Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Tegen de stroom in: Isabelle en Peggy voelen zich het buitenbeentje van hun familie

Door De Redactie

Elke familie heeft wel een buitenbeentje, zo iemand die opvalt omdat ze haar eigen weg uitstippelt. Dat kan eenzaam zijn, maar voor deze vrouwen bleek het ook dé manier om open te bloeien.

Isabelles verhaal

Niemand in de familie van Isabelle studeerde verder, behalve zij. Ze behaalde twee universitaire diploma’s.

“Het vooruitzicht van een kind aan de universiteit, dat was iets om mee uit te pakken”

Isabelle (44): “Ik kreeg voor het eerst het gevoel dat ik een buitenbeentje was toen ik het derde kleuterklasje mocht overslaan en meteen naar het eerste leerjaar kon. Mijn ouders waren erg trots op me. Ik bleek een slim kind en sindsdien focusten ze heel erg op mijn inzet en mijn punten. Ik had verstand en moest presteren.

De rest van mijn familie had nooit verder gestudeerd. Mijn grootouders hadden een bruine kroeg, mijn ouders hebben geen hoger diploma en mijn broer was geen primus. Goede punten en het vooruitzicht van een kind aan de universiteit, dat was uitzonderlijk en iets om mee uit te pakken.

Tijdens mijn middelbaar deed ik heel erg mijn best. Ik studeerde Latijn-Grieks en wilde mijn ouders niet teleurstellen. Indirect creëerde het toen al een zekere afstand tussen mijn ouders, broer en mij, maar ook tussen mij en mijn omgeving. Op school viel ik op tussen de kinderen van advocaten en dokters – of zo voelde het toch. Ik probeerde erbij te horen, maar viel hoe dan ook door de mand. Ik droeg niet de juiste kleding en make-up. We lazen Het Laatste Nieuws en winkelden bij de Aldi.

Ook thuis voelde ik me anders, want ik was diegene met ambitie, grote plannen en dromen. Het deed me denken aan het verhaal van mijn overgrootvader. Hij werkte in de mijn met zijn zeven broers. Hij was de slimste en deed de boekhouding daar. Zijn broers vonden dat hij niet echt werkte en door de anderen in het het bureel werd hij bekeken als ‘arm volk’. Hij zat gewrongen tussen twee posities, en dat is exact mijn verhaal.

Mijn broer is twee jaar ouder dan ik, maar omdat hij twee keer bleef zitten, studeerde ik in het middelbaar voor hem af. Hij werkt vandaag als vrachtwagenchauffeur en doet de nachtshiften. We hebben niet veel contact.

“De trots van mijn ouders bracht alleen maar extra druk mee”

Vanaf mijn achttiende brak er een nieuw hoofdstuk voor me aan. Aan de universiteit ging er een wereld voor me open. In de stad waar ik studeerde, leerde ik nog andere buitenbeentjes kennen. De sfeer was rebels en je mocht er jezelf zijn. Ik voelde me gelijkwaardig en vond aansluiting, dat bracht rust.

Mijn ouders daarentegen bleven me evenwel op een podium van vijftig meter hoog zetten. Ze keken enkel naar mijn punten en hadden geen benul welke inspanningen daarbij hoorden. Omdat er geen geld was, moest ik altijd eerste zit halen. Er was geen plaats voor kwetsbaarheid, en ja, ik heb me heel alleen gevoeld toen. Ik vond geen steun bij hen, en hun trots bracht alleen maar extra druk mee. En afstand. De gesprekken die ik met vrienden voerde, konden zij niet volgen. Het was niet hun wereld, maar intussen wel de mijne.

Uiteindelijk ontdekte ik daar wel een voordeel van: als buitenbeentje doe je de dingen vaak in je eentje, tegen de gekende stroom in. Die nieuwe ervaringen waarbij je altijd op jezelf moet leren terugvallen, voeden een soort van basisvertrouwen in jezelf. Ik durfde vaker afwijkende keuzes te maken, want intussen wist ik dat het uiteindelijk altijd wel goed kwam. Ik heb na mijn studies bijvoorbeeld erg veel en ver gereisd, iets wat ik met mijn ouders nooit heb gedaan. Dat opende mijn blik opnieuw.

“Ook mijn loopbaan werd een zoektocht: ik oefende hoge functies uit, maar ik voelde me nooit op mijn gemak”

Ik deed theaterprojecten, onder meer met kinderen uit Cambodja. In de jaren zeventig werd de intellectuele klasse daar uitgemoord door de Rode Khmer – een vreselijke geschiedenis. Ik zette met de nieuwe generatie weer culturele producties op, zij deden me inzien dat je niet zomaar de vorige generaties hoeft te kopiëren, dat je heel erg vanuit je eigen identiteit mag leven! Ik zag daar toen heel scherp in dat ik mezelf mocht zijn. Dat zou niet de makkelijkste weg zijn, maar hij zou me zeker ergens brengen.

Mijn loopbaan werd uiteindelijk toch nog een zoektocht. Ik oefende hoge functies uit, en moest verstandelijk zeker niet onderdoen voor de anderen. Maar ik voelde me nooit op mijn gemak, alsof het toch opviel dat ik van andere komaf was. Ook daar was ik weer het buitenbeentje.

Het was uiteindelijk een assessmentbureau dat me adviseerde om als zelfstandige te beginnen. Zo groeide het plan voor een eigen naaimagazine. Best out of the box, maar het klopt. Ik haak, naai en borduur sinds mijn kindertijd. Het is iets wat ik van mijn oma’s leerde en waarin ik helemaal kon opgaan. Bij het naaien heb ik altijd honderd procent mezelf kunnen zijn.

“In een warm nest zou je je nooit het buitenbeentje mogen voelen, en die les wil ik meegeven aan mijn kinderen”

Het doet me denken aan het gezin van een goede vriendin, waar ik me altijd welkom heb gevoeld. Haar ouders, broers en zussen waren stuk voor stuk artistiek en muzikaal opgeleid, behalve zij. Die vriendin had andere interesses, maar dat was niet erg. Zij heeft zich nooit alleen gevoeld. Het leerde me een belangrijke les die ik ook aan mijn kinderen wil meegeven: in een warm nest zou je je nooit het buitenbeentje mogen voelen. Het is namelijk een stempel die anderen je geven. Je mag anders zijn dan de rest, en als dat dan gewoon aanvaard wordt, maakt dat ook alles makkelijker.

Door heel dicht bij mezelf te komen – in mijn job en in mijn gezin – voel ik me vandaag niet meer alleen, minder ‘anders’. Ik ben gelukkig. Ik mag er zijn, met mijn eigen ambities en aparte ideeën. Het was een lange, moeilijke weg, die nog niet af is. De band met mijn broer en ouders heeft eronder geleden. Het contact zou zeker beter kunnen, maar ik heb me bij hen te vaak – allicht onbedoeld – het buitenbeentje gevoeld, zonder me oprecht aanvaard of gehoord te voelen.

Het is iets waar ik in de opvoeding van mijn eigen kinderen heel erg alert voor ben. Als mijn kinderen me ooit vertellen dat ze zich het buitenbeentje voelen, zou ik me mislukt voelen als moeder.

Peggy’s verhaal

Peggy wil haar leven op een andere manier aanpakken dan de rest van haar familie.

“Mijn ouders verwachtten dat ik het volledige loon van mijn vakantiewerk afgaf. Intussen gaven zij geld uit aan overdreven dure dingen”

Peggy (46): “Ik ben opgegroeid in een heel traditioneel gezin. We hadden het niet erg breed en mijn ouders kozen altijd voor veilig en bekend. Ik heb een erg dominante vader, een volgzame moeder en een zus met wie het niet echt klikt. Die combinatie bepaalde de sfeer in huis, die dus niet altijd happy en zorgeloos was. Ik sloeg als kind de ruzies en reacties gade, maar stelde me daar niet echt vragen bij. Sterker, ik keek toen nog heel erg op naar mijn vader.

Dat veranderde in mijn tienerjaren. Ik zag dat er van mijn zus veel meer getolereerd werd. Haar slechte gedrag werd met de mantel der liefde bedekt, terwijl ze mijn normale gedrag amper leken te waarderen. Ik wilde als jongere graag bijverdienen, maar mijn ouders verwachtten dan dat ik het integrale loon dat ik kreeg voor mijn vakantiewerk thuis afgaf. Intussen gaven zij geld uit aan overdreven dure dingen. Het was voor hen én hun imago echt belangrijk om de juiste mensen te kennen en zich met hen te laten associëren.

Er was veel geroddel ook. Ik had toen al het gevoel dat ik daarin erg anders was dan hen, en dat ik alleen stond. Ik begreep hen niet, want ik was nuchterder, meer down-to-earth. En ook: ik wilde graag zelf dingen bereiken, mijn eigen ding doen.

“Ik hield mijn mening voor mezelf, omdat het anders gegarandeerd leidde tot ruzie en afstand”

Dat levensprincipe versterkte nog toen ik iets later mijn man leerde kennen. Door kennis te maken met mijn schoonfamilie, zag ik dat het anders kon en mocht, dat je niet per se ergens bij hoefde te horen. In hun familie konden er wel discussies worden gevoerd zonder ruzie, mocht je op eigen benen staan, een eigen mening hebben, je eigen ding doen… Bij mijn man, mijn schoonfamilie en later mijn gezin kon ik pas echt mezelf zijn – mijn extraverte, enthousiaste en uitgesproken zelve.

Maar zo toonde ik me niet bij mijn ouders thuis. Ik hield mijn vaak afwijkende mening voor mezelf, omdat het anders gegarandeerd leidde tot ruzie en uiteindelijk tot afstand. Zo is de sfeer vandaag trouwens nog steeds. Zij begrijpen mij niet, en ik begrijp hen eigenlijk ook niet. Uiteraard geef ik nog af en toe mijn mening over bepaalde dingen, weldoordacht en opbouwend gebracht, maar dat leidt altijd tot pijnlijke discussies.

Laatst nog wilde ik hen helpen met hun reisplannen. Waarom op reis gaan in het dure hoogseizoen als je veel goedkoper reist buiten de klassieke vakantieperiodes? Ik ben bedachtzamer dan hen, spaarzamer ook. En ik denk op lange termijn. Maar dat wordt niet gepikt door mijn vader en het brengt mijn moeder aan het huilen. Vaak hoor ik mijn vader na zo’n discussie enkele weken niet. Het zorgt ervoor dat ik bij een bezoek aan mijn familie doorgaans heel stil ben, en me weer een tijdlang buiten de tafeldiscussies hou. Het geeft me de stempel van buitenbeentje. Dat hebben ze ook letterlijk tegen mij gezegd: dat ik wel uit een koekoeksei gekomen moet zijn omdat ik zo anders ben dan hen.

Die opmerking over het koekoekskind, misschien onbedoeld zo onhandig geformuleerd, is erg blijven hangen. Ze heeft me gekwetst en heeft me nog meer in de positie van buitenstaander geduwd. Te anders, niet aanvaard. Ik heb altijd al heel erg getwijfeld aan mijn positie in het gezin. Ik moet ook vaak commentaar slikken, op het feit dat ik aan paaldansen doe als hobby bijvoorbeeld, maar ook op mijn uiterlijk: ik heb een blauwe kuif en sta vol tattoos.

Op mijn vijfendertigste koos ik voor die opvallende look, in een poging om voor mezelf op te komen. Het werkt ook als een soort van mensenfilter: you love it or you hate it. Zo weet ik meteen wie me neemt zoals ik echt ben en hoef ik me niet anders voor te doen, want dat vreet energie.

“Kleine en grote opmerkingen van mijn ouders maken me verdrietig en doen me pijn, al toon ik dat niet”

Ik werk hard aan mezelf en studeer bij. Ik wil het financieel beter doen dan mijn ouders, ik wil het anders doen dan hen, tout court. En ik wil dat het aanvaard wordt dat ik het anders doe. Het is stapje per stapje, maar het blijft een gevecht met mezelf: de eigenwaarde van een buitenbeentje stelt vaak niet veel voor. Die is te dikwijls beschadigd geweest, en het kost tijd om daarvan te bekomen.

Het helpt natuurlijk niet dat elk bezoek aan mijn ouders me weer klein, kwetsbaar en onbenullig doet voelen. Hun kleine en grote opmerkingen maken me verdrietig en doen me pijn, al toon ik dat niet. Het zorgt ervoor dat ik mijn familie minder opzoek, en dat ik hen op afstand hou. Alleen zo kan ik groeien… Absurd eigenlijk. Maar dus: door me te omringen met de juiste mensen – zoals mijn paaldansvriendinnen – voel ik me weer vooruit geduwd worden.

Binnenkort leg ik examens af om het officieel tot office manager te schoppen. Ik probeer te breken met mijn verleden door onze kinderen andere waarden mee te geven. Mijn man en ik zijn streng, maar we luisteren ook naar hen en reiken hen alle opties aan. Door hen niet te veroordelen, kunnen we hen doen groeien. En is dat niet waar het in een gezin echt om draait? Dat je de beste versie van jezelf kunt worden, ook al kies je voor een ander pad?”

Uit: Libelle 27/2021 – Tekst: Els De Ridder

VERDER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content