Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Comme chez Koen: “Voor Ilse, Kwinten en mij was het… onze laatste zomer in la douce France'”

Koen Strobbe (57) keert na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug naar ons land.

De zomervakantie is weer eens voorbij, en dit keer is dat ook voor ons iets heel bijzonders. Want voor Ilse, Kwinten en mij was het… onze laatste zomer in la douce France. In mijn columns van de voorbije weken wilde ik jullie vakantiegevoel niet vergallen met het nieuws dat we in september naar België zouden terugkeren, maar nu is het dus zover.

“Onze ouders waren, toen we twintig jaar geleden België vaarwel zegden, actieve en gezonde mensen. Dat zijn ze nu helaas niet meer”

We hebben twintig jaar, de mooiste tijd van ons leven, in de dorpjes rond Uzès doorgebracht. We hebben er ons kind zien opgroeien tot de opgeschoten knaap die hij nu is. We hebben van niets een wijndomein uitgebouwd en een B&B. Toen we die verkochten, stortten we ons weer in een nieuw avontuur, met de bouw van de vakantiehuizen. Daarnaast gaf Ilse les en schreef ik romans en columns. We hebben er hard gewerkt, maar ook heel veel genoten.

Maar ondertussen stond het leven in België niet stil. Onze ouders waren, toen we twintig jaar geleden België vaarwel zegden, actieve en gezonde mensen, maar dat zijn ze helaas nu niet meer. Ilse verloor enkele weken geleden haar lieve papa en wil er nu volledig voor haar mama zijn, en mijn eigen moeder heeft ook baat bij een extra zoon aan haar zij.

Maar de gedachte dat we misschien beter zouden terugkeren, was al langer in onze hoofden gekropen. De isolatie van een resem lockdowns heeft daarin zeker meegespeeld. En dus hakten we de knoop door dat we bij het begin van het nieuwe schooljaar terug in België wilden zijn.

De afgelopen maanden waren dan misschien wel één lang afscheid, maar we hebben er intens van genoten. Tegen de mensen van het dorp hebben we lang gezwegen, omdat we geen zin hadden om tien keer per dag hetzelfde verhaal te moeten vertellen. Aan Marceline en Aimé hebben we het eerst verteld, en we waren ongelooflijk verbaasd dat die twee oude kletsmajoors wekenlang een geheim wisten te bewaren. Geheel op zijn Frans rolden de tranen over hun wangen en Marceline, die met haar suiker een risicopatiënt is, kon zich toch niet inhouden om Ilse en mij eens stevig vast te pakken.

“We dachten al langer dat we misschien beter zouden terugkeren. De isolatie van een resem lockdowns heeft daarin zeker meegespeeld”

Aimé hebben we sindsdien haast alle dagen over de vloer gehad, met een krat groenten, een fles zelfgemaakte aperitiefwijn, of een stapeltje papieren waar hij zogezegd iets niet van begreep. Hij had zijn halfuurtje per dag nodig, om verhalen op te halen, die telkens weer eindigden met de woorden: “We gaan jullie missen.”

De dag dat ik hem vertelde dat het huis verkocht was en dat de nieuwe eigenaars eind augustus de sleutels kregen, kreeg hij het zwaar. “Wie gaat er in de winter voor Marceline naar de supermarkt rijden, of mijn ladder vasthouden als ik het dak op moet voor de losgewaaide pannen?” En weer had de oude man tranen in de ogen. “Een mooier bewijs van integratie kun je je eigenlijk niet wensen”, zei Ilse filosofisch toen Aimé terug naar huis was. “Als je gemist zult worden, dan ben je welkom geweest.” Waarop ook zij het eventjes niet droog kon houden.

De enige afwijkende stem in onze weemoed was zoon Kwinten, terwijl het net híj was voor wie we onze beslissing zo lang hadden uitgesteld. Hij heeft immers nooit iets anders gekend dan Frankrijk. “Ben je gek, papa?” zei hij, toen ik hem vroeg of hij het hier niet te hard ging missen. “Mijn twee beste vrienden vertrekken sowieso allebei met hun ouders naar andere uithoeken van Frankrijk, ik kijk er echt naar uit om in het land van mijn roots naar school te gaan, dichter bij mijn neven en nichten te zijn, en bij mijn grootouders.”

“De voorbije decennia zijn we dat bord ‘België’ ontelbare keren gepasseerd, maar nu had het opeens betékenis”

Dat heb je met een land als Frankrijk, waar heel veel ‘gemuteerd’ wordt, zoals de Fransen zeggen als ze voor hun werk om de zoveel jaar moeten verhuizen. Kwinten heeft al zijn hele leven vrienden zien vertrekken: nu is hij het die zélf vertrekt.

En toen kwam het moment waarop we met het laatste deel van ons hebben en houden de grens over reden. Ontelbare keren zijn we dat bord ‘België’ gepasseerd, de voorbije twee decennia, maar nu had het opeens betékenis. Plots voelden we elk een hand van Kwinten, die achter ons in de auto zat, op onze schouder, en zijn verwachtingsvolle stem vulde de auto: “Welkom thuis!”

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!