Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Koens column: “Ik besef dat het een luxe is dat ik mijn kar kan volladen voor mijn feestmaal”

Koen Strobbe (58) is na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug in ons land.

Ik ben thuis degene die het vaakst in de keuken staat. Dat is spontaan zo gegroeid, van toen we nog met z’n tweetjes waren. Want Ilse houdt niet zo van koken en ook niet van naar de supermarkt gaan. Voor haar is dat een vervelend karwei.

‘Hoe kan ik zo snel mogelijk mijn lijstje afwerken?’ ‘Waarom liggen de spullen die ik nodig heb nooit in logische volgorde in de schappen?’ ‘Ik ben toch niets vergeten?’ ‘Wat moest ik voor Kwinten ook alweer meebrengen?’ Haar hoofd gonst van de gedachten in zo’n winkel.

Terwijl ik net gráág tussen de rekken flaneer en, liefst zonder lijstje, alles bij elkaar zoek wat we nodig hebben. Het menu van de week krijgt voor mij pas vorm als ik ter plekke ontdek wat er vers en lekker uitziet.

Als je zonder boodschappenlijstje naar de winkel trekt, is er één gouden regel: ga nooit inkopen doen als je honger hebt. En meestal hou ik me daaraan… behalve in deze tijd van het jaar.

Als je zo zonder boodschappenlijstje naar de winkel trekt, moet je natuurlijk altijd rekening houden met de gouden regel: ga nooit inkopen doen als je honger hebt. Want dan kom je gegarandeerd met een hoop onnodige dingen thuis. En meestal hou ik me ook aan die regel… behalve in deze tijd van het jaar.

Dan durf ik me wel eens te laten gaan en koop veel te veel typische feestlekkernijen, waardoor we, tegen dat kerst er eindelijk is, zoveel ingrediënten hebben dat we er drie familiefeesten mee kunnen houden. Als tegen half februari dan eindelijk alles op is, komen de speciallekes er bij ons alle drie zo langs de oren uit dat we uitkijken naar gewone aardappelpuree en worst op ons bord.

Maar vandaag denk ik daar niet aan, vandaag zit ik volop in de voorbereidingsvreugde en belandt er van alles in mijn kar dat ik ongetwijfeld vorige week ook al heb gekocht. En als ik om me heen kijk, ben ik zeker niet de enige. Ik zie een moeder met haar kar aan de wasproducten staan. Haar zoontje van een jaar of vijf komt aangelopen met grote pakken koeken en snoep in zijn armpjes. Zij zucht en begint nee te schudden, maar het ventje zegt – totaal ontwapenend – ‘we hebben dat écht wel nodig mama’, waarop een deel van de snoepvracht toch in de kar belandt.

Wat verder zie ik een ouder koppel dat luidop plannen maakt voor een familiefeestje. Mevrouw pijnigt zich het hoofd over wie van haar kinderen en kleinkinderen ook alweer wát niet lust of mag eten. Alsof die keuzestress nog niet genoeg is, hoor ik meneer klagen dat zijn vrouw toch ook wel een beetje op de portemonnee moet letten en dat één feest geen half maandbudget mag opslorpen. Da’s waar natuurlijk, maar tegelijk begrijp ik ook zijn vrouw, en iedereen die denkt: nu laat ik het eventjes los, nu is lekker genieten van de familie en de gezelligheid belangrijker dan rekenen.

Mensen zijn véél guller zijn als ze spullen mogen kopen voor behoeftige mensen, dan als ze geld moeten geven.

Natuurlijk is het een luxe als je zo kunt denken. Je bent bevoorrecht als je zoals ik en vele andere shoppers je kar vol kunt laden. Want ook dit jaar zullen er weer heel wat mensen zijn die voor hun feestmaal bij de voedselbank of een andere hulporganisatie moeten gaan aanschuiven.

In Frankrijk stonden vanaf begin december steevast vrijwilligers aan de ingang van de supermarkt. Ze stopten je dan een plastic zak toe en vroegen om ook aan die mensen te denken die het minder goed hebben. Je kocht dan ook wat spullen voor hen en gaf de zak bij het buitengaan af. Het was ongetwijfeld een druppel op een hete plaat, maar het gaf je wel een goed gevoel om aan die onbekenden te denken terwijl je het toekomstig feestmaal bijeen kocht.

Ik had eens een gesprek met iemand van de organisatoren en vroeg haar waarom ze dit deden. Was het niet realistischer om gewoon geld te vragen aan de mensen en daarmee dingen te kopen die nodig waren, in plaats van nu met karren vol spullen te zitten, waarin ongetwijfeld veel te veel van het ene, en veel te weinig van het andere zat? Maar ze schudde haar hoofd en zei dat mensen véél guller zijn als ze spullen mogen kopen voor behoeftige mensen, dan als ze geld moeten geven.

Mensen géven graag, maar raar maar waar geen geld. Met sommige supermarkten had ze een deal: ze rolde de volle karren bij sluitingstijd terug binnen en kreeg er dan opnieuw geld voor dat dan zo terug naar de liefdadigheid vloeide. Ik moest lachen en dacht: dus ook wie goed wil doen… moet af en toe een beetje frauderen.

Lees meer van Koen Strobbe:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!