Mijn verhaal: Bart werd mishandeld door zijn vriendin

Mijn verhaal: Bart werd mishandeld door zijn vriendin

Een man wordt geacht stoer en sterk te zijn, niet iemand die klappen krijgt thuis. Maar voor Bart (42) was dat jarenlang zijn leven, zijn geheim dat hij met niemand durfde te delen.

Jarenlang liet Bart zich vernederen, kleineren, pijn doen. Allemaal omdat hij niet wilde dat mensen zouden denken dat hij een zwakkeling is. Daarom deed hij in Libelle zijn verhaal, om andere mannen én vrouwen te helpen. “Geweld is zoveel meer dan blauwe plekken of een gips. Geweld veroorzaakt wonden aan je ziel. Het breekt je gevoel van eigenwaarde.” Het verhaal van een man die écht geen zwakkeling is…

Ze bleef na één nacht

“Maria was een ‘felle tante’ zoals ze dat zeggen. Ze was niet groot, fijn gebouwd, maar had een hele grote mond. Omdat ik zelf wat meer introvert ben, trok dat extraverte bij haar me net aan. Aan een relatie dacht ik niet meteen: ik was al een paar jaar single, en ik voelde me wel goed in mijn eentje. Ik werkte, huurde een tof appartement waar ik me thuis voelde, had een groep vrienden die ik geregeld zag: ik was wel happy. Maar Maria liet haar oog op mij vallen en verleidde me. Zo was het echt letterlijk. Zij nodigde me uit om een avond uit te gaan, zij kuste me, zij bleef bij me slapen. Voor ik het goed en wel besefte, hadden we een relatie. Want na die nacht samen, is ze gebleven. Nu denk ik: ik had toen grenzen moeten aangeven. Ik had meteen moeten zeggen dat ik niet klaar was voor zo’n serieuze stap. Maar ik deed het niet. Ik was geflatteerd door haar aandacht, denk ik. Ze was een mooie vrouw, veel mannen vielen voor haar. En ze wilde mij…

Onze relatie is eigenlijk van het begin aan turbulent geweest, om het zacht uit te drukken. We pasten helemaal niet bij elkaar, Maria en ik. Ik hou van rust, moet af en toe alleen kunnen zijn, heb moeite met ruzie. Maria was het andere uiterste: ze zweeg geen moment, had veel aandacht nodig, maakte ruzie om het minste. Al na drie weken besefte ik dat zij en ik geen goed koppel waren. Maar na elke woordenwisseling kwam ze zo lief terug en knuffelde ze me en kuste ze en zei me dat ik de liefde van haar leven was. Hoe moest ik haar afwijzen? Ik heb het dus veel te lang laten aanslepen, dat besef ik. En intussen werden onze ruzies heviger en heviger…”

Slaan, krabben en stampen

“Ze sloeg me, krabde, deed me pijn op alle mogelijke manieren. Ik was in shock, wilde dat het stopte. Dus zei ik ‘sorry’”

“De eerste keer dat ze me sloeg, was toen ik haar tirade niet gedwee onderging. Ze was hysterisch omdat ik tijdens een etentje met vrienden zat te flirten met een vriendin van haar, vond ze. Ik had gewoon met de vrouw gepraat, wilde haar op haar gemak stellen. Maar we zaten nog maar in de auto op weg naar huis, of Maria werd woest. Hoe ik haar zo kon vernederen, en of ik echt dacht dat er ook maar iemand mij zou willen, en dat ik een loser was, en lelijk. De scheldpartijen was ik – na een half jaar met haar – intussen gewend. Maar die avond pikte ik het niet meer. Minstens een keer per week moest ik haar woede-uitbarstingen ondergaan, ik had écht niks verkeerd gedaan, dus zei ik haar dat ze meteen moest ophouden. Ik keek voor me uit – ik was immers aan het rijden – toen ze vol met haar vuist op mijn slaap sloeg. Ik schrok heel erg, ging naar de kant van de weg. Heel naïef verwachtte ik dat ze zich zou verontschuldigen, maar ze bleef agressief. Ze sloeg me, krabde, deed me pijn op alle mogelijke manieren. Ik stapte uit de wagen, zij ook, maar bleef me intussen knijpen en stampen. Ik was compleet in shock, had geen idee hoe ik moest reageren, wilde gewoon dat het stopte. Dus zei ik sorry. Ik excuseerde me, zei haar dat ze gelijk had, dat ik van haar hield en me idioot had gedragen. Het kalmeerde haar. We reden naar huis, gingen naar bed. Alsof er nooit iets was gebeurd, begon ze me te kussen en wilde vrijen. Het lukte me niet. Ik was zo gebruuskeerd door haar gedrag eerder, dat moeilijk te rijmen was met de zwoele kussen die ze me nu gaf. Ze lachte me uit, zei nog maar eens dat ik geen echte vent was, draaide zich om en ging slapen. Ik lag de hele nacht wakker, te denken over die avond, over hoe het nu verder moest.”

Angst voor wat er komen gaat

“Ik zei haar dat ik niet gelukkig was. Deze keer werd ze niet boos, maar ijzig kalm. ‘Als je weggaat, maak ik je kapot’, zei ze”

“De volgende dag deed Maria alsof er niets aan de hand was. Ik probeerde de vorige avond aan te kaarten. Toen ik zei dat ik erg geschrokken was, zei ze dat het mijn schuld was. Ik zei haar dat ze me echt pijn had gedaan, maar ze lachte. ‘Je hebt nog niks van me gezien’, zei ze. Ik zei haar dat ik niet gelukkig was op deze manier, en dat ik niet wist of onze relatie toekomst had. Dit keer werd ze niet boos, maar ijzig kalm. ‘Als je weggaat, maak ik je kapot’, zei ze. En daarmee was de kous voor haar af. Pas toen voelde ik angst. Voordien was er een onrust: ik wist dat het niet goed zat en besefte dat ik ermee moest kappen. Maar nu werd ik echt bang. Als ze zo kon ontploffen voor een kleinigheid, waartoe was ze dan in staat als ik zou weggaan?

Mijn beste vriendin Els had door dat er iets aan de hand was. Ze zei me dat ik veranderd was. Vroeg heel oprecht of het wel goed zat tussen Maria en mij. Ik wilde zo graag met haar praten, vertellen wat er aan de hand was. Maar ik kon het niet. Els was belangrijk voor mij, ik wilde niet dat ze zou weten dat ik werd geslagen. Ik voelde me al zo’n mislukkeling, wilde niet dat zij me ook zo zou zien. Ik wilde niet dat ze medelijden met me zou hebben.

Maria sloeg me een keer een blauw oog, ik lachte mee met de vrienden toen zij zeiden: ‘Wat was er, te laat thuisgekomen?’ Niemand vroeg door, niemand stond er ook maar één seconde bij stil dat ze het misschien bij het juiste eind hadden. Het was alsof niemand het wilde weten. Als een vrouw een blauwe plek in haar gezicht heeft, denkt iedereen meteen aan geweld. Bij een man is het gewoon stoer.

Ik voelde me verschrikkelijk alleen, en dat speelde alleen maar in Maria’s kaarten. Meer en meer isoleerde ze me. Ik nam afstand van vrienden, ging niet meer zo vaak op stap. Als ik een avond wegging, had ik daarna gegarandeerd ruzie met Maria. Het putte me zo uit dat ik op den duur gewoon thuis bleef. Waar ze me constant vertelde dat ik niets waard was, dat ze van me walgde, dat ze me haatte.

“Wat kon ik doen? Naar de politie stappen om te horen dat ‘een vent zich toch niet laat slaan door een vrouw’?”

Ik ben nooit naar de politie gegaan om klacht in te dienen. Ik heb het zelfs niet geprobeerd. Niet toen ze me van de trap duwde waardoor ik mijn arm brak. Niet toen ze mijn hoornvlies scheurde door haar duim in mijn oog te duwen. Ik ging naar de dokter, naar de spoedafdeling, liet me oplappen. Ik was een gewillig slachtoffer. Doodongelukkig, compleet murw geslagen. Moest ik naar de politie om te horen dat ‘een vent zich toch niet laat slaan door een vrouw’? Dat kon ik gewoon niet aan. Mijn vrienden zagen me verpieteren, wegblijven, veranderen. Ze vroegen één keer wat er aan de hand was, twee keer. Maar een derde keer kwam er niet. Ik zei dat alles oké was en dat ik het gewoon druk had, en zij gingen verder met hun leven. Ik kan het hen niet kwalijk nemen, maar het gaf me wel de finale knak.

Uiteindelijk ging ik in behandeling – waar ik nog altijd zweeg over wat er aan de hand was – en zat maanden thuis. En dat is mijn redding geweest: omdat ik zo goed als geen geld meer binnenbracht – ik werkte als verkoper op commissie – verloor Maria haar interesse. Anderhalve maand later zette ze me buiten. Uit mijn eigen appartement, inderdaad. Ze was me beu, zei ze. Ze had een échte vent gevonden, vertelde ze. Ik ben vertrokken. Enkel en alleen met de kleren die ik aanhad. Mijn meubels, mijn herinneringen, alles heb ik achtergelaten.

Niet gemaakt voor de liefde

Ik ben naar Els gereden, en nog voor ze de deur kon opendoen, stroomden de tranen over mijn wangen. Daar heb ik eindelijk verteld wat er drie jaar lang aan de hand was geweest. Els heeft het perfect aangepakt. Ze luisterde, stelde zelfs geen vragen, keek gewoon naar me. De woorden kwamen vanzelf. Ik kan niet omschrijven hoe bevrijdend het was om eindelijk mijn verhaal te kunnen doen. Els is de enige die ik het heb verteld, de schaamte is er toch nog altijd.

“Nu nog steeds droom ik over haar. Dan lacht ze minachtend en zegt me wat een nul ik ben”

Maria heb ik nooit meer gehoord of gezien. Ze heeft me nog een keer hysterisch gebeld omdat ik de huisbaas had ingelicht dat ik niet meer in mijn appartement woonde – omdat zij nu verantwoordelijk was voor de huur. Verder besta ik niet meer voor haar, gelukkig. Ik heb nieuwe vrienden gemaakt, ik geniet weer van mooie momenten. Maar de liefde laat ik aan me voorbijgaan. Ik ben niet gemaakt voor een relatie, vrees ik. Ik blijf liever alleen dan ooit nog het risico te lopen in zo’n relatie terecht te komen. Want veel erger dan de klappen, waren Maria’s woorden. Ik droom nog regelmatig over haar. Dan staat ze weer voor me met haar minachtende lach, en zegt ze me wat een nul ik ben. Nu, anderhalf jaar later, werk ik nog altijd hard aan mijn zelfvertrouwen. Dat ze me littekens heeft bezorgd, is erg. Maar dat ze mijn geloof in mezelf heeft gebroken, is onvergeeflijk.”

Wat als jij te maken krijgt met geweld?

  • De eerste stap is praten met je huisarts. Die kan samen met jou bekijken welke hulp aangewezen is.
  • Verder kun je ook contact opnemen met een Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (alle adressen en info vind je op caw.be).
  • In acute situaties stap je naar de politie.
  • Bel 1712, dit nummer is gratis en is er voor iedereen die geweld meemaakt, getuige is van geweld, of zich afvraagt of zijn eigen gedrag wel oké is.

Uit: Libelle 28/2018 – Tekst: Frauke Joossen – Coverbeeld: Getty Images

Ook zij doen hun verhaal:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)