De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Een vrouw die mijn columns leest, vond ze toch wat triestig. Ik werd er wat opstandig van”

Hannelore Bedert (38) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (6). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

Dat je vaak wordt aangesproken wanneer je met je verhaal naar buiten komt, dat weet je niet altijd op voorhand, maar leer je gaandeweg wel. Toen Stijn overleed, had ik niet de behoefte aan vreemden te vertellen hoe ik me voelde. Dat was zo de eerste maanden, toen ik vooral door vrienden en familie omringd wilde zijn. We cancelden concerten en ik weigerde elk interview. Ik zag er simpelweg het nut niet meer van in. Wat hadden anderen in godsnaam aan mijn verdriet, aan ons verhaal?

Ik had jaren op een podium liefdesverdriet bezongen, maar dit verdriet was zo groots, zo allesoverheersend dat het banaal leek het in woorden te gieten. Pas vele maanden later zei ik voor het eerst ‘oké dan’ bij een interview-aanvraag en alleen maar omdat ik de sereniteit van de journalist kende. Het praten deed me goed, de respons was overweldigend en het viel me op hoeveel troost lotgenoten vonden in wat ons was overkomen.

“Wat ik niet helemaal besefte, was dat onbekenden zich een beeld van mij vormden dat niet helemaal strookt met de werkelijkheid”

Even later kwam deze bladzijde er, hier in Libelle. Eerst met schroom en met het idee van ‘de tijdelijke uitlaatklep’, wat later met het gevoel dat ik er ook echt iets aan had, aan het minuscuul uitpluizen van wat er door mijn hoofd spookte, het analyseren van de kleinste situaties, de mogelijkheid om gedachten te ordenen.

Verdriet in zinnen gieten, ik had het al eerder gedaan, ik had afscheid en gemis al wel vaker voor een publiek bezongen, maar het verdriet na Stijn was zoveel groter dan wat een beetje liefdesverdriet ooit met me had aangericht en het voelde eindelijk goed om wat ik dacht in een structuur te gieten. Ik hield op deze bladzijde herinneringen bij voor de kinderen, voor mezelf, voor familie, voor vrienden. Ik schreef wat ik voelde en kreeg wekelijks berichten van mensen die het verdriet herkenden, die blij waren dat zoveel kwetsbaarheid nog mogelijk is in tijden waarin gevoelens vooral snel verwerkt moeten zijn.

Wat ik niet helemaal besefte, was dat onbekenden zich een beeld van mij vormden dat niet helemaal strookt met de werkelijkheid. Ik ben zoveel meer dan de vrouw van, de weduwe van, de moeder van… maar ik legde mij er gaandeweg bij neer dat mensen via deze weg slechts één kant van me zouden leren kennen.

Schrijven over verdriet zorgt nu eenmaal niet voor veel vrolijkheid, al denk ik dat ik altijd hoopvol heb geklonken, zelfs op de momenten waarop het gemis alles overnam, waarin ik alleen maar naar adem leek te happen. Ik was er bovendien van overtuigd dat er nog steeds humor zat in mijn leven, in wat ik schreef. Ondanks het grote verdriet had ik nooit het gevoel dat deze pagina zwartgallig was, dat ik leek te verdrinken in ‘de grote tranenzee’.

Toen ik vorige week op een terras aangesproken werd door een vrouw die aangaf dat ze deze columns leest, was ik compleet uit mijn lood geslagen toen ze zei: “ ’t Is toch wat triestig, hé?” Verdomme, dacht ik, wat overstuur, wat opstandig zelfs. Tuurlijk is het triestig, dacht ik. Mijn man is gestorven! Mijn kinderen zijn hun papa kwijt! Tegelijk wilde ik zeggen: “Maar hey, het is toch niet allemaal kommer en kwel? Ik vertel de dingen toch ook met wat humor?” alsof ik me ten opzichte van de vrouw te verantwoorden had. Ik zweeg.

“Tuurlijk is het triestig, dacht ik. Mijn man is gestorven! Mijn kinderen zijn hun papa kwijt!”

Onderweg naar huis was ik kwaad op mezelf, kwaad om het feit dat ik met zoveel openheid schrijf en dat dat gereduceerd werd tot dat ene banale zinnetje: “ ’t Is toch wat triestig, hé?” Verdriet is niet iets waar je vrolijk van wordt, dat weten we allemaal. En daarom wordt het veel te vaak uit de weg gegaan. Ik juich openheid toe, het zou geen taboe mogen zijn om over verdriet en pijn te praten. Soms is het confronterend te merken dat niet iedereen daar klaar voor is. Dat hapklare vrolijkheid nog steeds het makkelijkst naar binnen gaat.

Het zorgt ervoor dat velen met groot verdriet gewoon hun mond houden. Zonde, want opgekropt verdriet stapelt zich op en komt ooit in een grote gulp naar buiten. Dan is het hek van de dam en doet het allemaal nog meer zeer. Maar kijk, tijd voor meer vrolijkheid dan maar? Misschien wel. Ik kan nog verrassend uit de hoek komen, haha! Wordt vervolgd!

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content