Koen

Koens column: “Qua nieuwjaarswensen zijn onze Franse vrienden ons niet vergeten”

Koen Strobbe (58) is na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug in ons land.

In een eerdere column vertelde ik al dat de banden met ons vroegere adoptieland snel verwateren, maar als het om eindejaarswensen gaat, zijn onze Franse vrienden ons niet vergeten.

Waar ik het meest blij van word, is het telefoontje van Marceline, onze bejaarde ex-buurvrouw, die vorig jaar haar man Aimé verloor. Ilse en ik zijn opgelucht dat we haar horen, want de voorbije maanden hebben we verschillende keren geprobeerd om haar te bellen, maar kregen we haar helaas nooit te pakken. Haar stem klinkt voller en kraniger dan tijdens die eerste maanden na het verlies van Aimé.

Het gesprek met haar zit vol warm, goed nieuws. Ze verontschuldigt zich voor het feit dat ze zo lang onbereikbaar was, maar dat komt omdat ze haar smartphone naar die plek heeft gebracht waar hij thuishoort: namelijk in de vuilnisbak. Ze is opnieuw overgeschakeld naar haar goede, oude vaste toestel met grote toetsen. Al die nieuwerwetse technologie is aan haar niet langer besteed. Dat was meer iets van haar geliefde Aimé, en minder haar ding. En nu Aimé er niet meer is…

Marceline, onze bejaarde ex-buurvrouw, is opnieuw overgeschakeld naar haar goede, oude vaste toestel met grote toetsen. De smartphone ligt in de vuilnisbak.

We worden stil, maar Marceline kwettert meteen vrolijk verder. Dat ze geen tijd heeft gehad om zelf te bellen omdat ze het zó druk heeft gehad de laatste maanden. Er is zoveel gebeurd: herinneren we ons dat enige nichtje nog dat af en toe via de smartphone van zich liet horen? Wel, die stond na het overlijden van Aimé plots voor haar deur.

Aan de universiteit was het net vakantie, en ze is twee weken blijven logeren. Toen de twee weken om waren, zei ze dat ze haar oude tante niet in de steek zou laten, en ze hield woord. Het volgende semester heeft ze zich ingeschreven aan de universiteit van Nîmes en is ze bij haar ingetrokken.

Als Marcelines woordenwaterval eventjes stopt, zeggen Ilse en ik haar hoe fantastisch we dat vinden; hoe mooi het is als familie in nood te hulp snelt. Maar het sterkste stuk van haar verhaal moet nog komen: met dat jong ding in huis viel het haar op hoe oud en onderkomen hun huisje tijdens die zestig jaar dat ze er woonden, geworden was.

Prompt is ze met haar nichtje voor drie maanden naar een huurappartement in Uzès getrokken en heeft ze in die tijd het hele huisje onder handen laten nemen door Fernando, de plaatselijke bouwvakker. We zouden haar hoeve nú eens moeten zien! Zo mooi! En met een heuse badkamer, en een wc die niet meer op de koer staat, maar gewoon in huis!

We zouden haar hoeve nú eens moeten zien! Zo mooi! En met een heuse badkamer, en een wc die niet meer op de koer staat, maar gewoon in huis!

Ilse en ik glimlachen bij de gedachte dat na Marcelines negentigste verjaardag de moderne tijd eindelijk bij haar is neergestreken. Wanneer Marceline eindelijk stilvalt, vragen we haar uit over troetelhond Bébé. Daarover kan ze kort zijn: die is ondertussen hélemaal zoals de oude Bébé: hij loopt mee met de kinderen in het dorp, duwt de vuilnisbakken van de buren om en heeft een zwak voor het teefje van de oude notaris, waardoor die zo ongeveer elke week bij de burgemeester gaat klagen. Nu ja: dát verhaal kennen we, nietwaar?

Als het telefoontje gedaan is, zie ik Ilses ogen glanzen. ‘Zo mooi’, zucht ze, ‘zo blij dat het mensje het beter maakt.’ We voelen allebei een diepe gelukzaligheid bij de gedachte hoe goed het met Marceline gaat. Als we eerlijk zijn, waren we allebei bang dat zij op die leeftijd haar man niet lang zou overleven, maar nu we eindelijk weer haar kranige opgewekte stem hebben gehoord, zijn we er zeker van: deze mevrouw wordt minstens honderd jaar.

We ontkurken een van de laatste flessen eigen wijn die ons na de feestdagen nog resten en beseffen intens hoe dankbaar we mogen zijn. Dat we sámen zijn en elkaar niet hoeven te missen, dat we zo’n fantastische zoon hebben, zo ’n lieve familie en fijne vrienden. Wat wil een mens nog meer? ‘Misschien een grotere portie vrede op aarde’, beantwoordt Ilse de vraag die er eigenlijk geen was.

Ik kijk naar de krant die op het salontafeltje ligt en hoop dat die mij dit jaar geregeld gaat vertellen dat het weer beter gaat met de wereld.

Lees meer van Koen Strobbe:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content