Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: ” ‘Dit nummer is niet meer in gebruik’, zegt een onbekende vrouw”

Hannelore Bedert (38) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (6). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

‘Alsof’-telefoontjes

Terwijl ik de rijst aan het afgieten ben in de keuken, hangt Polly ondersteboven in de zetel. Vanuit haar omgekeerde positie is ze honderduit tegen mij aan het ratelen. Haar beentjes bungelen over de leuning, haar lange haar hangt tegen de vloer en in haar hand houdt ze nonchalant een speelgoedtelefoon vast.

“Polly zegt gedecideerd dat ze berichtjes aan het sturen is met papa”

“Kun jij zo omgekeerd lezen?” vraag ik geamuseerd, waarop zij heel serieus antwoordt dat ze nog niet kán lezen, wel al een paar letters, maar nog geen woordjes. Du-huh, mama. Zelfs in haar omgekeerde positie kan ik zien dat ze even met haar oogjes draait. “En het kán niet, mama, want het is geen échte telefoon”, zegt ze zuchtend. “Maar ik ben wel aan het lezen, ja.” Ik wacht op het vervolg, dat sowieso zal komen.

“Ik ben berichtjes aan het sturen met papa”, zegt ze gedecideerd. “Lange berichtjes.” Tegenwoordig komen zulke zinnetjes niet zo hard meer bij me binnen. Waar dat soort uitspraken in het begin al eens voor een al dan niet korte, pijnlijke steek in mijn buik kon zorgen, blijf ik er nu heel rustig onder. “Wat schrijft papa?” vraag ik, want mijn nieuwsgierigheid is uiteraard gewekt. “Aha,” zegt ze vrolijk, duidelijk blij dat ik mee opga in haar spel, “wacht even.”

Ze tuurt naar het kleine schermpje, alsof er een uitgebreid epistel op te lezen valt. Ik wacht af, schud even met de rijst om ervoor te zorgen dat de korrels niet aan elkaar blijven kleven. De handeling zorgt voor een zacht geluid in de stilte. “Hij schrijft dat het goed is dat wij nog niet dood zijn”, klinkt er uiteindelijk vanuit de zetel. Die had ik niet zien aankomen, dus kijk ik verwonderd naar het blonde kopje. Ze is duidelijk in haar sas met mijn verbaasde reactie, tuurt opnieuw naar het schermpje en zegt dan: “En hij vraagt hoe het met ons gaat…” Ze knipoogt. “Lief, hé, van papa?”

Ik knik, en vraag wat ze zal antwoorden. Meteen zwiert ze haar beentjes van de leuning, draait zich om zoals alleen lenige kleuters dat kunnen en werpt een ernstige blik op het scherm. Terwijl ze, turend naar de telefoon in haar handjes, het typen op een telefoon imiteert, formuleert ze traag en duidelijk haar antwoord.

“Alles gaat hier heel goed, papa. Ik mis jou, Hoppe mist jou en mama mist jou. En mama weent soms. Maar dat is oké. We zijn nu niet meer met vier, maar Pluisje is een beetje nummer vier. Maar dat is een poes. En soms gaan we eens naar het kerkhof en dan fiets ik tot aan het einde van het padje en dan roept mama dat ik niet zo snel mag fietsen in het kerkhof. Hoe gaat het daar met jou?”

De laatste woorden spreekt ze nog trager uit dan de rest. Daarna houdt ze halt, kijkt naar mij op, zwijgt en slaat haar blik terug neer. Zonder verder iets te zeggen, legt ze de telefoon aan de kant, neemt een strip en begint te lezen. Alsof er niks is gebeurd. Als het enkele uren later bedtijd is, zie ik haar de telefoon meegrissen op weg naar boven. Ik vraag of papa geantwoord heeft.

“Voor ik het weet ben ik aan het bellen naar het oude gsm-nummer van Stijn, iets wat ik in geen tijden meer heb gedaan”

Terwijl ik de zin uitspreek, heb ik er al spijt van, maar Polly vindt het doodnormaal, werpt een blik op de telefoon, kijkt naar mij en zegt zonder verpinken: “Nee, hij heeft nog niet geantwoord, maar ik zal hem even bellen.” En weg is ze. Wanneer beide kinderen in hun bed liggen, neem ik mijn eigen telefoon. Een echte. Voor ik het weet ben ik aan het bellen naar het oude gsm-nummer van Stijn, iets wat ik in geen tijden meer heb gedaan. “Dit nummer is niet meer in gebruik”, zegt een onbekende vrouw. En gelijk heeft ze, het nummer is inderdaad niet meer in gebruik.

Ik weet dat ik niet moet bellen, dat ik altijd die boodschap krijg, maar ik wilde Stijn gewoon even horen, mag dat dan niet, mevrouw? Op mijn computer bekijk ik een oud filmpje, waar Stijn vrolijk voor de camera staat en over helemaal niks aan het leuteren is, lachend. Maar zijn stem horen doet me even goed. Ik doe het niet vaak, maar zo héél af en toe doet het deugd, zoals een ex-roker die even heel diep inhaleert wanneer iemand in de buurt een sigaret opsteekt en denkt ‘ha, dat had ik nodig’. Heel veel meer moet het soms niet zijn.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content