Pleegouders Hilde (52) en Luc (56): “De liefde die je terugkrijgt is overweldigend”

Pleegouders Hilde (52) en Luc (56): "De liefde die je terugkrijgt is overweldigend"

Hilde (52) en Luc (56) zijn pleegouders sinds 2002. Ze hebben twee eigen kinderen en drie pleegkinderen. “Ondertussen werden er al acht pleegkinderen bij ons geplaatst”, zegt Rita.

Vijftien jaar geleden besloten Hilde en haar man om zich als pleeggezin op te geven. “We wilden graag een groot gezin, maar door omstandigheden lukte dit niet”, vertelt Hilde. Door medische redenen hield een derde zwangerschap te veel risico’s in voor haar. Daarom kozen ze voor pleegzorg. Adoptie is bij het gezin nooit ter sprake gekomen: “Pleegzorg trok ons meer aan, omdat die kinderen echt nood hebben aan een normaal gezinsleven en dat konden wij hen bieden.”

De eerste stappen

Samen trokken ze naar een infoavond om pleegouder te worden. Hilde: “Tijdens deze avond kregen we te horen te horen hoe pleegzorg werkt, maakten we afspraken, kwamen we te weten waar pleegzorg voor staat en vulden we vragenlijsten in over onze jeugd en ons gezinsleven. Die avond kies je ook wat voor soort pleeggezin je wil zijn: je kunt kiezen tussen langdurige plaatsing, crisisplaatsing of weekendplaatsing. Na de info word je door het team van pleegzorg gescreend om te besluiten of je kandidaat pleegouder kunt worden. ‘Kun je omgaan met druk, kom je afspraken na en ben je psychisch stabiel?’ Dat zijn verschillende factoren waar Pleegzorg Vlaanderen rekening mee houdt”, zegt Hilde.

Om pleegouder te worden, moet je niet aan een bepaalde leeftijd voldoen. “Hoe ouder je wordt, hoe meer Pleegzorg Vlaanderen wel aanraadt om geen baby’s te kiezen als pleegkind”, zegt Hilde. Nadat zij en haar man uitgekozen waren als pleeggezin, kregen ze heel wat vragen. “Pleegzorg vroeg of we geïnteresseerd waren in een jongen of meisje en of we langdurige plaatsing wilden. Nadien werd een afspraak gemaakt met het kind om elkaar te leren kennen. Na enkele ontmoetingen vindt er een overnachting plaats. Als het goed klikt, ontmoeten we ook hun biologische ouders.”

Zoals in een echt gezin

Ondertussen hebben Hilde en Luc drie pleegkinderen in huis: Alexander (12), Anneleen (15) en Tine (20). “Ze gaan op dit moment nog allemaal naar school, Tine zit in haar laatste jaar.” De band tussen hun echte kinderen, Nele (25) en Lotte (30), en de pleegkinderen is goed. “Ze kunnen op elkaar rekenen en staan altijd voor elkaar klaar. We behandelen ze ook allemaal als onze eigen kinderen. We komen voor hen op, ze horen overal bij en worden op dezelfde manier behandeld. Zoals in een echt gezin.”

Contact met biologische ouders

De pleegkinderen noemen hen af en toe ‘mama’ en ‘papa’. ‘Meestal noemen ze ons gewoon bij naam, vooral als we ergens naartoe gaan. Dat is ook een keuze van hun biologische ouders. Zij hebben inspraak bij de plaatsing en wilden niet dat wij mama en papa waren, want dat zijn zij.”

Alle pleegkinderen werden meteen langdurig geplaatst in het gezin. “Bij Tine moest ik elk jaar naar de jeugdrechtbank, bij Alexander en Anneleen is dit om de drie jaar. Zij kunnen zelf de plaatsing niet verlengen, dat wordt gedaan door de jeugdrechter. Bij crisisopvang, bijvoorbeeld als een ouder moet opgenomen worden in het ziekenhuis, weet een pleeggezin nooit wanneer een kind komt en voor hoelang. Je kunt ook weekendpleegouder zijn, dan vang je een kind van vrijdagavond tot zondagavond op.’

Pleegzorg tot 25

Pleegzorg is nu officieel nog maar tot 18 jaar, maar dat verandert in de toekomst. “Ik vind het een fijne gedachte dat het binnenkort mogelijk is tot 25 jaar. Dan kunnen pleegkinderen gewoon naar school blijven gaan.” Hun pleegkinderen mogen van haar zo lang blijven als ze willen. “Voordat de verandering bekend werd, was dat al beslist bij ons thuis. Ze mogen hier blijven tot ze klaar zijn voor de wereld. Je eigen kinderen stuur je ook niet op een bepaalde leeftijd het huis uit.”

Vergoedingen

“We krijgen een redelijk mooie vergoeding per pleegkind, maar bij Anneleen bijvoorbeeld voldoet dat niet altijd. Ze studeert voor kapster, waardoor we allerlei materiaal voor haar moeten kopen. Dan is dat bedrag niet toereikend en moet je zelf bijleggen.” Dit vindt ze meer dan logisch. “Ik vind dat ze, net zoals onze eigen kinderen, op weg gezet moeten worden. We sparen ook voor onze pleegkinderen. Vroeger deed de overheid dat, maar nu niet meer.”

Meer pleegouders nodig

Volgens Hilde en Luc zijn er niet voldoende pleeggezinnen op dit moment. “Er is een lange wachtlijst van kinderen die het moeilijk hebben in hun thuissituatie, terwijl er nog geen oplossingen voor beschikbaar zijn. Ik vind het heel triestig. In Limburg bijvoorbeeld zijn er ongeveer 80 kinderen die nog altijd op opvang wachten.” Ze overwegen om zelf in de toekomst nog een pleegkind op te vangen, maar dan liefst voor een korte tijd. “Onze leeftijd begint een rol te spelen, waardoor langdurige opvang moeilijker wordt.”

Hilde en Luc moedigen dan ook anderen aan om pleegouder te worden. “Het fijne aan deze ervaring is dat je een thuis creëert voor kinderen die het moeilijk hebben en je zo een steentje kunt bijdragen aan hun opvoeding tot een sterke volwassene.” Vooral de liefde die je ervan terugkrijgt, is geweldig volgens Hilde. “Het is fantastisch om te zien hoe je opgevoede pleegkinderen nu zelfstandig in het leven staan en hoe goed het contact met hen blijft.”

(Namen zijn wegens privacyredenen vervangen)

Tekst: Florence Wijnen en Shani Maes

Meer niet te missen Libelle-nieuws:

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)