Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images.

Waarom kinderen met ADHD baat hebben bij ‘wat meer beweging’

Vandaag wordt door Centrum Zitstil, een organisatie die zich inzet voor kinderen én volwassenen met ADHD, in ons land de allereerste 'beweegdag' georganiseerd. Vanmiddag kan iedereen die dat wil in het mooie Fort 4 van Mortsel samen rondjes komen lopen voor ADHD. Dat de awareness-day specifiek inzet op 'meer bewegen' is niet toevallig: een degelijke portie beweging zou kinderen met ADHD namelijk helpen zich in de uren daarna beter te concentreren.

Wie ADHD zegt, denkt vaak onmiddellijk aan onstuimige kinderen (en volwassenen) die een nogal grote drang lijken te hebben om te bewegen en hun hoofd maar zelden voor lange tijd bij één activiteit kunnen houden. Waar echter vaak maar weinig bij wordt stilgestaan is bij de oorzaak van al die ogenschijnlijke onstuimigheid. Want die blijkt toch nét iets anders te liggen dan je misschien zou denken.

Onderprikkelde hersenen

“Veel mensen denken dat kinderen met ADHD van de ene activiteit op de andere overspringen en zo onrustig zijn omdat ze óverprikkeld zijn, maar in feite is net het tegendeel waar”, zo klinkt het bij kinder- en jeugdpsychiater (UZ Leuven) gespecialiseerd in ADHD, Peter Emmery. “Uit onderzoek is gebleken dat in de hersenen van kinderen met ADHD op bepaalde plaatsen minder dopamine aanwezig is; een van de signaalstoffen die ervoor zorgt dat de prikkels die we binnen krijgen van buitenaf ook voldoende doorgeseind worden naar de respectieve delen in onze hersenen die instaan voor de verwerking daarvan.”

Doordat de hersenen van kinderen met ADHD alle visuele, auditieve en andere stimulansen die de omgeving hen aanbiedt, dus onvoldoende kunnen opnemen, zijn ze erg snel afgeleid en niet meer geïnteresseerd. “Ook al doen de meeste kinderen met ADHD net extra hun best om hun aandacht er wél bij te houden, door de neurobiologische afwijking in hun hersenen lukt hen dat gewoonweg niet.”

Onwetendheid en focus

Die onwetendheid wat betreft de oorzaak van ADHD, kan in de omgeving van kinderen met ADHD al eens voor aardig wat onbegrip zorgen, zéker wanneer blijkt dat dingen die erg interessant worden uitgelegd of die over het algemeen erg prikkelend zijn – denk bijvoorbeeld een flitsende videogame – plots wel ‘boeiend genoeg zijn’ om de aandacht erbij te houden. Maar voor wie dus de onderliggende neurologische oorzaak van ADHD in het achterhoofd houdt, is net dat erg logisch.

“We zien vaak dat kinderen met ADHD wel heel erg geïnteresseerd kunnen zijn een bepaald onderwerp dat hen erg aanspreekt, of in voorbeeld in een spel of een activiteit die hen een heel hoge mate van prikkeling tegelijkertijd aanbiedt. Als het kind er dan wél in slaagt om voor lange tijd te blijven kijken of luisteren, dan zien ouders dat vaak als een onwil om hun best te doen voor dingen die als ‘lastig’ of ‘saai’ gecategoriseerd worden, maar zo is het dus niet.”

Door de manier waarop hun hersenen werken zijn het letterlijk deze erg prikkelende dingen die wél doorkomen. Een leerkracht die wil dat ook kinderen met ADHD mee zijn, kan dus proberen om zoveel mogelijk afwisseling en verrassende methodes in zijn les te implementeren.

Bewegings-tolerantie

Ook wat het overmatig bewegen betreft, is het belangrijk dat de omgeving blijft beseffen dat dat gedrag inherent veroorzaakt wordt door de neurologische omstandigheden van de hersenen van kinderen met ADHD en dat het niet iets is waar de kinderen iets aan kunnen doen.

“Het zit in ons westers opvoedingssysteem ingebakken dat kinderen – vooral op school of bij bepaalde belangrijke sociale of publieke gelegenheden – zich bij wijze van ‘goed fatsoen’ rustig en stil houden. Voor een kind met ADHD is dat nu eenmaal véél moeilijker. Beter dan hen voor hun beweeglijkheid voortdurend op de vingers te tikken, hou je er als ouder of zorgverlener rekening mee dat deze kinderen nu eenmaal beweeglijker zijn en verleg je zelf je bewegingstolerantie-grens.”

Positieve bevestiging en begrip

Een kind met ADHD leren begrijpen, en hem niet voor alles waarin hij ‘afwijkt van de norm’ (sommige dingen die kinderen van een bepaalde leeftijd behoren te kunnen, zoals zichzelf aankleden of vier lesuren lang stilzitten, zijn voor kinderen met ADHD nu eenmaal gewoon niet haalbaar) op de vingers tikken is dan ook een van meest essentiële elementen in een geslaagde behandeling van kinderen met ADHD.

“Kinderen die aan ADHD lijden krijgen door het impulsieve, afgeleide en onstuimige gedrag dat hun stoornis met zich meebrengt, al vaak genoeg op hun kop voor vanalles en nog wat. Daardoor is ook de kans dat ze een negatief zelfbeeld ontwikkelen erg groot. De kans dat hun gedrag door al die negativiteit en kritiek gaat verbeteren aan de andere kant, wordt dan weer kleiner, want niet enkel voelen deze jongeren zich geviseerd door de negatieve reacties van hun ouders, leerkrachten en medeleerlingen, ze voelen zich ook geïsoleerd en onbegrepen.”

Op die manier ontstaat er een vicieuze cirkel van negativiteit waar nog erg moeilijk uit te raken is. “Kinderen met ADHD maken dan ook de meeste kans om op een werkbare en leefbare manier met hun stoornis om te leren gaan, als er een positieve, warme en ondersteunende band met ouders en andere zorgverleners kan blijven bestaan”, zo klinkt het bij Emmery. “Dat is dan ook iets waarbinnen wij in onze behandeling en begeleiding erg sterk inzetten.”

Meer bewegen en concentratie

Naast een beter begrip van wat ADHD is door de omgeving en een hogere tolerantiegraad wat de soms storende neveneffecten daarvan betreft, zijn er nog een aantal andere zaken waarvan wetenschappelijk bewezen is dat ze een positief effect kunnen hebben op het concentratievermogen van kinderen met ADHD. “Eentje daarvan is de kinderen minstens een halfuur intensief laten bewegen voor ze aan langere inspanningen voor school beginnen”, legt Emmery uit.

“Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die de dag starten met een degelijke portie fysieke activiteit, zich in de uren daarna op school veel beter kunnen concentreren.” Vermoedelijk heeft die positieve inwerking iets te maken met het feit dat de beweging er tijdelijk voor zorgt dat de dopamineniveaus in de hersenen gestimuleerd worden, waardoor prikkels – ook ‘saaie schoolprikkels’ – in de uren daarna wél beter naar de hersenen worden doorgeseind en er ook worden opgenomen.

“Omdat we niet voortdurend gezonde kinderen kunnen ‘volspuiten’ met radioactieve stoffen om hun hersenen te bestuderen onder een MRI, is er echter nog weinig wetenschappelijk onderzoek dat deze verwachting ook zwart op wit kan ondersteunen.” Omdat een beetje meer beweging (of een kind nu ADHD heeft of niet) echter voor niemand kwaad kan, pleiten Emmery en ook Centrum Zitstil dus voor een onderwijssysteem waarin naast de ruim aanwezige dosis theorie, ook een degelijke portie beweging een plaats kan krijgen. “Ook voor kinderen die niet lijden aan ADHD is het immers niet vanzelfsprekend om zich zes uur aan een stuk te focussen op boeken en teksten”, zo klinkt het.

Laat de eerste ADHD-beweegdag hierin alvast een eerste mooie sprong voorwaarts zijn. Geïnteresseerd om mee te lopen? Neem dan zeker een kijkje op de website van Centrum Zitstil.

Meer lezen over ADHD:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!