Koen

“Ik trek de trui aan en kom uit het pashokje. Ilse zegt dat het deze wordt. Ik ben opgelucht dat het voorbij is”

Als ik in m’n trui naar buiten loop om de krant uit de brievenbus te halen, merk ik dat ik beter een warme jas had aangedaan. Terug binnen ziet Ilse me rillen, en ik denk meteen: oei. Ik probeer me nog snel een stoerder postuur aan te meten en te doen alsof ik het helemaal niet koud heb, maar ben te laat. Vrouwlief beslist dat ik dringend een nieuwe wintertrui nodig heb.

Het toeval wil dat het nét solden zijn. Als goede echtgenoot besef ik dat er geen ontsnappen meer mogelijk is, zeker niet nu het woord ‘solden’ is gevallen. Sowieso zijn er maar weinig mannen die nog iets in de pap te brokken hebben als hun lieve eega beslist heeft dat de tijd rijp is voor nieuwe kleding.

Niets nodig?

In mijn geval gaat het dan nog om iets wat nuttig is. Warmte. Gezondheid. Overleven. Alles waar een mens normaal gezien weinig tegenin kan brengen. Dus trek ik mijn schoenen aan en peper Ilse de hele rit naar de stad in dat ik écht enkel één nieuwe trui nodig heb. Dat zeg ik elk jaar: dat ik eigenlijk niets nodig heb. Tot ik plots van alles blijk nodig te hebben, zodra we effectief in de winkel staan, haha.

In de stad valt me op hoe druk het is. Het is altijd druk tijdens de solden, maar deze keer lijkt het alsof de hele bevolking collectief beseft dat ze een nieuwe start moet nemen, en dat die start blijkbaar het best begint bij een nieuwe jas, een pullover of een ander paar schoenen.

Alle mannen staan op veilige afstand van de rekken. We mogen enkel knikken op het juiste moment, zodat het lijkt alsof we inspraak hebben.

Het eerste wat me opvalt als we de winkel binnenstappen, is dat alle mannen dezelfde blik hebben. Een soort mengsel van nederigheid en strategische berekening. Ze staan op veilige afstand van de rekken, wachten tot hun partner iets naar voren schuift en beoordelen dan of het niet te warm, te dik, te duur of te opvallend is.

Maar de eindbeslissing ligt nooit bij ons. Wij mogen enkel knikken op het juiste moment, zodat het lijkt alsof we inspraak hebben. Ik zie een man die duidelijk te vroeg ‘ja’ knikt, waardoor zijn vrouw meteen nog drie mantels uit het rek haalt. Ik zie ook een man die weigert te knikken en daardoor in een precaire onderhandelingssituatie belandt, die, afgaand op de lichaamstaal, al verloren is.

De enige juiste keuze

Ik probeer onopvallend te blijven. Onopvallendheid is het belangrijkste wapen van de man tijdens de solden. Ilse duwt me richting een tafel met truien. Ze zegt dat deze zachter zijn en dat ik daar met mijn gevoelig velleke – een beschuldiging zonder wetenschappelijke fundering – vast veel baat bij zal hebben.

Ik voel aan één trui. Die is inderdaad zacht. Ik zeg dat ik het niet echt mijn kleur vind. Ilse lacht dat dat net het probleem is: ik heb geen kleur. Mijn garderobe is een ode aan onopvallende tinten. Er is geen tegenargument mogelijk zonder mijn hele persoonlijkheid ter discussie te stellen, dus zwijg ik. Ilse houdt drie truien omhoog. Ik krijg de trui aangereikt waarvan ik intuïtief voel dat die het sowieso wordt. Dat heb ik door de jaren heen geleerd: er is altijd één kledingstuk dat al gekocht is nog voor ik het pas.

Misschien is dat de grootste illusie van de man: geloven dat hij boven dat soort collectieve rituelen staat. Terwijl hij gewoon meegezogen wordt, samen met iedereen.

Ik trek de trui aan in het pashokje. Ze zit goed. Ze zit eigenlijk perfect, maar dat laat ik niet meteen blijken. Je moet dat doseren, anders word je meegesleurd in een bijkomende rit pasrondes. Ik kom buiten en wacht. Ilse kijkt, knikt en zegt dat het deze wordt. Ik ben opgelucht dat het voorbij is. Aan de andere kant van het rek zie ik nog een man in een trui waarvan hij duidelijk vindt dat die te strak zit. Je voelt dat van ver. Maar zijn vrouw vindt het ‘modern’. De man snakt naar adem en berust in zijn lot.

Ilse stelt voor dat ik de trui maar meteen aanhoud, en buiten moet ik toegeven dat ik het aangenaam warm heb. De trui werkt. Ilse zegt dat ze dat al wist. Ik vraag me af waarom ik elk jaar denk dat ik immuun ben voor solden. Misschien is dat de grootste illusie van de man: geloven dat hij boven dat soort collectieve rituelen staat. Terwijl hij gewoon meegezogen wordt, samen met iedereen, richting rekken vol afgeprijsde beloftes. Maar goed, ik heb het warm. En volgens Ilse staat de kleur me nog ook. En welke man zegt er nu nee tegen een mooi compliment?

Nog meer columns lezen?

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."