Moestuincolumn: “Vader keek argwanend toen hij zag dat ik ook de merels voeder. ‘Ga je straks, als je frambozen rijp zijn, even blij zijn dat ze jouw tuin komen afspeuren naar lekkers?'”

Moestuincolumn: "Vader keek argwanend toen hij zag dat ik ook de merels voeder. 'Ga je straks, als je frambozen rijp zijn, even blij zijn dat ze jouw tuin komen afspeuren naar lekkers?'"
Getty Images

Het is januari 2022 en ook nu kijkt Libelle-redactrice Jolien, opgegroeid op de boerderij van haar ouders, met verwondering en passie naar wat de (moes)tuin deze keer te bieden heeft.

Vogels in de tuin

Zondagochtend, half negen. Terwijl de rest van het huis nog in een diepe slaap verzonken is, zit ik met een kop thee naar de vogels te kijken. Het roodborstje komt als eerste. Anders dan z’n kleine gestalte doet vermoeden, is het een echte slokop. Hap. Slik. Weg. Tien keer op repeat. De mezen, die acrobatisch rond een vetbolletje slingeren, kunnen er ook wat van. Ze wisselen af in koppeltjes. Eerst de pimpelmezen, dan de koolmeesjes en af en toe zelfs een zwarte mees. Ook de merels komen een kijkje nemen op de voederplank.

De spreeuwen laten zich niet van de wijs brengen door mijn lekkernijen en snoepen trouw van de besjes aan de wilde wingerd. Ik heb de voederplekjes en het waterbadje zo gezet dat ik de vogels van achter het raam goed kan zien. En ik maak het voor hen extra verleidelijk, want ik verwen ze met stukjes rijpe peer, een restje oud broodkruim, vogelpindakaas en zelfs wat gedopte walnoten en hazelnoten die ik in stukken snij. Vogels kunnen in de winter best wat vet gebruiken, las ik in het prachtige boekje ‘Het vogelhuis’ van Eva Meijer.

Mijn vader keek deze week argwanend toen hij zag dat ik ook de merels in onze tuin voeder. “Ga je straks, als je bessen en frambozen rijp zijn, even blij zijn dat ze jouw tuin komen afspeuren naar lekkers?” Ik had niet meteen een antwoord klaar. Ik dacht aan de kersen van de buren, die haast allemaal voor de vogels zijn.

“Ik maak het voor de vogels extra verleidelijk, met rijpe peer, oud broodkruim, vogelpindakaas en noten.”

Mijn vader heeft een punt. Maar vandaag, na een uurtje vogels observeren, probeer ik het ook van de andere kant te bekijken. Waarom vind ik dat de oogst van mij is omdat ik de boom daar geplant heb? Zonder aarde, regen, zon en bijen zou er nooit één vrucht aan de boom komen. Alles is met elkaar verbonden. Vogels zijn eigenlijk ook heel nuttig.

Kijk naar de meesjes. In het voorjaar eet elk mezenjong vierhonderd insecten per week, tel maar eens uit. Vorig jaar aten ze zoveel bladluizen dat de bessenstruik het zonder hen misschien niet eens had overleefd. En die merel zingt zo mooi dat ik niet weet of een fijner begin van de dag überhaupt mogelijk is.

Mijn lief is intussen wakker en slaat de weekendkrant open. Mijn oog valt op een onderzoek dat gepubliceerd werd in ‘BioScience’ en aantoont dat mensen zich meer ontspannen voelen naarmate er meer vogels in de buurt zijn. Het effect op je geluksniveau zou groter zijn dan een loonsverhoging. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer redenen ik zie om nog méér eetbaars te planten. Want hoe meer eten er is, hoe meer vogels hier kunnen wonen én hoe groter de kans is dat er ook voor ons iets overblijft.

Ook interessant om te lezen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van de beste groentips en wooninspiratie!

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)