Mijn verhaal: Marjan lijdt aan hyperhidrosis, overmatig zweten

Mijn verhaal: Marjan lijdt aan hyperhidrosis, overmatig zweten

Marjan (43): “Een week geleden kwam ik mijn vroegere kleuterjuf tegen. ‘Hey, Marjan met de zweethandjes!’, riep ze. Marjan met de zweethandjes, dat was ik. Al zolang ik me herinner, drupte het zweet van mijn handen. Geen licht klammige of vochtige handen, zoals wanneer je wat stress hebt, maar echt kletsnat. Vergelijk het met jouw handen die je onder de kraan hebt gestopt en die je nog niet hebt afgedroogd. Overal sleepte ik handdoekjes mee naartoe, om mijn handen tussendoor te drogen. Op één dag had ik er twee of zelfs drie nodig, en die waren letterlijk doorweekt. Als het warm was, of als ik last had van stress, werd het probleem nog erger. Als kind vond ik dat uiteraard lastig, maar ik werd er niet mee gepest. Gelukkig. Pas toen ik puberde, en het zweten erger werd, ging ik behoorlijk gebukt onder mijn aandoening. Iedereen rond mij kreeg een liefje, maar ik kroop in mijn schulp. Ik overwoog niet eens om een lief te zoeken, want ik kon me niet voorstellen dat ik ooit hand in hand zou lopen met iemand. Ik was bang voor de afwijzing.

Op mijn zestiende klopte ik voor het eerst aan bij een dermatoloog. ‘Gebruik wat talkpoeder’, zei hij eerst. Wat later behandelde hij me met elektroden. Dan moest ik mijn handen een tijd lang in een badje houden terwijl een toestel zwakke stroom afgeeft via het water, waardoor de werking van de zweetklieren vermindert. Dat hielp eventjes, maar na een week was mijn probleem weer terug. Niet dat ik niet meer zweette, trouwens, maar na zo’n behandeling had ik hooguit klamme handen. In mijn twintiger jaren verergerde het probleem nog. Maar nog steeds kon geen enkele dokter me echt helpen. ‘Leer ermee leven’, was het enige wat ze me konden zeggen.

“Overal handdoekjes mee naartoe zeulen, altijd zwarte kleren dragen, tot drie keer per dag douchen: ik was het zo beu”

Op een dag had ik er genoeg van. Ik was drieëndertig, en ik was die zweethanden kotsbeu. Beu dat mijn papieren altijd nat werden door mijn handen, beu dat ik altijd donkere kleren moest dragen om mijn handen aan af te drogen, dat ik overal handdoekjes mee naartoe moest zeulen. In de hoop een oplossing te vinden, schuimde ik het internet af. Zo botste ik op een Nederlands forum van hyperhidrosispatiënten. Daar las ik over een operatie waarbij de zenuw die de zweettoevoer regelt, doorgeknipt wordt. De dag erna zat ik al bij de huisarts. Die stuurde me door naar een dermatoloog, die me op zijn beurt dan weer doorverwees naar het ziekenhuis. Ik herinner me nog hoe ik daar toekwam en de dokter de hand schudde. ‘Ik merk al hoe extreem het is’, zei hij. Blijkbaar was ik van al zijn patiënten een van de ernstigere gevallen. En het werkte.

Eindelijk was ik verlost van mijn vreselijke zweethanden. Eindelijk hoefde ik me geen zorgen meer te maken over druppels op papieren, kon ik zorgeloos gaan sporten, kon ik mensen de hand schudden zonder me te generen. Er ging een nieuwe wereld voor mij open, en ik werd een ander mens: socialer, met meer zelfvertrouwen, vrolijker. Het werd het begin van mijn tweede leven.

Tot vorig jaar. Ik zat op een terras iets te drinken toen ik voelde hoe mijn rug plots begon te druppen. De lentezon was doorgebroken en iedereen genoot van de eerste warme dagen. Ik wist meteen hoe laat het was. Want ik wist dat een van de mogelijke gevolgen van de operatie is dat je elders harder gaat zweten – ‘compensatoir zweten’, heet dat. Bij de meeste patiënten gebeurt dat kort na de operatie, maar bij mij heeft het negen jaar geduurd. Net daarom had ik me er helemaal niet meer aan verwacht en kwam de klap extra hard aan. Het is ook niet bij een natte rug gebleven, ook mijn benen zijn sindsdien geregeld klam. Opnieuw heb ik mijn leven moeten aanpassen. Op mooie dagen ga ik niet langer naar buiten om te fietsen, wandelen of een terrasje te doen. Ik blijf binnen. Ik ben gestopt met aerobicslessen en ga niet meer naar de fitness. Ook mijn garderobe heb ik helemaal aangepast. Ik kocht een hele hoop topjes en hemdjes met drukke prints, in lichte stoffen. In de zomer douche ik soms drie keer per dag: ‘s morgens, na mijn werk en ‘s avonds. Ga ik ergens naartoe, dan neem ik altijd reservekleren mee, en meer dan eens vraag ik aan mijn mama of zus of ik ruik. Gelukkig is dat nooit zo.

Toch twijfel ik geen moment als iemand me vraagt of ik de operatie opnieuw zou doen. Tuurlijk wel! Ik vind mijn druppende rug minder lastig dan mijn natte handen, en niet te vergeten: ik heb negen jaar lang geen last gehad. Schamen doe ik me niet om mijn aandoening, maar ik loop er zeker niet mee te koop. Ik kan er niets aan doen, natuurlijk, maar het is ook niets om trots op te zijn. Als mijn collega’s vertellen over het warme weer, dan babbel ik gewoon mee. Ze weten niet eens dat ik last heb van overmatig zweten. Ergens blijf ik bang om uitgelachen te worden, al is het mij nog nooit overkomen. En ik hoop dat dat ook nooit zal gebeuren.”

Tekst: Lies Van Kelst

Lees meer:

 

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)