Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Stilaan verdwijnt Stijn naar de achtergrond”

Hannelore Bedert (38) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (6). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

De voorbije tijd liep ik op de toppen van mijn tenen, al kon ik nog perfect functioneren (zo gaat dat nu eenmaal, als je iets vaak doet, raak je eraan gewoon). Ik voelde wel dat er ‘iets klaar zat’, maar ik had er geen idee van wat het was, dus duwde ik het weg. Want hey, ik ben toch gelukkig? Het lief is mijn leven binnengewandeld, de zon schijnt opnieuw, waarom zou ik in godsnaam nog tegen de vlakte gaan?

Maar wanneer ik na een interview thuis de journaliste uitlaat en de voordeur dichtduw, lijkt er in mijn hoofd iets te knakken. Het gesprek ging over verdriet, maar vooral over ‘opnieuw beginnen nadat je hart gebroken is’. Een warm en open gesprek was het geweest en ik had het gevoel dat ik mijn ziel op tafel had gelegd, zonder het te verkopen. Ik was rechtuit en eerlijk geweest, meer niet.

“Er lijkt iets zwaars op mijn borst te drukken, het voelt alsof mijn hoofd vol watten is gepropt”

Maar er lijkt iets te zijn veranderd na dat gesprek. Alsof ik mijn eigen gedachten heb kunnen ordenen door ze hardop uit te spreken, of door dingen te zeggen waardoor achterliggende gedachten los zijn gekomen. En alsof die gedachten nu eindelijk in de juiste volgorde staan, op hun plaats vallen.

De daaropvolgende uren lijkt er iets zwaars op mijn borst te drukken, het voelt alsof mijn hoofd vol watten is gepropt. ’s Avonds gaan het lief en ik bij vrienden eten, samen met alle kinderen, en in de drukte en de vele gesprekken lijk ik mezelf en alles wat door mijn hoofd spookt, weg te cijferen. Ik heb behoefte om even alleen met het lief te praten, maar die kans doet zich niet voor.

Na het etentje gaat het lief naar huis met zijn kinderen en ik ga huiswaarts met de mijne (we wonen nu eenmaal niet samen) en het voelt raar om zo bruusk afscheid te nemen. Nog steeds snak ik naar een gesprek met ons twee. Terwijl ik naar huis rij met half slapende kinderen, voel ik mezelf wegglijden. Als de kinderen in bed liggen, ga ik helemaal onderuit.

Pas de dag nadien is er ruimte om te praten met het lief, omdat alle kinderen uit logeren zijn. Ik snak naar uitspreken wat door mijn hoofd spookt, sterk de indruk hebbend dat ik het lief verkeerde signalen geef. Niet eerlijk en open zijn is al vanaf dag één niet aan de orde tussen ons en aangezien ik de hele nacht heb liggen piekeren, wordt een en ander helder.

Het besef dringt zich op dat ik misschien wel aan een laatste fase van mijn rouwproces ben begonnen, dat dat onvermijdelijk was, maar dat ik dat niet had zien aankomen. Opnieuw beginnen is sowieso al minder makkelijk wanneer je wat bagage meedraagt, maar opnieuw beginnen wanneer je partner overleden is, brengt ook zeer onverwachts verdriet met zich mee.

Ik probeer aan het lief uit te leggen dat het lijkt alsof Stijn op een soort rare filmische wijze aan het vervagen is. Dat ik in het begin, toen het lief en ik begonnen, soms het gevoel had dat Stijn naast hem stond, dat ik Stijn moest zeggen “nu moet je even aan de kant, ik wil vooruit nu.” En nu het lief en ik alsmaar dichter bij elkaar staan, zie ik Stijn verdwijnen naar de achtergrond. Hij is nooit helemaal weg, maar het beeld vervaagt. Alsof hij alsmaar verder van mij wegdrijft.

“Het is ontzettend dubbel om te merken dat ik heel even nood heb aan Stijn die mij zegt dat het oké is. Dat hij het prima vindt dat ik vooruit ga”

En dat is goed, besef ik, misschien wil dat zeggen dat ik vooruitkijk, dat ik verder ga met leven, iets wat hij mij heel hard zou gunnen. Maar het is tegelijkertijd heel confronterend, omdat het nog maar eens als een afscheid voelt. Het lief heeft wederom begrip. Maar ik besef ook hoe moeilijk het voor hem moet zijn en vraag me af hoelang zo’n begrip standhoudt.

Het is ontzettend dubbel om te merken dat ik heel even nood heb aan Stijn die mij zegt: “Het is oké, ik vind het prima. Het is de bedoeling dat je vooruit gaat nu.” Het besef dat ik die bevestiging van hem nodig heb, is raar en tegelijkertijd mooi. Ik zie er het lief geen grammetje minder graag om, dus misschien moet ik het niet zien als Stijn die wegdrijft of vervaagt, maar moet ik het durven zien als eindelijk ruimte krijgen om verder te gaan. En dat het oké is om mij die ruimte volledig eigen te maken. Van mij alleen. En van het lief. Van ons.

Lees meer van Hannelore Bedert:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!