12 vragen over dromen beantwoord door de slaapexpert

12 vragen over dromen beantwoord door de slaapexpert
Getty Images

We doen het allemaal, en toch is er nog zoveel dat we níét weten over onze dromen. We staken ons licht op bij slaapexpert Olivier Mairesse.

Onze expert: professor Olivier Mairesse is docent in de klinische gedragsneurowetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doet onder meer onderzoek naar slaap en behandelt mensen met slapeloosheid.

1. Wat zijn dromen? 

Prof. Olivier Mairesse: “In de wetenschap noemen we een droom ‘een waarneming van beelden, gedachten en gevoelens die in de hersenen worden opgeroepen in een alternatieve bewustzijnsvorm: de slaap’. Daarmee bedoelen we dat je tijdens het dromen een beetje tussen twee werelden in zit: die van het wakker zijn (waarin je je bewust bent van jezelf en de wereld rondom je) en die van de diepe, onbewuste slaap.” 

2. Zijn dromen nuttig? 

“Dromen hebben wel degelijk een functie, anders zou de menselijke evolutie ze al lang uit ons systeem ‘verwijderd’ hebben. De mens is trouwens niet het enige dier dat kan dromen. Zo weten we zeker dat ook honden, katten en zo goed als alle andere zoogdieren droomervaringen opdoen in hun slaap. Toch bestaat er nog onduidelijkheid over de exacte functie van dromen, al komt daar stilaan verandering in. Dankzij MRI’s en ander hersenonderzoek kunnen we steeds beter zien wat er in ons brein gebeurt tijdens het slapen.” 

3. Wat is die functie dan? 

“Dromen ontstaan uit leer- en geheugenprocessen in onze hersenen. Via onze dromen worden gebeurtenissen dus verwerkt en opgeslagen in het geheugen. Daarnaast regelen ze emoties: in onze dromen verwerken we gevoelens uit ons dagelijks leven.

Vergelijk het met een vluchtsimulator: zoals een piloot zo’n simulator gebruikt om veilig te leren vliegen, zo bootsen we in onze dromen ons echte leven na om onze emoties op een veilige manier te verwerken. Stel: je hebt ruzie met je baas en voelt de neiging om die eens je gedacht te zeggen. In het echte leven doe je dat niet, maar in je dromen kun je die emoties wél – veilig en zonder gevolgen – de vrije loop laten.” 

4. Wanneer dromen we? 

“Je hoort weleens dat we alleen maar dromen in de zogenaamde REM-fase (de slaapfase die vooral tegen de ochtend optreedt, waarin onze ogen snelle bewegingen maken en ons lichaam volledig verlamd is), maar dat klopt niet. We dromen in alle slaapfases, ook in de diepere fases die eerder in de slaapcyclus voorkomen.

Het is wel zo dat je dromen langer, levendiger, emotioneler en meer verhalend worden in de REM-fase. In dat stadium sla je tijdens het dromen echt aan het hallucineren en zie je je dromen in duidelijke beelden voorbijkomen. In andere slaapfases blijven je ervaringen beperkter, tot vage gevoelens en indrukken, in plaats van afgelijnde verhaaltjes.” 

“In het gewone leven kun je niet zomaar uitvliegen tegen je baas, maar in je dromen kun je die emoties wél de vrije loop laten.”

5. Waarover dromen we het vaakst? 

“Uit bevragingen blijkt dat we vooral dromen over:

  • achtervolgingen;
  • vallen;
  • werk;
  • school;
  • en sociale, seksuele of gênante situaties.

Die ene droom waarin je plots merkt dat je op de speelplaats staat zonder broek is op dat vlak een klassieker. (lacht) Je zult misschien ook al gemerkt hebben dat je in je dromen vaak heftige emoties ervaart, zoals intense blijdschap of groot verdriet. Ook dat valt wetenschappelijk perfect te verklaren: tijdens de droomfase ontstaat namelijk een directe link tussen de amygdala, het centrum van ons emotioneel geheugen, en de neuronen die dromen produceren.” 

6. Waarom onthouden we sommige dromen wel en andere niet? 

“Dat hangt af van het moment waarop je droomt. Aan het begin van de nacht heb je minder REM-slaap en dus ook minder dromen. Tegen de ochtend droom je langer en intenser en wordt je slaap minder diep. De kans dat je ontwaakt net na een droom (en je je die droom ook nog herinnert) is dus veel groter tegen de ochtend.” 

7. Hoe komt het dat onze droomscenario’s vaak zo absurd zijn? 

“Dat komt voor tijdens de REM-fase. In die fase is ons brein heel actief, bijna zo actief als wanneer we wakker zijn. Maar het zijn vooral de hersenstam en de visuele hersendelen die op volle toeren draaien. De ‘prefrontale cortex’, het hersendeel dat verantwoordelijk is voor logica, oriëntatie en chronologie, wordt tijdens de REM-fase buitenspel gezet. Daardoor kunnen onze dromen de raarste vormen aannemen.” 

8. Dromen sommige mensen meer dan andere? 

“Er zijn mensen die beweren dat ze nooit dromen, maar meestal herinneren ze het zich gewoon niet. Het gebeurt wel dat mensen weinig of net héél veel dromen. Wetenschappers hebben ontdekt dat er een verband is tussen onze dromen en onze mentale gezondheid.

Patiënten met mentale klachten, zoals een depressie, dromen bijvoorbeeld óf heel veel óf heel weinig. Sommige depressieve patiënten kunnen zelfs geholpen worden met zogenaamde ‘slaapdeprivatie’. Daarbij moeten ze een periode heel vroeg opstaan. Waarom dit werkt, is nog grotendeels onbekend.

Sommigen beweren dat ze op die manier minder dromen en wegblijven van hun negatieve gevoelens tijdens het dromen. Maar er zijn waarschijnlijk ook biologische mechanismen aan het werk. De resultaten van zo’n behandeling zijn opzienbarend: hoe minder (REM-)slaap, hoe minder depressieve gevoelens ze ervaren.” 

9. Wat je doet voor het slapengaan, kan dat je dromen beïnvloeden? 

“Absoluut. Zoals ik al zei bestaat er een duidelijk verband tussen onze dromen en ons geheugen: de ervaringen die we overdag opdoen, vormen de grondstoffen van onze dromen ’s nachts. Als je dus voor het slapengaan naar een horrorfilm kijkt, kan het perfect zijn dat je daarna over enge monsters gaat dromen.” 

10. Droom je ook als je blind bent? 

“Mensen die pas later in hun leven hun gezichtsvermogen hebben verloren, kunnen net als ‘ziende’ mensen dromen in beelden, maar minder vaak en onduidelijker. Ook blindgeboren mensen vertonen droomslaap. Al kunnen zij niet dromen over concrete objecten, zoals een rode sjaal of een zwarte stoel. Hun dromen zijn meer gebaseerd op andere zintuiglijke indrukken die ze overdag hebben opgedaan, zoals geuren, aanrakingen en geluiden.” 

11. Dromen we vaker in bepaalde periodes, bijvoorbeeld als we gestresseerd zijn? 

“Waarschijnlijk wel. Zo rapporteren vrouwen dat ze vaker dromen in de premenstruele fase. Al gaat het waarschijnlijk eerder om een interactie: door hun premenstruele symptomen worden vrouwen vaker wakker ’s nachts, waardoor de kans stijgt dat ze ontwaken nét na een droom.

Dat geldt ook voor stress. Als je je opgejaagd voelt, zal je slaappatroon onderbroken zijn. Je wordt dus vaker wakker ’s nachts en je zult je je dromen sneller herinneren. Sommige mensen zeggen ook dat ze meer dromen tijdens de vakantie. Logisch: dan slapen we uit en ervaren we dus ook meer REM-slaap en bijhorende dromen.” 

“Als je voor het slapengaan naar een horrorfilm kijkt, kan het perfect zijn dat je daarna over enge monsters gaat dromen.”

12. En wat met nachtmerries? 

Wat is het? 

Wetenschappers in Wisconsin en Genève ontdekten dat tijdens sommige dromen twee hersenzones actief worden die verantwoordelijk zijn voor het uitlokken van angst. Enerzijds de ‘insula’, die ook overdag actief is als we bang worden. Anderzijds de ‘cingulate cortex’, die verantwoordelijk is voor lichamelijke reacties op bedreigingen, zoals vluchten. 

Waarom hebben we ze? Proefpersonen die na een nacht vol nachtmerries akelige beelden bekeken, voelden zich minder angstig en gespannen. Dat komt omdat die twee angstzones in je hersenen door nachtmerries beter gaan werken: ze reageren rustiger en gecontroleerder op akelige prikkels in het echte leven. Olivier Mairesse: “Net zoals bij gewone dromen draait het dus weer om emotionele verwerking. Nachtmerries leren ons beter omgaan met – in dit geval angstige – emoties in het echte leven. 

Kan het gevaarlijk zijn? 

“Af en toe een nachtmerrie is niet zo erg. Maar sommige mensen hebben voortdurend nachtmerries, waardoor ze overdag minder goed gaan functioneren. In dat geval spreken we van een echte slaapstoornis, nightmare disorder, die vandaag gelukkig goed behandeld kan worden. Word je geplaagd door terugkerende nachtmerries? Ga dan zeker eens langs bij je huisarts.”

DEZE ARTIKELS WIL JE VAST OOK LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

 

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)