Mijn verhaal: Paula (77) verloor drie van haar vier kinderen

Mijn verhaal: Paula (77) verloor drie van haar vier kinderen
Rear view of one mature woman sitting on a park bench in the summer season. Bright sunny day with lush green grass and trees. The woman gazes off into the distance as she relaxes on a beautiful day. Solitude, lonliness, contemplation. She has short blond hair and wears a purple shirt and jeans. Copyspace to right in this tranquil nature scene.

Paula (77): “Ik kijk elke dag even naar hun foto’s op de kast. De jonge vrouw, een meisje nog, in legeruniform. De donkerharige jongeman met zijn lieve glimlach. Daarnaast een geboortekaartje dat tegelijk een overlijdensbericht is. Vier kinderen heb ik gehad, en drie van hen zijn er niet meer. Verdriet slijt met de jaren, zeggen ze. Maar de pijn die je voelt als je een kind moet afgeven, gaat nooit weg. Op de meest onverwachte momenten kan ik er ineens door overspoeld worden. Als ik hun lievelingskostje klaarmaak, als ik een knutselwerkje in handen heb dat ze ooit maakten, als ik een liedje hoor dat me aan hen herinnert. Er schiet zo weinig over van het gezin dat ik ooit had. Het eerste kind dat ik heb moeten afgeven, was Juri, in 1972. Hij heeft amper drie dagen geleefd. Het was een jongetje dat twee maanden te vroeg geboren is. Mijn ex heeft Juri nog mogen vastpakken, ik niet, omdat ik te verzwakt was. Daar heb ik altijd veel spijt van gehad. Ik weet nog goed hoe leeg en triest ik me voelde toen ik thuiskwam zonder baby en hoe moeilijk het was om aan onze twee andere kinderen te vertellen dat hun broer overleden was.

Acht jaar later sloeg het noodlot opnieuw toe. Deze keer bij mijn enige dochter, mijn oudste kind. Katia was 17 en studeerde aan de school voor onderofficieren toen ze op een avond met drie vrienden op stap ging en een verkeersongeval had. Mijn dochter heeft de crash overleefd, maar ze was verlamd en belandde in een rolstoel. Ze heeft een hele tijd in het ziekenhuis gelegen en gewerkt aan haar revalidatie. Maar het leven had voor haar alle glans verloren; Katia kon en wilde niet meer voort. Dat ze zo diep zat, werd pas duidelijk toen we haar levenloos aantroffen. Ik was in shock, kon het niet geloven. Als ik denk aan dat jonge leven dat ineens gestopt is, aan alle jaren dat ze er al niet meer is… Ze zou nu 52 jaar zijn, een vrouw van middelbare leeftijd, maar in mijn herinnering blijft ze voor altijd een jong meisje.

Op dezelfde manier zal mijn jongste zoon altijd halfweg de dertig blijven. Hildert was treinbestuurder bij de NMBS en overleed in februari 2011 bij een werkongeval. Toen iemand van slachtofferhulp een paar uur later bij mij aan de deur stond om me het nieuws te komen vertellen, heb ik geroepen en gehuild. Ik wilde naar het station, naar het ziekenhuis, om mijn zoon te zien en hem een laatste keer vast te pakken. Maar ik kreeg geen toestemming; iedereen vond dat het beter was dat ik me Hildert zou herinneren zoals hij was. Dat ik geen afscheid heb kunnen nemen, blijft moeilijk. Er zijn zelfs momenten dat ik niet kan geloven dat hij dood is. Dan zie ik hem nog lopen, of in de tuin werken, of aan de piano zitten. Mijn jongste, mijn oogappel. Een muzikale, lieve, hulpvaardige jongen met een groot hart. Ik mis hem nog elke dag.

Nu is alleen Mario er nog, mijn oudste zoon. Het leven heeft hem evenmin gespaard: hij heeft niet alleen zijn zus en broers verloren, maar ook zijn eerste vrouw, Anja. Ze was nog maar dertig toen ze overleed na een hersenbloeding. Hun kinderen, twee jongetjes, waren toen nog maar één en drie jaar oud. Opnieuw werd de hele familie in rouw gedompeld. Mario is nu hertrouwd, met een lieve vrouw die zich als een moeder heeft ontfermd over de twee jongens. Samen hebben ze nog een zoontje gekregen. Mijn zoon, schoondochter en drie kleinkinderen zijn me ontzettend dierbaar. Het zijn de enige familieleden die me nog resten.

Sinds mijn scheiding sta ik er alleen voor. Mijn man en ik zijn jaren geleden uit elkaar gegaan, toen de kinderen nog klein waren. Ik heb nooit meer een nieuwe relatie gewild; mijn kinderen kwamen voor mij altijd op de eerste plaats. En ook al vind ik veel steun bij mijn zoon en zijn gezin, en bij sommige vriendinnen, ik voel me toch vaak alleen, zo zonder partner om het gemis mee te delen. Ik ben een paar keer naar bijeenkomsten geweest van Ovok, de vereniging voor Ouders van een Overleden Kind. Maar ik kon het niet aan en
kwam er telkens gebroken vandaan. Ik heb wél veel deugd aan de gesprekken met de psycholoog bij wie ik al een hele tijd in therapie ben. En als het echt moeilijk is, spring ik op mijn fiets. Om uit te waaien, en soms om te passeren langs het station,
op de plaats waar een monumentje staat ter nagedachtenis van Hildert. Dan denk ik aan hem, en aan de anderen die ik zo mis. Verjaardagen, familiebijeenkomsten, feestdagen… het zijn moeilijke momenten waar ik altijd weer enorm tegenop kijk. Omdat er zoveel stoelen leeg blijven.”

Lees nog meer verhalen uit het leven gegrepen:

 

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)