Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Voor elk probleem is er een oplossing, stel ik Polly gerust. En al zeker in sprookjes”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Sprookjes

Polly en ik liggen op bed, klaar om aan de nacht te beginnen. Althans, aan háár nacht, niet die van mij, en dat vindt ze verschrikkelijk onrechtvaardig. “Hoppe moet nog niet gaan slapen en jij blijft altijd superlang beneden, dat is niet eerlijk!” en meer van dat soort calimero-uitspraken vlak voor bedtijd. Gelukkig bindt ze meestal in zodra we op bed liggen en de vermoeidheid haar lijfje overspoelt. Verbazingwekkend vind ik dat, elke keer, hoe slaap een lijf kan overnemen.

“Er was eens een meisje, en haar naam was… Lolly!” Polly’s oogjes lichten op. “Lolly! Dat lijkt op mijn naam!”

We fantaseren de laatste tijd weer slaapverhaaltjes bij elkaar en Polly is er opmerkelijk goed in geworden. Geamuseerd volg ik haar verhaal over drie meisjes en een magische boom. Met rode wangetjes ligt ze naast mij op bed te vertellen. “En toen… verdwijnde de boom”, fluistert ze. “Verdwijnde?” Met ietwat dichtgeknepen oogjes kijkt ze me aan. “Verdwan?” Ze glundert, wacht niet tot ik haar nog eens corrigeer. “En terwijl de boom… verdwan, klimden ze allemaal naar beneden.” Ze wacht tot ik “klommen” zeg, gooit er meteen giechelend “klam!” tegenaan en komt bijna niet meer bij van het lachen. Haar schaterlach is aanstekelijk en rolt door de kamer. “Nu jij, mama! Nu moet jij iets vertellen. Een nieuw verhaal!”

Tegenwoordig wil Polly alleen maar nieuwe input, er mag niet meer verder geborduurd worden op haar eigen zinnen. Dus neem ik over. “Er was eens een meisje,” begin ik, “en haar naam was… Lolly.” Polly’s oogjes lichten op. “Lolly! Dat lijkt op mijn naam!” Ik knik en zeg dat Lolly een superlekker meisje was. Polly kijkt me verbaasd aan. “Lekker?” “Ja”, zeg ik. “Lolly had namelijk een hoofd dat zo bol en zoet was als een lolly. En iedereen die haar zag, wilde haar opeten.” “Oei”, zegt Polly, terwijl ze me met grote ogen aankijkt. “Lolly had dan ook heel veel schrik van… knabbelaars.”

Ze slaat haar handje voor haar mond, waarop ik haar meteen geruststel: voor élk probleem is er een oplossing

Terwijl ik de zin uitspreek, bedenk ik me dat ik mijn eigen fantasie misschien ook wat moet beteugelen, zo nu en dan. Maar Polly’s ogen worden nog groter. “Knabbelaars?” “Ja, knabbelaars”, zeg ik. “Mensen die geen geduld hebben. Die niet aan een lolly likken, maar erop bijten.” Ze slaat haar handje voor haar mond, waarop ik haar meteen geruststel en zeg dat er een oplossing was.

Voor élk probleem is er een oplossing. En al zéker in sprookjes, dus verzin ik snoeppapiertjesland, waar Lolly heen moet reizen om een papiertje voor haar hoofd te halen, zodat de knabbelaars niet meer kunnen bijten. (Dat er door mijn hoofd schiet dat dat papiertje biologisch afbreekbaar moet zijn en de lolly het beste niet op een plastic stokje zit, hou ik maar voor een andere keer.)

Ik zet Lolly op haar driewieler, klaar om de straat uit te fietsen, nog even een knuffel gevend aan haar mama. “En zwaaiend naar haar broertje”, vult Polly aan. “Uiteraard”, lach ik. “Ook zwaaiend naar haar broertje.” “En naar haar papa”, zegt Polly zonder verpinken. Ik kijk haar van opzij aan, zwijg even, maar Polly knipoogt, zwaait even met haar handje en zegt: “Vertel maar verder, hoor.”

Vanuit het bed klinkt gegiechel. Ze zegt: “Jij bent de allerliefste mama van de wereld”

Dus begint Lolly te fietsen, om na veel avonturen te arriveren in snoeppapiertjesland, waar ze een wikkel rond haar hoofdje krijgt, die haar beschermt tegen knabbelaars. Op de terugweg komt Lolly alleen maar vriendelijke mensen en dieren tegen en álle knabbelaars laten haar met rust, meer zelfs: ze zijn allemaal lief voor Lolly! (Het hoeft niet gekker te worden.)

Aan het eind zegt Polly dat het verhaaltje toch niet helemaal klopt. “Er zitten wel wat foutjes in”, zegt ze en ik beaam. “Soms is het oké als een verhaaltje niet helemaal klopt”, zeg ik. “Het hoeft niet altijd allemaal juist te zijn, toch?” Polly glimlacht, zegt dat ze het best wel leuk vond, het verhaaltje – o ja, hoor, kritisch is ze wel – en geeft mij een knuffel. Ik aai over haar hoofdje en knip het lampje uit. In het donker schuifel ik richting deur, stoot mijn voet tegen haar bed en zeg “au”. Vanaf het bed klinkt gegiechel. Daarna zegt ze: “Jij bent de allerliefste mama van de wereld.” En dan iets stiller: “En ik ga nooit meer op een lolly bijten.”

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!