Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Kindertekeningen vertellen meer dan je denkt

Door De Redactie
Van vorkhandjes tot een appelboom met blauwe peren...de tekeningen van je kind vind je sowieso kunst. Maar soms kan je er ook verrassend veel uit afleiden. Wij trokken met kopvoeters en co naar de psycholoog...

 

Fase 1 – Kribbelkrabbels (1+)

Als ze ongeveer anderhalf zijn, nog voor ze goed en wel weten wat tekenen is, beginnen kinderen aan de krabbelfase: ze palmen blaadjes, bierviltjes en soms helaas ook meubels en muren in met krabbels en krassen, die vaak nog niets concreets voorstellen. Het krabbelen geeft hen gewoon een prettig gevoel, ze vinden het spannend dat ze iets teweeg kunnen brengen in hun omgeving, of ze bootsen anderen na.

“Het tekenen is dan één lange oefening om de spieren in de hand, de arm en de pols onder controle te krijgen”, zegt psycholoog Stefaan Baert. “In het begin is het al een hele prestatie om binnen de bladrand te blijven. Geleidelijk zie je duidelijke lijnen, cirkels en vierkanten ontstaan.”

Fase 2 – Kopvoeters (3+)

Vanaf een jaar of drie worden al die vormen gecombineerd tot ontwerpen die meer betekenis krijgen, al gaat het er nog behoorlijk chaotisch aan toe: kinderen plannen nog niet echt wat ze tekenen, het blad wordt in alle mogelijke richtingen gevuld, en wat bijvoorbeeld eerst een zon is, kan een paar minuten later alweer een mama zijn. In die preschematische fase ontstaat ook de fameuze kopvoeter, een hoofdje op pootjes, meestal ook de eerste herkenbare figuur.

Stefaan Baert: “Wat opvalt bij die kopvoeters is dat het gezicht al vrij goed uitgewerkt is, terwijl de rest van het lichaam uit een paar streepjes bestaat. Wellicht komt dat doordat het gezicht zo belangrijk is in het contact tussen mensen: het is het eerste waaraan je mensen herkent.”

Dat een kind de dingen die het belangrijk vindt ook meer aandacht geeft in zijn tekeningen, zegt ook iets over de tweede functie die het tekenen in deze fase krijgt: naarmate kinderen ouder worden, stimuleert het ook hun denkvermogen. Kinderen baseren zich op een mentale voorstelling van zichzelf, de dingen en de mensen om zich heen en dus worden ze voortdurend geprikkeld om die bij te stellen.

Fase 3 – Fantasiefiguren (4+)

Zeker vanaf de schematische fase, vanaf ongeveer 4 of 5 jaar, wanneer ze hun tekening meer plannen, vertellen kinderen vaak hele verhalen. Al schetsen ze de wereld zoals zij die begrijpen, nog niet zoals hij werkelijk is. Vaak ontstaan er dan ook fascinerende ontwerpen, met fantasiefiguren, kleuren die van het blad spatten en voorwerpen en mensen die doorzichtig zijn.

Stefaan Baert: “Soms kan je door de huizen heen kijken, of zie je dwars door de buik van een mama een baby zitten, omdat ze weten dat mama zwanger is. Dingen die zij belangrijk vinden, zullen ze bovendien herhalen en ook uitvergroten: hun lievelingsdier wordt extra groot, of ze tekenen een meisje met extra lange haren omdat ze zelf van lang haar dromen.”

Fase 4 – Nét echt (6+)

In de realistische fase, vanaf een jaar of zes, proberen kinderen wel al zo dicht mogleijk tegen de realiteit aan te tekenen: de taferelen spelen zich af tussen een hemel en gras, de lichaamsdelen zijn beter in proportie en worden ook beter met elkaar verbonden. Er duiken meer details op, meisjes en jongens worden duidelijk anders getekend, dieren zijn beter van elkaar gescheiden, al houden kinderen zeker in het begin nog vast aan clichés: een huis krijgt een rood puntdak, bomen hebben een bolle kruin, een bloem is een steeltje met een bol en blaadjes. Het is de periode waarin ze graag natekenen, net omdat ze het graag goed willen hebben. Volgens sommigen zijn kinderen na hun zesde dan ook al over hun artistieke hoogtepunt heen, net omdat ze zich te veel aan regels houden…

Fase 5 – Bye bye tekendozen (12+)

Tenzij er tekenlessen aan te pas komen, stopt onze technische evolutie rond een jaar of tien en zodra we beseffen dat we de werkelijkheid niet perfect op papier krijgen, rond ons twaalfde, verdwijnt het enthousiasme: dan vliegen tekendozen aan de kant, staan verfpotten op te drogen en komen er geen nieuwe kunstwerkjes meer op de koelkast.

Uit [LINK_TEXT id=1] februari 2011