De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Soms durf ik het al hardop tegen mezelf te zeggen: ‘Goe bezig, Bedert’ “

Hannelore Bedert (38) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (6). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

“Het zou wel raar zijn, hé, als papa hier nu ineens binnenkomt?” Polly zegt het terwijl we aan tafel zitten. Ik knik alleen maar. Het is niet mijn allerbeste dag en ik heb geen zin in dit soort gesprek, maar Polly kennende zal ze haar gedachten niet zomaar laten klasseren. “Toch?”, zegt ze, terwijl ze haar handje op mijn arm legt en er een kneepje in geeft. Ik knik opnieuw, zeg dat er nu toch echt al heel wat tijd over is gegaan, dat ik hem dan wel serieus aan de tand zou voelen over waar hij al die tijd uitgehangen heeft.

“Er heerst op weinig een taboe hier in huis, maar soms wil ik even niet over Stijn praten, wil ik gewoon doen alsof het allemaal niet is gebeurd”

Polly schudt haar hoofd, knikt, fronst haar wenkbrauwen, knijpt haar ogen tot spleetjes. Het is niet dat ik niet in haar droomwereld wil meegaan, maar je moet sterk staan om een kind elke keer van een reactie te voorzien, zeker als het over zoiets gaat. Er heerst op weinig een taboe hier in huis, maar soms lukt het me niet en wil ik even niet over Stijn praten, wil ik gewoon doen alsof het allemaal niet is gebeurd.

“Maar als papa hier nu aan tafel zou zitten, wat zou je dan zeggen, mama?” Polly kijkt me met grote ogen aan, nipt van haar glas melk. Schouderophalend zeg ik dat ik het echt niet weet en dat ik er ook even niet over wil nadenken. Niet nu, niet vandaag. Haar ogen worden schoteltjes en even heb ik spijt van wat ik heb gezegd. Maar ze lijkt mijn antwoord te aanvaarden en richt zich op haar melk.

Terwijl ik de tafel begin af te ruimen, bedenk ik me dat Polly de laatste tijd nog meer over Stijn praat dan anders. Ze praat sowieso veel meer dan een tijd geleden, ze breidt haar woordenschat elke dag wat meer uit en de gedachten rollen er ongegeneerd uit, alsof het niks is, alsof het haar geen enkele moeite kost. De absolute schoonheid van kinderlijk denken: er is geen rem, een kind zegt wat het denkt of voelt. We kunnen er als volwassene nog zoveel van leren.

Maar op dit soort momenten nijpt het het hardst, omdat ik weet dat ik mijn lange weg op dit eigenste moment aan het afleggen ben, met vallen en opstaan, wetende dat de hindernissen voor de kinderen misschien nog moeten komen. Opgroeien zonder papa, op de momenten dat je je vader heel graag in de buurt wil hebben, ik kan het mij niet inbeelden, mijn vader is er altijd geweest.

Misschien maak ik het te groot, misschien zijn de kinderen er ondertussen al zo hard aan gewoon geraakt dat we met drie zijn, dat ik de enige ouder ben in huis, dat ze zich er veel minder vragen bij stellen dan ik doe. Maar nu Polly meer dan vroeger over Stijn praat, over een papafiguur die ze amper heeft gekend, wringt het en maak ik me zorgen. Stijn stierf toen Polly net drie jaar was geworden, ze begon nog maar net met het ontwikkelen van een persoonlijkheid(je). En dat ze er eentje heeft, is zeer duidelijk, en maakt het nog meer zonde te weten dat Stijn haar nooit zal kennen. Zijn eigen dochter. Ik blijf het absurd en oneerlijk vinden. Voor zowel Stijn als voor de kinderen.

“Nu Polly meer dan vroeger over Stijn praat, over een papafiguur die ze amper heeft gekend, wringt het en maak ik me zorgen”

Zou ik het raar vinden mocht Stijn hier nu ineens binnenwandelen? Ja. Eigenlijk wel. Enkele maanden geleden dacht ik nog: nee, ik zou dat heel normaal vinden. Maar ondertussen heb ik dat niet meer. Ik zou schrikken, gesteld dat het al echt zou kunnen gebeuren. Ik zou niet weten wat er gebeurt, niet weten hoe te reageren. Terwijl ik een tijd geleden nog dacht dat ik dat fantastisch zou vinden. Misschien is het toch een vorm van verwerking, een nieuwe stap in het lange rouwproces. Ik ben er heel voorzichtig toch wat dankbaar voor, want het is niet te onderschatten hoe stevig je een toekomstbeeld ziet veranderen, hoeveel je moet bijstellen. En toch: op wonderbaarlijke wijze lukt het me, elke dag een beetje beter.

Wat doen we het goed met ons drietjes, ik denk het elke week een beetje meer. En elke dag durf ik iets meer vooruit te denken, al ziet de toekomst er helemaal anders uit dan ik lang voor ogen heb gehad, al weet ik eigenlijk niet wat de dagen zullen brengen. Soms durf ik het zelfs al hardop tegen mezelf te zeggen, zoals Stijn het zo vaak tegen mij zei: “Goe bezig, Bedert.”

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content