Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Column Marcel: Over hoe het was, en hoe het worden zal

Door De Redactie

We zijn er bijna, bij de verjaardag van Sammie. We gaan er geen al te groots ding van maken, Carlijn en ik, maar bijzonder is het natuurlijk wel. Vooral omdat het voelt als de dag van gisteren dat ze geboren werd. Het was echt bloedheet in die dagen voordat de kleine Sammie arriveerde. Carlijn had het zwaar, alles deed pijn, ze voelde zich dik en ellendig en wanneer kwam die baby nu eindelijk uit haar gegeselde lichaam? Ik deed mijn best haar te verzorgen met glaasjes water en thee en ijsjes en natte washandjes en zo. Ik maakte lekker eten voor haar en deed de boodschappen en verder hield ik me vooral groot.

Want ik durf gerust te zeggen dat ik het ook zwaar had, destijds. Lichamelijk niet hoor, ik had geen baby in mijn buikholte, maar geestelijk was het afzien. De vragen en angsten en onzekerheden gierden vierentwintig uur per dag door mijn hoofd. Zou het allemaal wel goed komen? Was ik wel klaar voor een baby? Wat als er iets misging bij de bevalling? Nu, bijna een jaar later, weet ik dat het allemaal reuze meevalt. Want het kwam goed, ik was klaar voor een baby en er gingen heel erg veel dingen mis bij de bevalling, maar uiteindelijk kwam ook dat goed en ging ik naar huis met een gezonde baby en een gehavende doch gelukkige vrouw.

“Een jaar is voorbij. Een heel jaar waarin ik er – op een dag of negen na – élke dag ben geweest voor Sammie”

Wat ik me van die eerste dagen nog het beste kan herinneren, is de adrenaline, de vermoeidheid, het gepriegel met luiers en thermometers en Gerda, de kordate kraamhulp met de mannenstem, die elk halfuur op het balkon stond om daar een sigaret te roken. En dat het allemaal voorbijging voor ik er erg in had. Zo snel dat ik vandaag echt even moest gaan zitten met een kopje gemberthee – en ik háát gemberthee en eigenlijk alle thee – om me te realiseren hóé snel het was gegaan. Een jaar. Een heel jaar voorbij. Een heel jaar waarin ik er – op pakweg een dag of negen na – élke dag ben geweest voor Sammie. En dan niet een uurtje voor het slapengaan, maar heel erg vaak van zeven uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds en heel soms ’s nachts als ze even wakker was. Dat kon (en kan) omdat ik freelance, geen vaste baan heb, omdat het niet uitmaakt wanneer ik werk, als het maar af raakt.

Dat heeft zijn voordelen. Ik kon met mijn dochter wandelen door slaperig Amsterdam, ik zat te werken achter mijn computer terwijl zij op de grond lag te prutsen met een plastic beker, ik verschoonde haar, gaf haar de fles, leerde haar brood eten, water drinken, soepstengels knagen. Ik hoorde haar voor het eerst papa zeggen. En mama, en tanden poetsen en bah. Ik zag haar voor de eerste keer op haar buik rollen, ik zag haar voor het eerst kruipen, in haar handen klappen, ik zag haar voor de eerste keer staan. Ik heb er niks van gemist. En daar ben ik heel blij om en daar word ik heel gelukkig van.

Toch hebben Carlijn en ik onlangs besloten dat het tijd is voor een kinderdagverblijf. Voor één dag in de week maar, hoor. Oké, misschien twee. Want het is leuk en mooi en geweldig om je dochter elke dag te zien opgroeien en alles mee te maken, maar ik wil ook weer eens kunnen werken zonder een kleine druktemaker om me heen. Lees: uitslapen en daarna met een zak chips in de zetel naar een vechtfilm kijken. Ik weet dat ik me daar helemaal niet schuldig over hoef te voelen, maar het feit dat ik zojuist een verjaardagsslagroomtaart
van veertien vierkante meter, zeven clowns, een Xbox en drie olifanten heb besteld voor Sammies verjaardag doet anders vermoeden. Al was het maar omdat ik clowns haat.

Lees ook: