Mijn verhaal: Lieve is bezoekvrijwilliger in de gevangenis
Toen Lieve haar pensioen in de sociale sector naderde, zocht ze een andere manier om zich in te zetten voor anderen. Intussen bezoekt ze al jaren vrijwillig gedetineerden in de gevangenis.
Lieve (68): “Een jaar of zes geleden kwam ik een kennis tegen die ik al een tijdje niet meer had gezien. ‘Ik kom net van mijn vrijwilligerswerk in de gevangenis’, vertelde ze. Het wekte mijn nieuwsgierigheid, dus vroeg ik haar wat het zoal inhield en hoe ze daar terecht was gekomen.
‘Het lijkt me ook wel iets voor jou’, zei ze bij het afscheid. Haar woorden bleven hangen. Ik zou binnenkort met pensioen gaan, na een loopbaan in de sociale sector, en ik wilde me graag op een of andere manier blijven inzetten voor anderen. Misschien was dit het wel.
Ik meldde me aan voor een kennismakingsgesprek, volgde een opleiding tot bezoekvrijwilliger en ging aan de slag. Dat ik altijd zou kunnen terugvallen op een coach en op ondersteuning vanuit de organisatie, stemde me gerust. En ik nam me voor: als het toch niet helemaal mijn ding bleek te zijn, stopte ik er gewoon mee. Maar ik vind het nog altijd even boeiend.
De eerste keer had ik klamme handen van de spanning en een lijst met mogelijke onderwerpen in mijn zak
Om de twee weken zit ik in de bezoekruimte van de gevangenis tegenover een persoon in detentie. De eerste keren had ik klamme handen van de spanning en had ik een lijstje met mogelijke onderwerpen in mijn zak, voor als het gesprek zou stilvallen. Maar dat was nergens voor nodig.
De meeste gedetineerden vinden het fijn om te vertellen over hun familie, hun kinderen, hun vroegere leven, hun verwachtingen. En na een paar ontmoetingen vertrouwen ze je vaak ook hun zorgen en angsten toe.
Als vrijwilliger moet je vooral een luisterend oor bieden. Aandachtig luisteren, interesse tonen, niet oordelen: daar draait het om. Soms vertellen mensen spontaan waarom ze in de gevangenis zitten, soms praten ze daar liever niet over. Ik respecteer dat.
Sowieso maak ik een onderscheid tussen het delict en de mens achter de gedetineerde. Menselijke gedragingen en beweegredenen kunnen heel complex zijn, heb ik ervaren. Niemand is alleen maar slecht. Iemand heeft misschien iets crimineels op zijn geweten – een vreselijke daad die onmogelijk valt goed te praten – en kan toch een vriendelijke mens zijn, of een zachtaardige papa of zoon.
Een luisterend oor
Natuurlijk verlopen niet alle gesprekken even aangenaam. De ene keer vind ik het jammer dat het uur voorbij is, de andere keer is het een opluchting. We hoeven ook geen vrienden te worden, hou ik mezelf altijd voor. Ik ben in de eerste plaats een klankbord.
Dat ik geen personeelslid, hulpverlener of familielid ben, helpt daarbij. Ik ben neutraal: bij mij kunnen ze hun verhaal kwijt, zonder dat ik iets van hen verwacht. Soms zijn die verhalen hard of choquerend, soms triest en weemoedig. Ook hun emoties waaieren alle kanten uit, van verbitterd en opstandig tot optimistisch en hoopvol.
En zelfs als een gesprek stroef verloopt en ik er zelf geen goed gevoel bij heb, kan de ander er toch nog veel aan hebben. Zo kreeg ik ooit een briefje van een ex-gedetineerde die tijdens onze ontmoetingen vooral had zitten klagen en foeteren. Hij wilde me bedanken omdat ik altijd naar hem was blijven luisteren en in hem was blijven geloven. Blijkbaar hadden onze gesprekken meer voor hem betekend dan ik kon vermoeden. Dat raakte me.
Als het enigszins kan, word je als bezoekvrijwilliger gekoppeld aan iemand met wie je een hobby of interesse deelt. Met één gedetineerde heb ik bijvoorbeeld regelmatig zitten scrabbelen, met een ander had ik het vaak over bergwandelingen.
Ik breng een stukje buitenwereld mee naar binnen. Ik snap heel goed dat sommige gedetineerden daar naar uitkijken
De persoon die ik momenteel bezoek, praat vooral over het dagelijkse leven in de gevangenis en wat hij zoal mist: in een supermarkt rondlopen en zelf kunnen kiezen wat hij wil eten, of een dagje naar zee gaan als het mooi weer is. Hij kijkt altijd reikhalzend uit naar mijn komst. Hij heeft geen partner en geen kinderen, en zijn familie heeft met hem gebroken.
Als enige persoon van buiten de gevangenis die af en toe een stukje buitenwereld bij hem naar binnen brengt, maak ik voor hem echt het verschil. Hij vindt het fijn als ik over mijn eigen leven en bezigheden vertel. Kleine dingen, zoals een tv-programma waar ik graag naar kijk, een grappige uitspraak van mijn kleinkind of de aanschaf van een nieuwe fiets.
Omdat hij al een hele tijd achter tralies zit, is hij nieuwsgierig naar hoe een leven buiten de gevangenismuren er vandaag uitziet. Dat snap ik heel goed.
Als ik over mijn vrijwilligerswerk vertel, vragen mijn kinderen weleens: ‘Vind je het nog leuk om te doen, mama, en is het niet te zwaar voor je?’ Maar uiteindelijk zijn gedetineerden mensen zoals iedereen. En ‘leuk’ is misschien niet het juiste woord, maar dit werk is wel enorm verrijkend. Het verruimt mijn blikveld, want ik ontmoet nu mensen die ik anders nooit zou ontmoeten.
Als ik na een bezoekje een ‘dankjewel’ krijg, is mijn dag goed en ga ik blij en voldaan naar huis. Ik geloof in mensen en in kansen: ik wil vertrouwen bieden en gedetineerden het gevoel geven dat ze er nog toe doen, ook al hebben ze ooit een misstap begaan. Dat is mijn drijfveer.”
Nog meer lezen?
Volg ons op Facebook, Instagram, Pinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!