk heel toevallig. Een klasgenootje had me verteld dat haar vader dronken op haar kamer was gekomen en haar had betast. Dat wilde ze vertellen aan onze juf, maar ze durfde niet. Ik heb dat toen voor haar gedaan. Tijdens dat gesprek heb ik ook mijn eigen situatie aangekaart. De juf nam het meteen heel ernstig, maar vond dat ik eerst en vooral mijn moeder moest inlichten. Dat heb ik ook gedaan.

Ik heb mama een brief geschreven waarin ik alles vertelde. Ze las hem, keek me aan, en scheurde hem in stukken. ‘Heb jij niet wat veel verbeelding?’, was haar enige reactie. Ze is er nadien nooit meer op teruggekomen. Dat kwam hard aan, ja. De boodschap was voor mij heel duidelijk: ik kon hier maar beter met niemand over praten. Ze zouden me toch niet helpen. Dus toen de juf me vroeg wat mama had gezegd, loog ik dat het in orde was. Dat ik niet meer naar mijn nonkel moest gaan. Ze geloofde me; ik kon toen heel overtuigend liegen. Pas in het vierde middelbaar heb ik er opnieuw met iemand over gepraat. Ik schreef een korte brief naar mijn leerkracht lichamelijke opvoeding. Net als de vorige juf nam ook zij me – gelukkig – meteen serieus. ‘Ik ga je helpen’, zei ze. ‘Wat kan ik doen?’ Ik vroeg om me wat tijd te geven, zodat ik erover kon nadenken. Ik was echt van plan om door te zetten, om er samen met haar iets aan te doen. Maar ik was zo dom om dat aan mijn nonkel te vertellen. Ik dacht dat ik hem daarmee zou afschrikken. Maar het omgekeerde gebeurde.

“Ik schreef mijn moeder een eerlijke brief. Ze las hem, en scheurde hem in stukken. ‘Heb jij niet wat veel verbeelding?’, vroeg ze”

De dag nadien kwam hij me ‘als verrassing’ afhalen van school. Op de speelplaats ging hij heel dreigend achter mijn leerkracht staan. Zij merkte dat niet, maar mij keek hij recht aan. Ik heb haar nog diezelfde avond geschreven dat het in orde was, en of ze wilde respecteren dat ik er niet meer over wilde praten. Ik moest haar beschermen. Alweer had hij me in de tang.”

Een ziekelijk cadeau

“Uiteindelijk heb ik zelf voor een kentering gezorgd. Ik was zeventien, en moest weer eens mee naar de zolder. Om een of andere reden viel zijn bril op de grond, ik weet niet meer precies hoe dat kwam. ‘Raap op’, commandeerde hij. En ineens hoorde ik mezelf ‘nee’ zeggen. Ik schrok er zelf van, en zag ook hem schrikken. ‘Raap op!’ commandeerde hij opnieuw. Het was alsof ik een klik voelde in mijn hoofd. Ik heb hem recht aangekeken, mijn voet op zijn bril gezet en hem stuk getrapt. Ik wist totaal niet wat ik deed, ik was nooit eerder tegen hem ingegaan. Heel even vreesde ik dat hij agressief zou worden. Maar hij wendde zijn blik af, en ik wist dat ik iets had overwonnen. Hij keerde zich om, liet de ladder zakken en klom naar beneden. Hij heeft me nadien nooit meer aangeraakt. Wat niet wil zeggen dat hij me gerust liet, integendeel. Het seksueel misbruik was gestopt, maar psychisch werd het alleen maar erger. Het leek alsof hij me geen seconde rust meer wilde gunnen. Overal waar ik was, dook hij op. Ging ik naar de winkel, dan was hij daar ook. Stond ik te tanken, dan reed hij voorbij. Hij was overal, altijd. Ik keek voortdurend over m’n schouder, voelde me nergens meer op mijn gemak. Toen begon hij me te bellen.

Verschillende keren per dag sprak hij een voicemail in. Altijd met zo’n dreigende ondertoon: ‘Wat leuk dat je een nieuwe blauwe auto hebt gekocht van dat merk en met die nummerplaat’ of ‘grappig dat je elke dinsdag om 20 uur naar het fitnesscentrum gaat’. Het ergste was die keer toen hij tot in detail de consultatieruimte van mijn psychologe begon te beschrijven. Ik heb haar daarover aangesproken, vroeg of hij daar was geweest. Ze ontkende. Maar ik sloeg in paniek. Hoe kon hij die ruimte zo goed beschrijven als hij er niet was geweest? Ik ben nooit meer naar die psychologe gegaan. Zo bleef hij mijn leven controleren. Ik heb meermaals overwogen om een klacht in te dienen bij de politie, maar dan zou ik hen alles moeten vertellen. Dat kon ik niet, en dat wist hij heel goed. Dus ging hij door. Zelfs na mijn huwelijk.

Op een dag stond hij aan onze deur: hij had een nieuwe slaapkamer gekocht, en wij kregen zijn oude. ‘Een cadeau’, glimlachte hij. Maar ik wist meteen: dit is géén cadeau. Dit is manipulatie. Een ziekelijke manier om zijn aanwezigheid in mijn huwelijksleven te wurmen. Hij moet vermoed hebben dat ik mijn partner nog niets over hem had verteld, en nu dwong hij me om met hem te slapen in het bed waarin hij me zo vaak had verkracht. Walgelijk. Aanvankelijk dacht ik nog dat ik me er wel zou kunnen overzetten, maar dat lukte niet, natuurlijk. Ik kon nauwelijks nog slapen, en als het dan toch eens lukte, kreeg ik afschuwelijke nachtmerries. Ik ging er compleet onderdoor. Mijn partner smeekte me om te vertellen wat er aan de hand was. En uiteindelijk heb ik het verteld. In enkele woorden, zonder al te veel details. Daar was ik nog niet klaar voor. Zijn reactie deed me zoveel deugd. Hij luisterde, hield me vast, zei niets. En nadien hebben we samen die slaapkamer letterlijk door het raam naar buiten gegooid. Dat was een enorme opluchting.”

Schrijven als redding

“Vanaf toen is het stilaan beter met mij beginnen gaan. Ik vond een nieuwe therapeute met wie het heel erg klikte. Ze voelde meteen aan dat ik niet goed kon praten over wat er was gebeurd, en ze nodigde me uit om het op te schrijven. Met een dikke stift op grote vellen papier. ‘Waarom niet gewoon met een balpen?’, vroeg ik haar tijdens de eerste sessie. Ze legde uit dat het te makkelijk zou zijn, dat ik daarbij te veel tijd zou hebben om na te denken, en dan zou mijn brein controleren wat ik opschreef. Waardoor ik weer de helft zou opkroppen. Door met die dikke stift te schrijven, bleef al mijn aandacht daarop gericht en kwamen de woorden veel spontaner naar boven. Het werkte echt. Ik begon de zaken wat rustiger te zien, kon er eindelijk enige afstand van nemen.

Ik ben blijven schrijven, ik heb intussen zelfs een boek uitgebracht over mijn leven. Ook dat heeft me veel goed gedaan. Stilaan begon ik weer te ‘voelen’. Heel lang was ik als een steen geweest, had ik een pantser opgetrokken waarop elke emotie afketste. Ik keek soms met opzet naar gruwelijke films in de hoop toch maar iéts te voelen. Het deed me niets. Dat begon te veranderen. Dingen konden me weer raken. Onlangs nog, mijn zus belde en vertelde dat ze zo’n leuke man had leren kennen en hoe gelukkig ze samen zijn. De tranen stroomden over mijn wangen. Vroeger zou ik gewoon content geweest zijn voor haar, nu komt zo’n nieuws echt bínnen. Dat vind ik een heel goed teken. Natuurlijk zal ik mijn verleden altijd met me meedragen. Er zijn zoveel herinneringen.

“Eén geur, één woord, één beeld is soms al voldoende om me terug te katapulteren naar die vreselijke tijd, naar die zolder. Dan komt alles weer boven”

Eén geur, één woord, één beeld is soms al voldoende om me terug te katapulteren naar die vreselijke tijd, naar die zolder, naar dat leegstaande fabrieksgebouw, en dan komt alles weer boven. Ik heb ook problemen met vertrouwen. De meeste mensen vertrouwen anderen tot het tegendeel is bewezen. Bij mij is het net andersom: ik vertrouw niemand tot het tegendeel is bewezen. Maar al bij al gaat het goed met me. En mijn nonkel laat me gerust. Ik heb hem nu al twee jaar niet meer gezien. Hij heeft me nog één keer een mail gestuurd, maar die heb ik onbeantwoord verwijderd. Geen idee waarom hij uiteindelijk is gestopt met me te stalken. Misschien omdat hij ook voelde dat het beter ging, dat hij geen vat meer had op mij.”

Waarom trok niemand de alarmbel?

“Toch blijf ik met vragen zitten. Waarom heeft mijn tante nooit iets gedaan? Ze wíst wat voor man hij was, ze hadden geen fijne relatie. Hij bepaalde wat ze moest klaarmaken, wat ze mocht drinken, wat ze moest doen. Wilde hij brood, dan kreeg ze geld om naar de bakker te gaan. Als ze een paar centjes over had, hield ze die stiekem opzij, en als ze genoeg had gespaard ging ze met mij een pannenkoek eten. Zonder dat hij het wist. Zo iemand was hij. Pas onlangs heb ik vernomen dat hij haar financieel compleet in de tang had. Alles stond op zijn naam: het huis, de rekeningen, de auto… Zonder hem zat ze compleet aan de grond.

Dus ja, nu snap ik wel waarom ze niet bij hem wegging. Maar waarom kwam ze niet op voor mij? Ik denk echt dat ze wist wat er speelde. Een paar jaar geleden sprak ik haar voor het laatst. We kregen ruzie over een futiliteit, ik werd boos. ‘Ben je vergeten wat ik allemaal voor jou heb gedaan?’, snauwde ze. Waarop ik impulsief antwoordde: ‘ben jij vergeten wat ik allemaal van jou heb overgenomen?’ Ze begon te huilen en gooide de telefoon dicht. Dat was voor mij een bevestiging. Had ze het niet geweten, dan zou ze toch gevraagd hebben wat ik bedoelde? Ze heeft me nadien nog één keer proberen te bellen, maar ik heb niet opgenomen. Dat ze zichzelf niet kon beschermen, kan ik nog begrijpen. Maar dat ze mij niet heeft geholpen, dat ze alles gewoon heeft laten gebeuren terwijl ik nog zo jong was, dat kan ik haar niet vergeven. Ik was een kind!”

Te veel fantasie

“Ook over mijn moeder heb ik me heel lang vragen gesteld. Hoe heeft ze zo kunnen reageren toen ik haar die brief schreef? Ik heb er vaak met mijn therapeute over gepraat. Zij zei: ‘we zien zo’n reactie vaak als de persoon zelf getriggerd wordt’. Ze vraagt zich af of mijn moeder misschien ooit zelf slachtoffer zou geweest zijn van seksueel misbruik. En inderdaad, als ik er zo over nadenk, reageert ze vreemd op bepaalde zaken. Maar ik heb het haar nooit gevraagd.

Mama en ik praten niet over gevoelige onderwerpen. Het is niet dat we een slechte band hebben, we hebben gewoon géén band. We babbelen over het weer, over het werk. Maar van zodra het écht ergens over gaat, klapt ze dicht. We delen niks. Eén keer nog is het verleden ter sprake gekomen. We waren op een familiefeest, en zij zat aan tafel naast mijn nonkel. Ineens staat ze op, en loopt ze naar de toiletten. Ik merk dat er iets mis is, en ga achter haar aan. Ze vertelde me dat mijn nonkel zijn hand onder haar jurk had geschoven. Ik zag dat ze totaal overstuur was. En ja, ik begreep helemaal hoe ze zich op dat moment voelde. Maar dat heb ik niet gezegd. Ik heb alleen maar geantwoord: ‘Mama, heb jij niet wat veel verbeelding?’. Exact dezelfde woorden die zij toen tegen mij zei. Ik zal de blik waarmee ze me aankeek nooit vergeten. Ze heeft er niets op geantwoord, en we zijn er nooit meer op teruggekomen. Maar ach, het is oké. We hebben allebei onze problemen, en gaan daar gewoon elk op onze eigen manier mee om. Ik heb er vrede mee.

Ik heb nu genoeg mensen rond me aan wie ik wél iets heb. Mijn partner, mijn vrienden, mijn collega’s… zij kennen mijn verhaal en aanvaarden me zoals ik ben. Zij weten dat ik het soms moeilijk heb en dan staan ze klaar om me te helpen. En dan denk ik bij mezelf: ‘Ik heb het niet makkelijk gehad, maar toch heb ik geluk. Ik heb zoveel warmte om me heen. Het komt goed’. ”

Hulp nodig?

Ben je zelf slachtoffer van misbruik, of heb je het vermoeden van misbruik bij iemand in je omgeving?

Neem dan contact op met de hulplijn ‘misbruik, geweld en kindermishandeling’ van de Vlaamse overheid. Je kunt er terecht voor informatie, advies, gerichte doorverwijzing of directe hulp. De hulplijn bereik je via het gratis nummer 1712.

Zoek je een uitweg maar weet je niet goed waar te beginnen of wil je gewoon je verhaal kwijt aan iemand? Teleonthaal staat elke dag en nacht voor je klaar. Bel het gratis nummer 106 of chat.

Heeft dit verhaal je geraakt en wil je reageren? Mail dan naar libelle@libelle.be

Tekst: Evelien Roels. Beeld: Getty Images

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)