holibi

“Toen ik zei dat ik verliefd was op een vrouw, brulde mijn vader ‘dat hij zo geen kinderen had’. Ik huilde: ‘Maar ik bén zo, papa'”

Door De Redactie

Er is al veel veranderd voor holebi’s: de homowet, het homohuwelijk, adoptie, de Gay Pride. Toch voelde Marianne intuïtief aan dat haar coming-out niet makkelijk zou zijn. Maar dat het zúlke heftige reacties zou uitlokken…

Marianne verloor haar halve familie toen ze zich outte

Marianne (26): “Ik lees veel over holebi’s de laatste jaren, ik vind steun in de verhalen van anderen. Al lees ik te vaak: ‘Ik wilde dat ik het veel eerder had verteld’. Terwijl ik soms denk: als ik had geweten wat ik nu weet, had ik nooit mijn coming-out gedaan. Ik ben zoveel verloren, terwijl het uiteindelijk alleen maar gaat over wat ik tussen de lakens doe.

Aan een hetero worden toch ook geen vragen gesteld? Waarom moet ik – en met mij zoveel anderen – dan wél verantwoording afleggen? Je hoort in de media alsmaar dat het veel beter gaat met de holebi-rechten. Het klopt, twee vrouwen kunnen nu trouwen, twee mannen kunnen kinderen adopteren. Maar voor de gevoelens, de ruzies en de strijd, daar zijn geen wetten voor gemaakt. Tegen het taboe bestaan geen regels. En dat zijn net de dingen die het zo zwaar maken allemaal…

Ik denk dat ik wel aanvoelde dat mijn ouders niet open zouden staan voor het feit dat ik verliefd word op meisjes. Als er thuis al over holebi’s werd gepraat, was het altijd op een denigrerende, minachtende manier. Het ging dan over ‘janetten’ en ‘manwijven’ en zo… Ik weet niet of dat – onbewust – er mee voor heeft gezorgd dat het zo lang duurde voor ik echt ging nadenken over mijn geaardheid, maar het heeft er zeker mee te maken gehad. In mijn familie of vriendenkring kende ik ook niemand die ‘anders’ was. Allemaal niet goed voor iemand die zichzelf moet ontdekken, dus. Ik heb er in elk geval lang over gedaan voor ik zelfs maar voor mezelf kon toegeven dat ik lesbisch ben. Als ik erop terugkijk, heb ik altijd op een bijzondere manier naar meisjes gekeken, maar toch had ik alleen maar relaties met jongens.

“Als er thuis al over holebi’s werd gepraat,  ging het over ‘janetten’ en ‘manwijven’”

Ik was ook overtuigd dat ik hetero was. Of anders gesteld: ik dacht gewoon niet na over andere opties. Ik leerde mijn eerste vriendje kennen op mijn zeventiende, we bleven samen tot mijn vierentwintig. En néé, het voelde niet goed. Het was niet zo dat we ruzie maakten, integendeel. Ik hield van Jan, echt wel. We hadden plezier samen, we vrijden samen, we deden leuke dingen, we konden goed praten. Maar verliefd? Dat ben ik gewoon nooit geweest. Ik heb lang gedacht – of mezelf voorgehouden – dat ik gewoon niet zo’n romantisch type was. Ik was te nuchter voor ‘liefjesgedoe’.

Maar toen leerde ik Ellen kennen. Ze kwam ons team versterken – ik ben verpleegster – en de eerste keer dat ik haar zag, was het alsof ik iets voelde zinderen in mezelf. Ik kan het niet anders omschrijven, het was een soort tinteling in mijn lijf waar ik zelf van schrok. Ze vertelde zonder schroom dat ze een vriendin had, waar ik nog harder van schrok. Alsof ik op dat moment, door haar verhaal, besefte wat er al die jaren met me aan de hand was geweest… De komende tijd probeerde ik haar te vermijden, en tegelijkertijd wilde ik niet liever dan bij haar te zijn.

Ik werd heen en weer geslingerd tussen verliefde vlinders in mijn buik en pure wanhoop bij het besef wat dit betekende voor de rest van mijn leven. Hoe moest ik dit vertellen aan Jan? Aan mijn ouders? De familie? Ik wist met mezelf geen raad meer. Ik woonde intussen samen met Jan, we hadden ons eigen huis, hij had het alsmaar vaker over kinderen samen. En nu voelde ik dingen voor een vrouw…

Ik heb ertegen gevochten, écht waar. Maanden heb ik geworsteld met mezelf, maar op een personeelsfeestje kon ik het niet meer tegenhouden. Ellen en ik bleven als laatste over, en ze vertelde me dat het uit was met haar vriendin. Ik vroeg haar waarom – eerder uit medelevende interesse – maar mijn hart sloeg een slag over toen ze zei: ‘Omdat ik verliefd ben op iemand anders’. Ze keek me aan, heel lang. En toen kuste ze me. En met die kus wist ik wat ik al jaren diep in mij had geweten: ik viel op vrouwen. Ik was verliefd op Ellen…

“Met die kus wist ik wat ik al jaren diep in mij had geweten: ik viel op vrouwen”

De volgende twee weken waren zo mogelijk nog verwarrender dan de maanden voordien: ik genoot van elk stiekem, gestolen moment met Ellen, en wist thuis niet meer hoe me te gedragen tegenover Jan. Ik wist dat ik het moest vertellen, zelfs al zou het niets worden met Ellen: ik kon niet langer in een leugen blijven leven. Maar hoe moest ik dat doen?

Uiteindelijk heeft het nog drie maanden geduurd voor ik iets heb gezegd. Ellen, de schat, heeft al die tijd geduldig gewacht. Ze begreep dat het heel moeilijk voor me was, en zei alleen maar dat ik moest doen waar ik zelf gelukkig van werd. Maar toen haar mama in ‘ons’ ziekenhuis werd opgenomen en ik niet met haar mee kon – dan zouden onze collega’s ons samen zien, en dat nieuws zou te snel rondgaan – voelde ik me zo slecht, dat ik besefte dat het tijd was.

Die avond heb ik aan Jan gevraagd om te praten. Hij voelde meteen dat er iets aan de hand was, maar toen ik hem vertelde dat ik verliefd was geworden op een vrouw, was hij in shock. Hij bleef me maar vragen of het een grap was. Hij werd boos op me, zo verschrikkelijk boos, en zette me uit ons huis.

Huilend ben ik naar mijn ouders gereden. Toen ik daar aankwam, bleek dat Jan hen al had gebeld, zodat mijn vader me brullend stond op te wachten. Ik kreeg amper de kans om iets uit te leggen. Ik heb het wel geprobeerd, maar mijn vader wilde niets horen. Mijn moeder huilde terwijl hij zei dat hij ‘zo geen kinderen had’.‘Maar ik bén zo, papa’, zei ik.

Hij stond recht en liep naar de deur. Hij heeft niet eens meer iets tegen me gezegd, hij hield alleen de deur voor me open. De boodschap was duidelijk. Mijn moeder huilde, maar deed niets om me tegen te houden toen ik vertrok.

 

“Ik kreeg amper de kans om iets uit te leggen, mijn vader wilde niets horen. Hij hield alleen de deur voor me open”

 

En daar stond ik dan. Alleen op de wereld, zo voelde het. In tranen heb ik Ellen gebeld, die me met open armen heeft ontvangen. Hoe zij heeft gereageerd, heeft veel in perspectief geplaatst. Ze was niet blij omdat ik nu eindelijk ‘van haar’ was, maar huilde met me mee om de reactie van Jan en mijn ouders. Ze heeft me getroost, vastgehouden en me de tijd gegeven om een beetje op mijn plooi te komen. Niet dat mijn familie me daar de kans toe gaf.

De volgende dagen kreeg ik berichtjes, mails en telefoons van verschillende leden van mijn familie. Waar ik mee bezig was, of ik wel besefte wat ik mijn ouders aandeed, dat ik moest ‘stoppen met me aan te stellen’.

Dit waren mijn broer, mijn ooms en tantes, mijn neven en nichten. Mensen van wie ik dacht dat ik altijd op hen zou kunnen rekenen, dat ze er waren voor mij door dik en dun. Allemaal gaven ze me een figuurlijke mep in mijn gezicht. De enige die met me wilden praten, waren mijn zus en twee van mijn ooms. Ze hebben de tijd genomen naar me te luisteren en zeiden na het gesprek dat ze me begrepen. Ze begrepen mijn ouders wel, wat gaan de mensen zeggen’, maar ze snapten dat dit geen gril van me was, dat ik hier niet voor had gekozen.

Pijnlijk, trouwens, hoe ze zeiden dat niemand zoiets wil voor zijn kinderen. Ik dacht dat je voor je kinderen geluk wilde, in wat voor vorm dan ook…De voorbije twee jaar zijn een harde, pijnlijke leerschool voor me geweest. Over de liefde, over loyaliteit, familie en jezelf mogen zijn. Ik was altijd het lievelingetje van mijn vader, maar pas door onze breuk besefte ik dat ik alleen maar zijn lieveling was omdat ik zo inschikkelijk was geweest. Mijn hele leven lang heb ik geprobeerd het anderen naar hun zin te maken. De enige keer dat ik tegen hem ben ingegaan was toen ik vertelde dat ik verliefd was geworden op een vrouw.

En toen was het over voor hem. Ik begrijp het nog altijd niet. We hebben nog altijd geen contact, hij wil niks met me te maken hebben. Ik heb al gebeld, een brief geschreven, aan de deur gestaan. Ik wilde zo graag mijn kant van het verhaal vertellen, overtuigd dat hij me dan wel zou begrijpen. Maar hij wil me niet eens zien…

 “Die kortzichtigheid van mijn familie is onbegrijpelijk voor mij. Ik ben toch nog steeds dezelfde Marianne als vroeger?”

De harde breuk heeft gelukkig niet alleen negatieve dingen met zich meegebracht; het heeft me ook nog veel dichter bij Ellen gebracht. Ik ben intussen overtuigd dat ik mijn hele leven bij haar wil blijven. Mijn zus en twee ooms zijn mijn steun en toeverlaat geweest. Mijn vrienden, collega’s: ze hebben allemaal héél fijn gereageerd. Sommigen waren misschien verrast, maar niemand heeft me laten vallen. En ik heb een nieuwe familie gekregen: die van Ellen.

Mensen die ook ooit geworsteld hebben met haar coming-out, maar uiteindelijk hebben aanvaard dat Ellen op vrouwen valt, en haar eigenlijk alleen maar gelukkig willen zien. Ik maak Ellen gelukkig, dus houden ze ook van mij. Ik ben er zo blij om, en dankzij alle positieve reacties die er gelukkig ook waren, kan ik de kortzichtigheid van mijn familie een plaats geven. Maar het blijft hard. Want uiteindelijk ben ik nog altijd dezelfde als voor mijn coming-out. Waarom willen ze dat niet zien?”

 

Holebi-mama Tina over hoe het voelt als ouder

“Toen mijn zoon verteld had dat hij homo is, was ik opgelucht, blij dat hij het niet meer alleen moest dragen”

 

Over zijn coming-out: “Drie jaar geleden vertelde onze zoon dat hij homo is. We voelden het wel aan, maar mijn man en ik hebben er heel bewust voor gekozen het vertellen aan hém over te laten. Ik had al een brief gevonden op zijn kamer waarin hij erover schreef, op onze laatste vakantie had ik zelfs boeken over het onderwerp bij die ik op het tafeltje liet liggen: allemaal om hem te laten zien dat hij met ons kon praten. Maar uiteindelijk heeft het geduurd tot we naar zijn school werden geroepen.”

Hoe het als mama is: “Toen hij op school overstuur raakte en wij gebeld werden, heeft hij het eindelijk verteld. We zijn de school erg dankbaar voor hun begeleiding. Ik zag de opluchting op zijn gezicht, was eigenlijk vooral blij dat hij het eindelijk niet meer alleen moest dragen. We vroegen hem waarom hij er zo lang over had gezwegen: hij wist wel dat we niet boos zouden zijn, maar hij wilde ons niet teleurstellen… Dat waren we absoluut niet. We hebben twee kinderen, en het enige dat we wilden, was hen gelukkig zien.”

Over de reactie van Mariannes ouders: “Ik begrijp hen écht niet, ik word er zelfs een beetje boos van. Je kind is je kind, en dat je dochter toevallig op meisjes verliefd wordt, verandert daar toch niks aan? Ik vrees dat te veel ouders hun eigen verwachtingen en eigen patronen op hun kinderen projecteren, die ze dan moeten waarmaken. Maar dat is geen liefde…”

Over een zelfhulpgroep: “Ik ben bij de zelfhulpgroep terechtgekomen om informatie op te doen, ervaringen uit te wisselen. En ik probeer er andere ouders te helpen.”

Haar advies voor andere ouders: “Dé vraag die het vaakst wordt gesteld is ‘Wat zullen de mensen zeggen?’. Het is meteen ook hét advies dat ik heb voor ouders die voor een coming-out staan: trek je daar niets van aan. Als mensen je daarvoor scheef bekijken, zijn ze je aandacht en energie niet eens waard. Praat jezelf geen schuldgevoel aan, je hebt als ouders niets verkeerd gedaan in de opvoeding.

Ook als ouders van een holebi-kind sta je voor een ‘coming-out’, je moet het aan je familie en omgeving vertellen. Daar hebben sommige mensen het moeilijk mee, maar als je onthoudt waar het écht om gaat – de liefde voor en van je kind – lukt dat, écht wel!”

Hulpverlener Jeroen Borghs over eenzaamheid en angst

“De coming-out is het zichtbare deel. Het onzichtbare deel – de zelfaanvaarding – is nog veel moeilijker”

 

Over de strijd met jezelf: “Het is voor iedereen anders, maar wat veel mensen vergeten, is dat de coming-out van holebi’s en transgenders het zichtbare deel is. Het onzichtbare deel, de zelfaanvaarding, is vaak moeilijker, net omdat die het minst besproken wordt en dus een eenzaam proces is. De cijfers rond suïcide bij jongeren en volwassenen die holebi of transgender zijn, blijven verontrustend hoog.

De problemen waar die jongeren en volwassenen het meest mee worstelen, liggen vaak in zichzelf en hebben te maken met het zich bewust worden van hun eigen minderheidspositie: om zich heen zien ze nog altijd dat holebi of transgender zijn anders is – heteronormativiteit noemen we dat; hetero is de ‘norm’ – en dat meestal in een periode in hun leven – de adolescentie – waarin ze net normaal, gewoon en vooral niet anders willen zijn.”

Over veranderen: “Onze maatschappij is, ondanks de verbeterde rechten en bescherming van holebi’s en transgenders, nog altijd gericht op hetero’s, en het is onze missie die norm steeds weer te doorbreken. De rechten mogen dan wel zijn verbeterd, het leven als holebi of transgender is nog altijd niet evident, en de periode voor en rond een coming-out al helemaal niet. Uit nieuw Vlaams onderzoek blijkt dat één op de vier holebi’s en transgenders al minstens één zelfmoordpoging heeft ondernomen.”

Over meer aanvaarding: “Die brengt ook een keerzijde van de medaille met zich mee: er is minder begrip. Wanneer holebi’s en transgenders worstelen met hun identiteit, krijgen ze nu vaker de reactie: ‘Het is toch niet erg, het ‘mag’ nu toch?’”

Over hulp inroepen: “Praten helpt als je het moeilijk hebt. Voor mensen die in hun aanvaardingsproces zitten of een coming-out willen voorbereiden, kan het aftoetsen van ideeën en gedachten écht helpen. Dat kan misschien met een vriend of vriendin, maar het kan ook anoniem met iemand van de Lumi, bijvoorbeeld. Zij zijn ook een vangnet voor als het niet goed zou gaan bij zo’n coming-outgesprek. En ook voor ouders van holebi’s en transgenders zijn ze er bij Lumi.”

Jeroen Borghs, woordvoerder bij Cavaria, de overkoepelende organisatie van meer dan 120 holebi- en transgenderverenigingen.

 

Therapeute Martine De Wolf over praten of zwijgen

“Je kunt perfect tegenover sommigen wél uit de kast komen, en in een andere omgeving liever niet. Niets moet”

 

Over het taboe: “In mijn praktijk merk ik dat er nog altijd een taboe rust op holebi’s. Het is mijn ervaring dat dit heel vaak het gevolg is van onwetendheid. Wat we niet kennen, boezemt ons angst in, en die angst zorgt voor weerstand en vooroordelen. Wie in zijn vriendenkring, familie, op school of het werk holebi’s persoonlijk kent, is veel meer open-minded, bijvoorbeeld.”

Over coming-out: “Als iemand bij mij komt met twijfels over een coming-out, probeer ik hem of haar vooral duidelijk te maken dat het geen ‘ja of nee’-verhaal is. Je kunt er perfect voor kiezen tegenover sommigen wél uit de kast te komen, en in andere sociale contexten liever te zwijgen. Dat is allemaal prima, wanneer het voor jou zelf ook goed aanvoelt. Maar ik merk in mijn praktijk dat velen wel een verlangen hebben om het tegen hun omgeving te zeggen, gewoon omdat zwijgen vaak stress en spanning meebrengt.

En eens het hoge woord eruit is, vaak nog ongeacht de reactie, valt er toch een last van de schouders. Maar coming-out is een proces, iets voor de rest van je leven. Het blijft een afweging die je telkens opnieuw moet maken in heel wat verschillende contexten: wat vertel ik aan wie, wanneer, op welke manier. Het is niet ‘klaar’ met het één keer tegen iemand te zeggen, maar het wordt misschien op termijn wél makkelijker.”

Over tips voor ouders van een holebi-kind: “Wanneer je kind je komt vertellen over zijn geaardheid, is het belangrijk dat je beseft dat het voor haar of hem geen makkelijke stap is. Heb respect voor de kwetsbaarheid die je kind toont. Geef jezelf tijd om over de boodschap na te denken, praat met je kind over hoe het voor hem of haar is én hoe het voor jou is. Misschien schrik jij als ouder van het nieuws, het verandert bijvoorbeeld je toekomstperspectief voor je zoon of dochter. Misschien ben je bang dat hij of zij gediscrimineerd zal worden. Misschien voel je je schuldig over de manier waarop je je kind hebt opgevoed. Geef jezelf de tijd om dit te plaatsen.

Je zoon of dochter verwacht waarschijnlijk ook niet van jou dat je onmiddellijk alles begrijpt of aanvaardt. Jij hebt recht op je ervaringsproces, maar vraag je kind niet zijn/haar geaardheid te verbergen. Je kunt wel proberen afspraken te maken rond concreet gedrag, zoals bijvoorbeeld – voorlopig – niet zoenen of knuffelen waar je bij bent.”

Martine De Wolf, klinisch psycholoog en psychotherapeut (www.martinedewolf.be)

Wil je praten? Je kunt de organisatie Lumi voor al je vragen over gender en seksuele voorkeur gratis bellen op 0800-99 533. Chatten of mailen kan ook: www.lumi.be

Tekst: Frauke Joossen voor Libelle magazine (2017). Beeld: Getty Images

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."