Openhartig verhaal: “En toen zei mijn man…’Ik ben homo'”

Openhartig verhaal: "En toen zei mijn man...'Ik ben homo'"

 

Kristina (62) was 35 jaar gelukkig met Karel (64). En ook al voelde ze soms wel dat er iets niet klopte, toen Karel haar vertelde dat hij op mannen viel, viel de hemel op haar hoofd.

Het verhaal van Kristina

Ik leerde Karel kennen als de ongelooflijk knappe en lieve vriend van een van mijn broers. Ik voelde direct vlinders, voor het eerst in mijn leven. Maar ik had nooit gedacht dat die beeldschone kerel interesse zou hebben. Toch bleek de liefde wederzijds en we kregen op mijn zestiende een relatie. Of toch wat je in die tijd een relatie zou noemen. Ik ben heel beschermd opgevoed. Altijd was een van mijn broers erbij als ‘chaperonne’ en Karel heeft in die zes jaar dat we samen waren mijn kamer in het ouderlijke huis nooit gezien. In het weekend besliste mijn vader wanneer we gingen slapen en deed hij de lichten uit. En Karel, die werd naar huis gestuurd. Ik vond dat niet erg, maar het heeft er wel voor gezorgd dat ik mijn man pas heb leren kennen na ons huwelijk. Op vlak van samenleven – zo ontdekte ik pas toen ik met hem getrouwd was dat hij een vreselijk ochtendhumeur heeft – maar ook in bed.

Die eerste keer vrijen was een ontnuchtering. Maar goed, wist ik veel hoe het moest zijn. Ik kon niet vergelijken. Ons seksleven heeft altijd op een laag pitje gestaan. Karel had nooit zin en het was nooit plezierig. Als jong meisje had ik verwacht dat het gehuwde leven anders zou zijn, maar ik legde me erbij neer. Weinig of geen seks is geen reden om te scheiden. Toch zeker niet in die tijd. Als je geslagen werd, misschien. Of als je man dronk. En dan nog zou er eerst naar jou, de vrouw, gekeken worden. Oké, mijn man was een koud persoon in bed. Dat was dan maar zo. Je bent meer wakker in een relatie dan dat je in bed ligt, suste ik mijn gemis. En als ik er op oudere leeftijd met vriendinnen over sprak, leek het bij hen niet veel beter te zijn.

We vonden ons evenwicht en ons huwelijk is bijna 30 jaar heel goed verlopen. Karel was een aangename man en we kwamen goed overeen. Ik ben echt gelukkig geweest. Ik had geen reden om me zorgen te maken. Ik had nooit gedacht dat zijn gebrek aan affectie te maken had met zijn geaardheid. Nooit.”

“Urenlang zat hij op die computer. Ik dacht dat hij verslaafd was, of een andere vrouw had. Maar toen ik hem die nacht confronteerde, viel de hemel op mijn hoofd”

Stiekem chatten

“We kregen twee kinderen en ons huwelijk kabbelde voort. Toen zij ouder werden, moest er voor hun schoolwerk een computer komen. Ik heb altijd weigerachtig tegenover zo’n computer gestaan. In mijn ogen was het een gevaarlijk ding. De kinderen zouden er hun tijd op verspelen, Karel zou er de hele tijd op zitten en ons evenwicht dat we zo secuur hadden opgebouwd, zou beginnen wankelen. Ik had het al van vriendinnen gehoord, wat de impact was op je gezinsleven. Maar ik kon er niet langer onderuit, dus stond er tegen mijn zin op een dag een computer in de woonkamer. Tot vandaag ben ik er rotsvast van overtuigd dat die computer inderdaad de reden van onze breuk is.

Karel verdween, zoals ik vreesde, achter het scherm. Ook al zag ik hem zitten en kon ik hem aanraken: mijn man was weg. Uren aan een stuk, tot diep in de nacht zat hij op die machine. Ik vroeg hem soms weleens wat hij aan het doen was. ‘Praten met vrienden’, was zijn antwoord. Als ik hem vroeg wélke vrienden, reageerde hij ontwijkend. Na enkele maanden was voor mij de maat vol. Het was drie uur ’s nachts en hij lag zoals vele nachten voordien nog steeds niet in bed. Ik ben naar beneden gegaan, heb de computer uitgezet en heb hem gesmeekt me te vertellen wat er aan de hand was. ‘Als je me het niet wilt zeggen, kunnen we niet meer samenblijven’, zei ik. We waren niet het perfecte koppel, maar we waren wel altijd eerlijk tegen elkaar. Dit verzwijgen vond ik erger dan ons lauwe seksleven.

Wat ik dacht? Dat hij verslaafd was aan de computer, misschien. Dat er een andere vrouw in het spel was. Geen enkele keer had ik gedacht dat het zou zijn wat ik te horen kreeg. ‘Ik ben heel gelukkig geweest in ons huwelijk,’ begon hij, ‘maar ik denk dat ik voor de rest van mijn leven gelukkiger zal zijn met een man.’ De hemel viel op mijn hoofd. Ik begreep er niets van. ‘Ben je dan verliefd op een man?’, vroeg ik hem. Dat was het niet. En hoe gek het ook klinkt, ik was daardoor teleurgesteld. Dan zou ik het nog kunnen begrijpen hebben. Verliefd worden op iemand en daarom twijfelen aan je relatie: dat snapte ik. Maar gewoon dénken dat hij gelukkiger zou worden met een man? Dat kon er bij mij niet in. Hij had nog niet eens seks gehad met een man. Maar hij was overtuigd. En ik, ik was wanhopig.

Dus stond ik toe dat hij ging ‘experimenteren’. Om te weten of het ook fysiek was wat hij zocht. Op één voorwaarde: dat niemand het te weten zou komen. Niet de kinderen, niet onze vrienden, niemand. Omdat ik hoopte dat het misschien een midlifecrisis was. En als die ‘fase’ dan voorbij zou zijn, was het beter dat de rest van de wereld het niet zou weten. Er is nooit kwaadheid geweest, of ruzie. Als dat écht was wat hij wilde, kon ik niet concurreren. Ik was een vrouw en hij wilde een man. Dan stopt het schuldgevoel. Want ík kon er niets aan doen dat ik een vrouw was. Als het een andere vrouw was geweest, was dat misschien moeilijker geweest.”

“Hiermee kon ik niet concurreren. Ik was een vrouw en hij wilde een man. Dan stopt het schuldgevoel”

Zes jaar alleen met dat geheim

“Zes jaar lang ben ik alleen geweest met dit geheim. Zes jaar lang heeft hij nachtelijke afspraken gehad met andere mannen. Hij ging op hotel, ging uiteten. En daarna deden ze dingen. Ik kon mij niet voorstellen wat, wilde het mij ook niet voorstellen. Hij ging soms naar Gent, de stad waar onze kinderen op kot zaten. Ik was doodsbang dat het zou uitkomen. Ik zat met alles en iedereen in en nog het minst met mezelf. Maar dat was geen gezonde situatie. Mijn zelfbeeld ging kapot. Ik was een schim van de sterke, fiere vrouw die ik vroeger was. Naar de buitenwereld toe waren we het perfecte koppel. Hij kon doen wat hij wilde en experimenteren zoals hij wilde. En ik, ik zat alleen thuis. Te wachten, na te denken. Ik voelde me al die jaren echt alleen op de wereld. Je kent mannen die drinken, mannen die hun vrouw bedriegen, mannen die een midlifecrisis krijgen. Maar dit? Een man die tegen zijn vrouw zei dat hij homo was? Dat had ik nog nooit gehoord.

We waren toen al meer dan 20 jaar samen en ik begreep het niet. Je stelt alles in vraag. Was het een leugen? Had ik het moeten zien? Waarom heeft hij me nooit iets gezegd op voorhand? Ik heb het zes jaar gedragen met de gedachte dat het misschien toch goed zou komen. Toen mijn vader me op een dag aansprak over mijn gemoedstoestand, heb ik het hem verteld. Mijn moeder was toen al overleden. Hij heeft geen oordeel uitgesproken, maar wel gezegd dat ik aan mezelf moest denken. Ik moest van Karel scheiden. Pas toen zag ik onder ogen dat ik mezelf tekort had gedaan al die jaren. Karel en ik zijn nog samen naar de psychiater geweest en ook die heeft onze ogen geopend. ‘U bent geen goeie partner voor haar,’ zei die tegen Karel, ‘want uw vrouw krijgt niet waar ze recht op heeft.’ Tegen mij zei hij hetzelfde.”

“Zes jaar lang was ik alleen met mijn geheim. Voor de buitenwereld waren we het perfecte koppel, maar ik ging eraan kapot”

Van overleven tot opleven

“Ik ben natuurlijk kwaad geweest op Karel. Vooral als hij het slachtoffer speelt. Hij vindt het erg dat hij zolang heeft moeten ontkennen dat hij homo was. Door de druk van de omgeving, door zijn opvoeding. Dat begrijp ik. Maar ik ben het slachtoffer van zijn daden. Want hoe je het ook draait of keert: ik ben belogen. Hij had ook gewoon níét kunnen trouwen. Niet de verbinding aangaan die hij met mij heeft aangegaan. Maar dat deed hij wel. In de loop van ons huwelijk ben ík niet degene die veranderd is, maar hij. 180 graden. Aan de andere kant maakt het feit dat hij op mannen valt het wel gemakkelijker voor mij. Er is geen schuldgevoel. Ik heb niets fout gedaan. En door onze relatie heb ik de kinderen gekregen die ik wilde. Dat is wat me het meest steunt. Ik heb een geweldige zoon en dochter, die er niet waren geweest als hij nooit een relatie met mij was begonnen.

De kinderen heeft hij het zelf moeten vertellen. Dat was zijn verantwoordelijkheid. Ze namen het goed op en ook van die last op mijn schouders was ik verlost. Toen hij voor iedereen uit de kast kwam, was het alsof ook ik eindelijk weer mezelf mocht zijn. Het geheim was weg en ik kon de voorbije jaren beginnen verwerken. De lotgenotengroep GETA heeft me ook geholpen. Dat is een praatgroep met mensen die in een huwelijk zitten waar één van de partners holebi is. Het deed me inzien dat er nog mensen in mijn situatie zaten. Dat luchtte op, want ik heb toch lang gedacht dat ik écht de enige was.

Na onze scheiding kon ik weer aan mezelf denken, maar het heeft lang geduurd voor ik weer mannen kon vertrouwen. Vijf jaar ben ik alleen geweest. Op overlevingsmodus. Ik stortte me op het werk en op de kinderen. En toen kwam Peter in mijn leven. Iemand die ik kende van vroeger en vertrouwde. We werden verliefd en vandaag durf ik te zeggen dat ik opnieuw gelukkig ben. Peter laat me stralen, op alle vlakken. En daarom ben ik wel blij dat we uit elkaar gegaan zijn. Omdat ik nu ook krijg waar ik recht op heb. Karel blijft de vader van onze kinderen en we delen hun lief en leed als gezin. Daar ben ik best fier op, hoe we nog allemaal samen aan tafel kunnen zitten. Ook al koos ik niet voor dit scenario: we proberen het als ouders goed te doen. En dat ons dat lukt, vind ik prachtig.”

Het verhaal van Karel

“Natuurlijk voel ik me schuldig tegenover Kristina. Niemand trouwt om later weer te scheiden. Ik heb haar ook oprecht graag gezien en we hebben dertig jaar een goed huwelijk gehad. Maar ik moest eerlijk zijn tegen mezelf, of ik ging er zelf onderdoor. Iets wat zo fundamenteel is als een geaardheid ontkennen, maakt je diep ongelukkig. Ik begrijp dat Kristina mij verweten heeft dat ik met haar ben getrouwd. Dat zij zich het slachtoffer voelt van mijn problemen. Maar ik voel me het slachtoffer van de tijdsgeest waarin ik ben opgegroeid, de opvoeding die ik heb gekregen.

Homoseksualiteit was een zonde vroeger. Ik heb verpleegkunde gestudeerd en daar stond letterlijk, zwart op wit, dat het een psychische ziekte was. Iets waarvan je moest genezen. Een keuze, die je kon maken of niet maken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik mijn ware aard ontkende. Als tiener weet je niet goed wat je voelt, alleen dat het niet mag. Er zijn wel momenten geweest dat ik dacht: ik zal toch geen homo zijn? Maar ik besloot dan altijd van niet. Ik denk wel dat mijn leven anders was verlopen als ik toch geëxperimenteerd had voor ik Kristina leerde kennen.

Eén keer is het bijna gebeurd, tijdens mijn legerdienst. Het was een geheim afspraakje met een medestudent, dat uiteindelijk niet is doorgegaan. Daarna heb ik het geklasseerd: ik was blij dat er niets gebeurd was en dacht dat het zo moest zijn. Niet veel later bleek Kristina, de zus van een van mijn vrienden, geïnteresseerd in mij. Ik vond haar leuk en het klikte. Zij was mijn redding. Ik was dan tóch normaal. Dat ze een geweldige vrouw is, was mijn grootste geluk. Want we zijn 30 jaar gelukkig geweest. Op onze manier, maar wel oprecht.”

“Tijdens mijn studies verpleegkunde leerde ik, zwart op wit, dat homoseksualiteit een ziekte was, waarvan je moest genezen. Dus ontkende ik mijn ware aard”

Tranen na de afspraakjes

“Ons huwelijk was wel goed, maar ik heb me lang sluimerend ongelukkig gevoeld. Het was alsof er een groot gapend gat in mijn leven zat en ik voelde me vaak alleen. Toen die computer en internet in mijn leven kwamen, barstte de bom. Ik kon ongemerkt op zoek gaan naar wat ik zo lang had verborgen. Trots ben ik daar niet op, nee. Maar ik moest eindelijk eerlijk zijn met mezelf. Ik begon te mailen en te chatten met iemand uit Nederland. Hij was ook getrouwd en had twee kinderen; het was zo herkenbaar. We begonnen te flirten. Kristina wist dat er iets aan de hand was, maar ik kon haar niet vertellen wat. Ik denk dat zij vermoedde dat ik een affaire had met een vrouw. Ze heeft vaak gevraagd wat er speelde, maar ik kon het haar niet zeggen omdat ik er zelf nog niet mee in het reine was. Maar ik werd verslaafd aan de uren waarin ik mezelf kon zijn en zat altijd meer aan de computer. Enkele maanden later heeft ze het uit mij gesleurd. Het woord ‘homo’ heb ik nooit gebruikt, dat kon ik niet. Maar ik gaf wel toe dat ik op mannen viel. Ik kon het niet langer ontkennen.

Ze is heel kwaad geweest, en teleurgesteld. Er zijn harde woorden gevallen en ze noemde me zelfs ziekelijk. Ze begreep niet hoe ik kon wéten dat ik homo was als ik nog nooit seks had gehad met een man. Uiteindelijk zijn we tot een gesprek kunnen komen. Dat is ons grote geluk geweest, dat we altijd goed konden praten. ‘Je moet dan maar zien of het ook fysiek is wat je wilt’, zei ze. Dat is bijzonder, ja. Ik weet dat het gek klinkt, maar dat was voor ons beiden de beste oplossing. Ik sprak af met mannen en vertelde Kristina alles. Ze wist waar ik naartoe ging en met wie ik afsprak. Haar enige voorwaarde was dat niemand anders het mocht weten. En dat het veilig gebeurde, natuurlijk. Ik vond dat zwaar, ik had er liever met iemand over gesproken. Maar dat was Kristina’s keuze en die respecteerde ik.

Dat ging zo enkele jaren door, tot ik mijn partner Luc leerde kennen. Met hem was het alsof alle puzzelstukken in elkaar vielen. Met hem wilde ik ook een echte toekomst opbouwen. Het werd steeds moeilijker om de schijn op te houden. Ik was droevig na mijn afspraakjes met Luc, terwijl Kristina vond dat ik net blij moest zijn, want zij had mij dat pleziertje gegund. Maar ik was vooral triest omdat het voorbij was. Het werd een onhoudbare situatie.

Op dat ogenblik wist nog niemand dat ik homo was, behalve Kristina. Zij wilde het blijven verzwijgen. Uiteindelijk zijn we naar de psychiater gegaan samen. Het evenwicht dat we hadden, was zoek. Het werd tijd dat we elk voor ons eigen geluk gingen, los van elkaar. Hoe graag we ook getrouwd wilden blijven, we moesten scheiden. Dat zei de psychiater, dat hoorden we in de lotgenotengroep. Vanaf dan is het vrij snel gegaan.”

“Spijt van ons huwelijk heb ik niet. Ik heb wel spijt dat ik haar zo’n pijn heb gedaan”

Brief aan de kinderen

“Het moeilijkste moment was de kinderen inlichten. Ik dacht dat zij niets wisten, ze waren het huis al uit. Maar omdat ik zelf heel zeker wist dat ik homo was, kon ik er niet meer omheen. Ik ben bang geweest, ja. Dat ze zich zouden schamen voor mij, dat ze me misschien niet meer zouden willen zien. Maar het is een andere tijd, gelukkig. Ze zijn veel opener opgegroeid. Ik schreef hen een brief en toen ze die gelezen hadden, hebben we een eerlijk gesprek gehad. Mijn dochter zei dat ze al iets vermoedde, want dat haar vriend ooit dingen had gevonden in de geschiedenis van de computer. Ook mijn zoon zei dat er voor hem niet veel veranderde. Ik vond dat prachtig.

Ik hoop dat geen enkele jongen nog moet meemaken wat ik heb meegemaakt, namelijk zijn geaardheid ontkennen. Of geen enkel meisje. Het is wel nog moeilijk geweest toen ik mijn kinderen later over Luc vertelde. Mijn zoon vond dat ik zo snel mogelijk het huis uit moest. Dat ik zijn moeder niet langer mocht belasten met mijn aanwezigheid. Hij had gelijk, maar het waren harde woorden. Ik denk dat het voor hem niet te maken had met het feit dat ik met een man samen was, maar dat er iemand nieuw was terwijl zijn moeder nog alleen stond. Ik ben verhuisd en na een tijdje ben ik gaan samenwonen met Luc. Vanaf dan is het alleen maar beter gegaan.”

“Ik ben nu gelukkiger dan vroeger, omdat ik eerlijk ben met mezelf. Ik heb Luc als partner, en Kristina als vriendin. Zoals het altijd had moeten zijn”

Het leven zoals het zou moeten zijn

“Ik ben 35 jaar getrouwd geweest met Kristina. Ik ben verliefd geweest op haar, heb eerlijk gekozen voor een leven met haar. En ik heb gedacht dat het me zou lukken. Maar ik weet nu dat ik al mijn hele leven op mannen val en dat ik nooit meer met een vrouw zal samen zijn. Voor Kristina moet het pijn doen, maar het moet ook veel verklaren. Ik was nooit vragende partij in bed, er moest al veel goed zitten om te vrijen. Ik ben blij voor haar dat ze nu een man heeft die haar dat wel kan geven.

Spijt van ons huwelijk heb ik niet. Ik heb wel spijt dat ik haar pijn heb aangedaan. Maar als je homo bent en in een huwelijk zit, kun je niet naar een andere situatie gaan zonder je vrouw en kinderen pijn te doen. Maar ik weet dat als ik deze stap niet had gezet mijn leven niet compleet was geweest. En je hebt maar één leven, dat sneller voorbij gaat dan je zelf durft te beseffen. Ik ben vandaag gelukkiger dan vroeger, omdat ik eerlijk ben met mezelf en me niet meer hoef te schamen voor mijn gevoelens. En omdat ik Luc heb, als partner, en Kristina, als vriendin. Zoals het altijd had moeten zijn.”

 

Luc, Karels nieuwe partner, maakte hetzelfde mee

“Ik bewonder Kristina’s kracht enorm. Het is door haar houding dat het nu allemaal zo goed loopt tussen ons”

“Ook ik was getrouwd en ben pas na jaren huwelijk uit de kast gekomen. Ik begreep dus heel goed wat Karel doormaakte, en ook wat Kristina moest voelen. Ik voelde me de boosdoener omdat ik haar geluk en dat van de kinderen kwam verstoren. Ook al wist ik dat dit moest gebeuren, voor hen allebei.

Er was weinig kwaadheid. Kristina is geweldig. Ze heeft me gezegd dat ik me niet schuldig moest voelen. Ik denk dat het voor haar ook een opluchting was. ’t Is gek hoe vrouwen altijd bij zichzelf op zoek gaan naar de reden van een breuk. Als je man homo is, ligt de reden niet bij jou. Dat is haast een bevrijding. Ook bij mijn vrouw was dat hetzelfde. We zijn nog met ons vier op weekend geweest, toen nog niemand anders het wist. Kristina en Karel, ik en mijn ex-vrouw. Om te praten over het verwerkingsproces. Op familiefeesten zit ik naast Kristina en ik bewonder haar kracht enorm. Het is door haar houding dat het allemaal zo goed loopt en daar zal ik haar altijd dankbaar voor zijn.”

GETA is een lotgenotengroep voor gehuwden waarvan één van de beide partners holebi is. Alle info vind je op www.geta.be

Tekst: Lisa Gabriëls voor Libelle magazine. Beeld: Getty Images

Meer sterke verhalen uit het leven gegrepen:

 

 

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)