Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Op zoek naar de roots van…Frieda Van Wijck

Door De Redactie

Voor de derde keer staat ze als juf voor ‘De klas van Frieda’. Maar hoe deed ze het vroeger zelf op school? En daarna? Even terugblikken met Frieda Van Wijck (62).

Lees het volledige interview in Libelle 14 (5 april 2012)

Ze is een halfuur te laat. ‘Dit is niet van mijn gewoonte,’ verontschuldigt ze zich. Ik geloof haar. Frieda Van Wijck straalt stiptheid uit. Maar soms zijn er uitzonderlijke omstandigheden. Frieda’s moeder is net op de spoedgevallendienst opgenomen. ‘Spreek je liever op een ander moment af?’ vraag ik haar. Ze is vastberaden. ‘Nee hoor, ik had je dit interview beloofd. En belofte maakt schuld.’ De eerste vraag krijgt een onverwachte beladenheid. Een warm en liefdevol gesprek volgt.

Beschrijf je ouders eens.

“Mijn ouders zijn jong getrouwd omdat mijn moeder zwanger bleek te zijn. Ze was een getalenteerde vertelster en tekenaarster. Maar uiteindelijk heeft ze daar nooit iets mee gedaan, op een verhaal in Robbedoes na. Ik heb nog altijd haar tekenboeken, die mag ik bijhouden. Zonde, maar dat ging zo in die tijd. Ze trouwde, kreeg haar eerste kind op haar twintigste en daarna volgden er nog drie. Om die reden moest mijn vader snel aan het werk. Ik ben ervan overtuigd dat ook hij liever verder gestudeerd zou hebben. Maar dat kon niet. Dat had ook met de tijdsgeest te maken. De oorlog was net gedaan en hogere studies stonden niet tussen de te realiseren verwachtingen. Er moest zo snel mogelijk brood op de plank komen. Hadden mijn ouders in een andere tijd geleefd, dan zou ik een ander ouderpaar gehad hebben, denk ik."

Welke positie nam jij in binnen het gezin?

“We waren met vier zussen. Ik was de oudste. Degene die het pad moest effenen. Mijn zussen hadden het makkelijker. Zo was de zus die net na mij kwam onze rebel. Stiekem roken en op café gaan op haar zestiende, ik zou het nooit gedurfd hebben. Ze daagde het ouderlijk gezag uit. Ik was de angsthaas. Bang voor wat ze thuis zouden zeggen. De oudste van het gezin is vaak de meest plichtsbewuste. Dat was ik ook. Ik bewonderde mijn zus wel om haar durf. Maar zelf was ik een stuk voorzichtiger en braver.”
 

Je kreeg als kind tuberculose. In welke mate heeft dat je jeugd overschaduwd?

“Ik was een jaar of zeven en zat in het eerste studiejaar. Wat ik vooral heb onthouden was de teleurstelling dat ik niet bij de prijsuitreiking kon zijn omdat ik naar het preventorium moest vertrekken. En dat terwijl ik de eerste van de klas was! Heel erg vond ik dat. Ik had zelfs al de rol ingeoefend die ik in het toneelstukje zou spelen dat bij die uitreiking hoorde. Ze hadden een rokje van crêpepapier voor me gemaakt. Mijn tante heeft nog een foto van mij in dat rokje genomen. Maar op het moment suprême zelf was ik er niet meer bij. Het tweede leerjaar heb ik in dat preventorium gevolgd. De eerste maanden lag ik in quarantaine. Daarna mocht ik er naar het kleine schooltje. Fijn vond ik het er niet. We kregen er vaak stokvis te eten waar nog graten in zaten. Ik heb er lange tijd een antipathie voor vis aan overgehouden. Maar geen trauma’s."