Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Ik ga toch met Hoppe naar dat festivalletje. Ook al besef ik dat het voor hem misschien hard zal zijn”

Hannelore Bedert (38) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (6). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

Het is de eerste keer sinds heel lang dat ik nog eens naar een festival ga. Bij de meeste mensen hoor ik dat hun sociale leven eindelijk weer wat op gang gekomen is nu het verdomde virus stilaan naar de achtergrond verdwijnt, maar ik had al geen festival meer bezocht sinds het overlijden van Stijn.

“Ik had al geen festival meer bezocht sinds het overlijden van Stijn”

Enerzijds omdat ik zelf nergens meer op een podium wilde staan, anderzijds omdat ik er de pret niet in zag om zonder Stijn op een festival te zijn, zelfs al stonden de vrienden te springen om mij mee te nemen.

Tijdens festivals leven mensen in een bubbel, in een droomwereld die even anders is dan de wereld die daarbuiten blijft doordraaien. Er is geen klok, geen to-dolijst, misschien zelfs geen realiteit. Er is alleen maar muziek, slapen, eten, babbelen en dansen. Als je wereld op z’n kop staat, heb je geen nood aan het beeld van gelukkige, feestende mensen, ook al hebben die misschien ook gewoon even hun zorgen thuis gelaten.

In de Ardennen is er een fijn festivalletje, in september, waar Stijn vaak met Hoppe heen ging. Ik kon nooit mee, omdat ik zelf ergens op een podium stond, maar ze kwamen altijd zo enthousiast terug, dat ik toch besliste om dit jaar tickets te boeken en er samen met Hoppe heen te gaan, ook al besefte ik ten volle dat het misschien hard voor hem zou zijn om zijn papa daar niet bij hem te hebben.

Hoppe zegt dat hij te klein was en zich er nog weinig van herinnert, maar al bij aankomst merk ik dat het in vlagen weer op hem afkomt. Hoe meer vrienden we tegenkomen, hoe luider alles om ons heen wordt, hoe meer Hoppe richting stilte gaat. Dat hij overal papa lijkt te zien, zegt hij, en dat hij geen zin heeft om te praten. Hij heeft er net de eerste schooldagen op zitten en de vermoeidheid is op zijn gezicht af te lezen. Vermoeidheid en verdriet.

“Hoe meer vrienden we tegenkomen, hoe luider alles om ons heen wordt, hoe stiller Hoppe wordt. Dat hij overal papa lijkt te zien, zegt hij, en geen zin heeft om te praten”

Ik vraag me meer en meer af of het wel zo’n goed idee was naar het festival te komen. Hoppe vraagt of hij mag gaan slapen. In de tent praten we nog wat en we beseffen allebei dat we nog vaak van dit soort momenten zullen hebben. En dat we niet anders kunnen dan die momenten te leven, te beleven, er doorheen te gaan. Dat het verdriet wegduwen toch nooit helpt.

Terwijl Hoppe in slaap valt en ik terug naar de festivalweide wandel, besef ik hoe volwassen mijn bijna twaalfjarige zoon is, door alles wat al is gebeurd. Ik vloek om dat onrecht en ben tegelijkertijd ongelooflijk trots op hem. De dag nadien is Hoppe uitgeslapen en vrolijk en de aanwezigheid van een van zijn beste vrienden, van veel mensen uit onze omgeving en ook de kinderen van het lief, doet veel. Het festival laat alle vrijheid toe en ik zie hem maar af en toe in mijn buurt verschijnen. Elke keer pols ik even hoe hij zich voelt, maar hij stelt me gerust, zegt dat het beter gaat, dat hij het leuk vindt.

Ik ken hem ondertussen zo goed dat ik weet of hij het meent of het enkel zegt om mij niet te veel zorgen te geven. Ik weet dat hij mij zal opzoeken als het écht even niet gaat. Het is hard én mooi tegelijkertijd om te beseffen dat je samen zoveel hebt meegemaakt om te weten hoe het voelt en hoe je elkaar kunt ondersteunen.

“De zon, de vriendschap, de muziek en het lief maken mij gelukkig. En het beeld van mijn er alsmaar gelukkiger uitziende zoon maakt alles goed”

Geregeld zie ik hem in de verte met een hele groep vrienden passeren, lachend, vrolijk, genietend van de vrijheid, van het festival. En elke glimlach doet mij deugd, waardoor ook ik ten volle van het weekend kan beginnen te genieten. Ik fiets heen en weer tussen mijn vrienden, het lief en de vrienden van het lief, heb ook zelf mijn zoektocht om die groepen in mijn hoofd met elkaar te verbinden en toch mezelf niet uit het oog te verliezen. Maar de zon, de vriendschap, de muziek en het lief maken mij gelukkig. En het beeld van mijn er alsmaar gelukkiger uitziende zoon maakt alles goed.

Op zondag stappen Hoppe en ik de auto in, vermoeid, moegefeest, gelukkig. We gaan Polly ophalen en dan samen naar huis. Ik vraag Hoppe of hij ondanks de confrontatie toch genoten heeft van het weekend en hij knikt, heel overtuigd. En dan zegt hij: “Merci, mama.” Ik kijk naar de weg voor mij en denk: voilà, meer dan dat moet het niet zijn.

Lees meer van Hannelore Bedert:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!