Mijn verhaal: Charlotte was opgelucht toen haar man de diagnose autisme kreeg

Mijn verhaal: Charlotte was opgelucht toen haar man de diagnose autisme kreeg

Charlotte (35): “Hij viel me meteen op toen ik het café binnenkwam. Hij zat in z’n eentje aan de bar en mijn blik werd naar hem toegezogen. Ik ging naar de toog om een drankje bestellen, keek naar zijn glas en vroeg de ober hetzelfde. ‘Best wel lekker’, zei hij. Even later zaten we samen aan de daiquiri. Ik vond hem een aantrekkelijke man, met een prachtige glimlach en een warme stem. Toen ik die avond in bed lag, voelde ik dat Bram niet zomaar mijn leven was binnengewandeld. Dit was voorbestemd.

Ik was ervan overtuigd dat hij me de volgende dag zou sms’en, maar dat gebeurde niet. Het bleef stil. Een week lang. Uiteindelijk heb ik hem zelf opgebeld. Of hij zin had om nog eens af te spreken? ‘Als jij dat wilt’, zei hij. We spraken een datum en plaats af, maar hij klonk zo koel. Gelukkig was Bram de avond van ons afspraakje weer lief en attent. Ons verhaal samen begon.

Ik viel op zijn rust, en op het vertrouwen dat hij uitstraalde. Na een relatie met iemand die vooral met zichzelf bezig was geweest, leek het alsof ik bij Bram thuiskwam. Ik ben van nature extravert en nogal chaotisch, hij zoekt graag de stilte op en houdt van orde, maar toch hadden we het fijn samen. Zo fijn zelfs dat ik na enkele weken voorstelde om samen op citytrip te gaan. Hij twijfelde, maar zei toch ‘ja’. En zo vertrokken we naar Parijs.

Al op de trein zag ik dat Bram bloednerveus was. Ook in de stad was hij niet op z’n gemak. Alsof hij door iets of iemand opgejaagd werd. Ik ontdekte een totaal andere Bram. Pas toen we na het weekend weer samen in zijn woonkamer zaten, ontspande hij. Ik ging verward naar huis terug. Maar de dagen en weken gingen voorbij en opnieuw genoten we van elkaar. Ik had al snel door dat ik Bram van tijd tot tijd zijn ruimte moest gunnen. Uit liefde nam ik soms afstand.

Het verwonderde me dan ook dat het Bram was die op een dag voorstelde om samen te gaan wonen. Hij had een huisje op het oog. Nog veel verbouwingswerk, dat wel, maar we gingen ervoor. Toen brak voor de eerste keer de hel los. Brams wil was wet. Alles moest gebeuren zoals hij het in zijn hoofd had. Probeerde ik hem om welke reden dan ook van zijn plan af te brengen, dan werd hij boos en opstandig.

“Zijn hekel aan verandering van omgeving, zijn drang naar regels en routine… Eindelijk wisten we wat er aan de hand was. Onze problemen lagen níét bij ons, of onze relatie”

Toevallig leerde ik in die periode op een drink Martien kennen, Brams dichtste collega. Ik begon al snel tegen haar over hem en over zijn vaak onverwachte gedrag. Ze knikte begripvol. Martien werkte al tien jaar met Bram samen en bleek hem als geen ander te kennen. Martien vertelde me dat ze al een tijdje vermoedde dat Bram een vorm van autisme had. Ze had het er zelfs al met hem over gehad. Nog die avond sprak ook ik Bram er over aan. Hij luisterde niet, stond op en ging naar bed. Ik bleef radeloos achter. Ik hield zo van die man, ik wilde hem niet kwijt. Maar ik was bang dat onze relatie dit niet zou overleven. Dat heb ik Bram meer dan eens verteld. ‘Waarom laat je je niet testen?’, vroeg ik hem. Ook hij wist dat er iets moest gebeuren om onze relatie te redden, en uiteindelijk stemde hij toe.

Enkele maanden later wisten we het zeker: Bram heeft PDD-NOS, in het Nederlands betekent dit ‘Pervasieve ontwikkelings stoornis – niet anders omschreven’, en het komt neer op een lichte vorm van autisme. Plots vielen alle puzzelstukjes in elkaar. Vandaar dat Bram zich telkens weer afzonderde op drukke feesten. Vandaar zijn overbezorgdheid voor mij, maar ook zijn gebrek aan empathie als het om anderen gaat. Vandaar zijn hekel aan verandering van omgeving en zijn drang naar regels en routine. Ik was opgelucht toen we eindelijk wisten wat er aan de hand was. Onze problemen lagen niet aan mij of aan Bram, maar aan een stoornis in zijn hersenen waar niemand iets aan kon doen.

Bram bleef aan de diagnose twijfelen en het lijkt alsof hij ze niet wil aanvaarden, maar toch gingen we samen op zoek naar een manier van leven waarin we ons allebei kunnen vinden. Ik leerde om rekening te houden met zijn aandoening, Bram probeerde rekening te houden met de gevolgen van hoe hij is, op mijn leven. En dat doen we nog steeds. Bram gaat nooit meer mee naar grote feesten. Een intiem etentje met vrienden, dat lukt nog net, maar een gigantisch trouwfeest kan hij niet aan. Te veel prikkels voor hem. Dat weet ik, en dan ga ik alleen. We zorgen ook voor een duidelijke structuur en voorspelbaarheid.

Elke zondagavond maken we een planning voor de komende week, van het menu tot wat we ’s avonds doen. En daar houden we ons rigoureus aan. Ik besloot ook om me nooit meer te ergeren aan zijn traagheid. Bram neemt voor alles zijn tijd. In een maatschappij waar alles snel snel moet, laat Bram me zien dat het ook anders kan. Ik heb geleerd om ook de mooie kanten van zijn autisme te zien.

Bram en ik zijn nu vijf jaar samen. Een periode met veel ups, maar nog meer downs. En toch ben ik al die tijd in onze liefde blijven geloven. Ik ben geen opgever, Bram ook niet. We twijfelen nog steeds geen seconde aan wat we voor elkaar voelen. Alsof we dan toch voor elkaar gemaakt zijn.”

Tekst: Barbara Claeys – Beeld: istockphoto.com

Nog meer lezen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)