De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Dat ik, die niets met voetbal heb, aan de zijlijn sta te supporteren … Stijn zou het geweldig vinden”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Juichend aan de zijlijn

Sinds het begin van dit schooljaar is Hoppe lid geworden van een voetbalclub. Het geluk spat van hem af, want de aanloop naar die aansluiting was er eentje van heel lange duur en de ontlading was dan ook groots toen er eindelijk goed nieuws kwam. Dat het verkrijgen van dat lidmaatschap veel voeten in de aarde heeft gehad, is namelijk een understatement van jewelste.

“Ik had altijd tegen Stijn gezegd: ‘Als Hoppe ooit wil voetballen, dan is het voor jou. Dan mag jij mee naar de training en de wedstrijden'”

Het betreft nochtans geen eliteclub – het woord ‘club’ klinkt fouter dan nodig – en je hoeft er geen rare toeren voor uit te halen, maar een plekje bemachtigen was minder evident dan aanvankelijk gedacht. Wie in een stedelijke omgeving woont, weet dat er voor veel zaken wachtlijsten zijn. Vakantiekampen, sportclubs, jeugdbewegingen… de vrije plaatsen zijn schaars en zeer gegeerd. De ene lijst is al langer dan de andere, maar zo goed als altijd is er een wachttijd.

Er zit dus maar één ding op: inschrijven op de lijst, je vingers kruisen en uiteindelijk je kind herhaaldelijk slecht nieuws moeten melden bij de start van een nieuwe (lessen)reeks. Jaren geleden had Stijn Hoppe al op de wachtlijst van de voetbalclub geplaatst. Omdat ik zelf nogal weinig heb met voetbal, had ik altijd tegen Stijn gezegd: “Als Hoppe ooit wil voetballen, dan is het voor jou. Dan mag jij mee naar de training en de wedstrijden.” Stijn had geen bezwaar gemaakt en keek er zelfs naar uit.

Alleen: er kwam maar geen plaatsje vrij. De club waar Hoppe wilde starten, ligt op fietsafstand van ons huis en had al enkele schoolvriendjes als lid, maar draait voornamelijk op vrijwilligers, waardoor er slechts een beperkt aantal kinderen per jaar kan starten. We hadden begrip telkens als er een nee kwam, maar de ontgoocheling was op Hoppes gezichtje af te lezen en het voetballen op de speelplaats of op pleintjes was duidelijk niet meer voldoende.

“Ik had slechts één doel: Hoppe laten voetballen, ongeacht het agendagedoe dat ik er zelf zou moeten bijnemen”

Toen Stijn stierf, was voetbal het laatste van mijn gedachten. Ook Hoppe had andere dingen te verwerken, dus het grote woord viel alsmaar minder. Als hij er al eens over begon, kon ik alleen maar aangeven dat ik niet wist hoe ik die praktische puzzel zou moeten leggen in mijn eentje, met nog een kleuter in huis. Voetbal verdween naar de achtergrond. Althans: in míjn hoofd. Zonder dat ik het zag, werd de liefde van Hoppe voor voetbal alleen maar groter. En toen ik het eindelijk doorhad, wist ik niet waar te beginnen.

In de mailbox van Stijn begon ik te zoeken naar communicatie over die wachtlijst, ik sprak met ouders van wie het kind al aangesloten was en begon uiteindelijk rechtstreeks te mailen met iemand van het bestuur. Ik had slechts één doel: Hoppe laten voetballen, ongeacht het agendagedoe dat ik er zelf zou moeten bijnemen. Toen er eindelijk plaats bleek te zijn en Hoppe naar een proeftraining mocht gaan, was die boodschap een van de mooiste die ik hem in zijn leventje al had mogen geven. Zijn lach was goud waard. En toen hij na de proeftraining goed bevonden werd en de definitieve ja kreeg, zag ik hem gelukkiger dan ooit.

“Al gauw klinken ook uit mijn mond de ooooh’s en aaaah’s bij doelpunten van de eigen ploeg of de tegenpartij”

Na enkele trainingen mag Hoppe voor de allereerste keer een match spelen. ’s Ochtends verandert de heldere hemel in een grijze massa, waarna de hemelsluizen geopend worden en de regen met bakken uit de lucht valt. Met Polly achterop fiets ik naar het voetbalveld, waar we – kletsnat – op de tribune gaan zitten. Ik probeer me niet te ergeren, weet dat ik dit voor Hoppe doe. Tussen de vele ouders die hier duidelijk al vaker aan de zijlijn hebben gesupporterd, voel ik me wat onwennig, maar al gauw klinken ook uit mijn mond de ooooh’s en aaaah’s bij doelpunten van de eigen ploeg of de tegenpartij. Stijn zou me bezig moeten zien, hij kreeg instant de slappe lach.

Dat uitgerekend zíjn vrouw, die helemaal níks met voetbal heeft, wekelijks aan de zijlijn zal staan supporteren en het bovendien stiekem zelfs een beetje plezant vindt… hij zou het ge-wel-dig gevonden hebben. En dat zijn zoon eindelijk die bal achterna kan hollen en er bovendien ontzettend gelukkig van wordt… Hij zou er met pretoogjes naar kijken en juichend aan de zijlijn staan.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content